donderdag 18 maart 2021

Helder en warm

We kunnen stilletjesaan al iets vertellen over de bronnen ’20’ en ‘21’ (AKWA nummering) van het Systeem Croisiers.

Topo op google earth

Het gaat om twee bronnen van eenzelfde ondergrondse rivier. Bij de aanleg van de spoorweg zijn de toegangen tot de bronnen van Croisiers voorzien van artificiële tunnels. De eerste verkenningen zijn al duikend gebeurd, door onder meer Funcken, Petit, Pauwels en Hecq. In het najaar van 2020 waren wij dan ook blij verrast dat we de hoofdbron gewoon konden binnenzwemmen zonder perslucht! Veel overschot is er niet (VM), maar dit betekent dat er toch iets veranderd is aan de site.

Nog iets nieuws zijn de vele sporen van beveractiviteit. Er zijn tientallen oude nesten van deze zoogdieren in de eerste grote zaal. We hebben dan ook de opportuniteit genomen om deze zaal de Salle des Castors te dopen. Bevers zijn één van grootste knaagdieren van onze contreien. We weten dat ze herbivoor zijn, en een penetrante geur verspreiden, maar we kunnen niet goed inschatten hoe ze zullen reageren op een zwemmer/duiker in een smalle, troebele tunnel. Om deze situatie te vermijden hebben we ervoor gekozen om een gaas voor de ingang te plaatsen, met een éénrichtingspoort. Na de wintercrues hebben we de grot leeg aangetroffen, en was ook de geur van bevergeil verdwenen. Het is onze bedoeling om de grot voor het eerst volledig te (her)topograferen.

Bij onze winterse zwemsessies werd duidelijk hoe warm de Croisiers bron eigenlijk wel is. Het contrast met de Vesdre, gevoed door smeltwater, is groot en een bron van 14°C waar rook uit opstijgt ontgaat niemand. Warm water dat op de koop toe ook nog eens helder is! Wat wil een duiker nog meer. Miss een parking voor de ingang? De portage is een pijnpunt. Wij verkiezen nu om te parkeren langs de N61, de steile wand af te dalen naar de oever van de Vesdre, daarna de Vesdre over te steken en zo in de richting van de Croisiers te wandelen.

Naderingstocht

De lage waterstand aan de ingang heeft zo z’n voordelen, maar al snel werd duidelijk dat de portage van duikspullen tot aan de S3 (de S2 kan geshunt worden) niet van de poes is. Om ‘gemakkelijk’ tot achteraan te geraken zijn er enkele aanpassingen gebeurd.

Zo voorzien we de ingangen telkens wanneer we gaan duiken met barrages die de rivier ophouden. We slagen erin om de rivier een 20tal cm te laten stijgen, net voldoende om vlotter de Salle des Castors te bereiken. In deze zaal is het volgende obstakel een blokkenstort waar de uitrusting één voor één overgedragen dient te worden en daarmee is het nog niet gedaan. De S2 heeft een lage shunt, waar een sleetje dienst doet om de lasten voort te trekken. Onnodig om te zeggen dat de S3 daarna voor een aangename verfrissing zorgt. Het vervolg tot in de S6 is aquatisch en bijgevolg minder zwaar.

Nabij de Croisiers ingangen

De topo werd opgenomen verspreidt over twee dagen. Een volgende ronde werd er tijd genomen om filmbeelden te maken en waterstalen te nemen van de verschillende bronnen achterin de grot, maar ook om enkele vraagtekens te bekijken. Zo is er achteraan in de S6 minder debiet en dus vrij snel een slechte zichtbaarheid, bij het equiperen van de duiklijn is er dan ook vaak onvoldoende tijd om een mogelijk vervolg te vinden. 

Na Jacques Petit was het mijn beurt om het eindpunt te beoordelen. Bij het herequiperen van de volledige grot was ook mijn indruk dat er geen evident vervolg is. Maar bij een tweede bezoek had ik net tijd genoeg om te zien dat er een passage moet uitgegraven worden waarachter het ruimer wordt en er hoogstwaarschijnlijk oppervlakte volgt!

Een ander vraagteken bevindt zich in de Salle IC (Inter City), een verwijzing naar de voorbijrazende treinen die je hier en daar in de grot kan horen. In deze zaal zijn er verschillende schouwen en aan één van die schouwen lijkt een gang te vertrekken. Om daar te komen dient een 5m hoge kleiwand beklommen te worden. Gewapend met piketten en een schop zijn we veilig boven geraakt. Het vertrek is zeer geconcretionneerd, en helaas al na enkele meter te laag. Er zou heel wat moois moeten sneuvelen om meer te weten te komen over het vervolg, het lijkt ons onnodig dit te doen, maar er is wel een touw achter gelaten aan een natuurlijk ankerpunt. Samen met het vertrek in de S6 is dit een kanshebber om de Croisiers te verbinden met de Surdents en de Bellevaux grotten.

In de eerste zaal tenslotte, de Salle des Castors, zijn er verschillende rondgangen  te vinden tussen de blokken en ook een S2 die nooit gedoken is. Het leek ons een leuke, en misschien ook nuttige uitdaging om de lastige S2 shunt al duikend te vermijden. Volgens de topo kwamen we aan een kleine 60m die we in vogelvlucht moeten verkennen.  Bij de aanvang van de duik was er al direct twijfel aan een lage knik in de blubber, gelukkig is het daarna snel ruimer en is er oppervlak na 10m. In veiligheid zou een mens dan denken, maar niets is minder waar want de lucht is niet adembaar, een griezelige ervaring. Dan 20m verder, opnieuw onder water, en enkele mooie passages, en opnieuw oppervlak. Nog eens 10m verder opnieuw sifon, die na 5m laag wordt. Gepraamd tussen plafond en blubber beslis ik terug te keren, want veel ruimer lijkt het verder niet te worden. 

Achteraf, op de topo, blijkt dat de richting die we uitgaan, niet de kortste weg is naar de S3. Hebben we ergens een fout gemaakt?, of is de S2 langer dan verwacht? De toekomst zal het uitwijzen.

S.

maandag 18 januari 2021

Système karstique des Croisiers

Dit is een samenvatting van meerdere bezoeken verspreid over meerdere weekends.

De Vesdre kreeg z’n eerste hoogwaterpiek van het seizoen te verwerken en dat was voor ons duikers het signaal om het debiet in de Grotte de Bellevaux (soms ook Grotte de Nasproué genoemd) te gaan bekijken. Uit een verslag van een duikpoging van Luc Funcken in 1990 is gebleken dat de sifon flink verstopt zit met depot.

Er is een luchtklok na een korte VM, maar om daar te komen zijn duikspullen toch aangewezen. Het verhoogde waterniveau van de Vesdre heeft blijkbaar weinig invloed op het debiet ondergronds, helaas. Het is dus een duik geworden in vloeibaar modder/humus. Dat laatste heeft ervoor gezorgd dat er gemakkelijk brokjes bos in de keel terecht komen, terwijl ook de ademautomaten niet naar behoren functioneren. We hebben dit dus bewust niet tot het uiterste gedreven.

Stijn duikt de Bellevaux sifon

Vaststellingen: na de korte, scherpe VM volgt een dwarse, hoge diaklaze waarin bovenaan een shunt te forceren valt.  Deze shunt is ingezet maar lijkt eerder niet nuttig, aangezien het enige mogelijke vervolg in de diaklaze onder water is. De eigenlijke sifon is ruimer dan de VM. Algemeen gaat het om een flinke gang die zeker voor meer dan de helft verzand is. Er kan gemakkelijk 3m ver onder het plafond gekropen worden, vergezeld door een enorme touille. Op het verste punt had ik de indruk met m’n voet boven water te komen. Het zou dus wel eens een korte sifon kunnen zijn. Om deze duik in de toekomst veilig te laten verlopen hebben we meer spoeling van de rivier nodig. Als we de perte actiever kunnen maken, zou dit zeer positieve gevolgen kunnen hebben aan de (voorlopige) eindsifon.

Na de duik hebben we een kleurproef uitgevoerd. Nabij de juist gedoken sifon werd een fluo injectie gedaan. In de Croisiers bron (ongeveer 500m verder) werd dan een fluorimeter geïnstalleerd, en hier werd ook het debiet gemeten.

Fluo injectie

Eén week later hebben we de meter dan weer opgehaald. Er werd een mooie curve gemeten. De transit van de fluo is extreem traag en zeer verspreid, daardoor heeft de curve maar een piek van 0,3ppb (ug/l). Er is dus een vertragende factor op het parcours. Daarnaast is het water uit de Croisiers zeer hoog van temperatuur nl. 14,3°C, en het debiet is ongeveer 5x groter aan de bron in vergelijking met de perte. Er zijn dus evenveel vragen bij gekomen dan er antwoorden zijn.

Weetje: het meettoestel heeft ongeveer 1 gram fluo gemeten in een volume van 3 à 4 olympische zwembaden!

Om een betere spoeling te bekomen in de sifon van de Bellevaux grot werd de perte beter open gemaakt en voorzien van een filter. De dooi werd als geroepen ingezet, en de Vesdre steeg naar 110cm op de peilschaal te Bellevaux. Dat is meer dan een verdubbeling in hoogte. Vreemd genoeg hadden we ondergronds niet de indruk dat er hoogwater is geweest, ondanks het feit dat de grot 3,5m onder de bedding van de Vesdre zit. Alle kruipsporen en voetstappen van vorige bezoeken waren nog aanwezig. Aan de Surdents, wat een eerste overloop is bij een teveel aan water, waren ook geen sporen van crue te zien. Helaas zijn de dassen op die lokatie nog steeds prominent aanwezig.

Bizar. Zeker is dat we de filter in de toekomst regelmatig zullen moeten vrijmaken, willen we extra water in de grot.

Perte de Bellevaux

In de Bellevaux grot konden we dankzij het vrijmaken van de perte ook de toevoer in de grot lokaliseren. De toevoer, die ook onlangs gedoken werd tot op -4m (vert), bleek troebel te zijn. De andere toevoer in de grot moet water zijn dat door de dijk naar binnen komt. Buiten is daar echter niets van te zien.

Toevoer water van de perte in de grotte de Bellevaux

Ik denk dat we voorzichtig kunnen besluiten dat er geen interessant vervolg is in de perte, maar dat we alles moeten inzetten op de eindsifon van de Bellevaux.

Tot zover, voorlopig de ene kant van het verhaal. We hopen binnenkort ook de andere kant van de berg te kunnen beschrijven.

S. + G.

Met dank aan Patrice en Francis voor hun input in deze exploratie.

woensdag 25 november 2020

StaVaZa Explo duiken

Door de welgekende omstandigheden is er de laatste tijd minder gepost op de blog. Dit betekent niet noodzakelijk dat we stil hebben gezeten, integendeel, we wisten enkele coronaproof exploduiken te maken. Sites als de Résurgence de Chauvaux en de Résurgence d’ Eprave hebben recentelijk ons bezoek gehad.

Naar aanleiding van een presentatie van Erik Wouters van Science Explorers in de Duik Expo van 21 nov’ zou ik toch één en ander willen melden. 


De collecteur van Mont-sur-Meuse en de Fond d’Hestroy zet de deur op een kier… 

 

In de literatuur lezen we: 

Serge Cuvelier duikt 50m ver in de bron van Chauvaux tot aan een splitsing in een smal en verblokt parcours. Dankzij de werken van enkele duikers is de toegang ingestort. Dirk Roelandt ontfermt zich voornamelijk over de topo van de Grotte de Chauvaux en daarbij slaagt hij er net niet in de verbinding te duiken van de bron naar de grot. Het normale debiet wordt geschat op 20-25liter/sec.  

Wat is nu de actuele kant van de zaak? 

De toegang tot de bron werd vrijgemaakt na een onderwaterdesobstructie, het onstabiele karakter van de ingang blijft echter iets om rekening mee te houden. Eenmaal daar voorbij is het parcours verkend tot 27m ver, einde aan een puinhelling (splitsing), dus geen 50m zoals Cuvelier aangeeft. Aan de splitsing is de verbinding met de Grotte de Chauvaux gemaakt, en voorzien van een duiklijn. Graafsessies vonden plaats aan de puinhelling, deze leunt tegen een vast plafond en werd voor het eerst gepasseerd op 06 juni ’20.  Deze passage, de tweede versmalling op het parcours heeft een rommelig karakter. Het is geen gladde versmalling, maar ze bestaat uit losse stenen op de bodem en een scherp plafond. Momenteel is dit de diepste plaats op het parcours (-5m) en is daarmee een stoffige bedoening. Veel ruimte voor herkansing is er niet, wetende dat je onder enkele kubieke meter puin door schuifelt. Het vervolg is echter ruim en stabiel! Na de versmalling volgt meteen een zaaltje waarin je via een schouw naar een diepte van ongeveer 2m opduikt. Het vervolg tot op 90m kan er gevorderd worden in een relatief ruime tunnel met een stabiel karakter. Aan het 90m eindpunt zitten we -1,3m diep en aan de voet van een puinberg. Aan het plafond is er hier en daar al oppervlak te zien. De collecteur, ongeveer 2m breed, en 1m hoog zit er goed dicht met grote blokken. Rechts zijn enkele openingen waar je nog een tweetal meter verder kan, daarna is de opening te klein. De hoofdstroom lijkt van deze kant te komen. Op het eerste zicht lijkt het een hardnekkige passage te worden. In de toekomst moeten we alles wat los zit verwijderen om het vervolg te ontdekken. Bij deze een uitnodiging aan toekomstige Chauvaux duikers om het parcours te komen verkennen, je kan contact opnemen met één van ons.

Het zicht onder water is in ‘normale’ omstandigheden tussen de 1m en 2m, beter hebben we het nog nooit gezien, slechter helaas wel, en na hevige regen is het water chocobruin.

Mogelijk scenario: Meer duikers doen ervaring op in deze bron met als doel de instorting aan te pakken. Waarschijnlijk zullen we alles uit de kast moeten halen om die klein te krijgen. Graag hadden we geweten wie interesse heeft om samen te werken.

 

Hoe de bron het best benaderen: Duiken via de Maas, onder de spoorweg door is momenteel de beste aanlooproute. Zwemmen van aan de parking aan de Maas kruipt in de kleren, maar langs de rivier is er ook een vlak en aangenaam wandelpad. De toegang via de hoger gelegen weg is te vermijden.

Op het ogenblik zien we geen bevers meer op de site, maar volgens de locals zou je bij valavond verschillende bevers kunnen spotten in de Maas. De combinatie van een duiker en een bever in en smalle, donkere, stoffige tunnel moet absoluut vermeden worden, de uitkomst is gewoon niet in te schatten. Daarom steeds het gaas netjes terugplaatsen voor de bron.


De Résurgence d’Eprave


Een typisch voorbeeld van een source bouillante is de Bron van Eprave. Kolkend, omdat het merendeel van het water door een versmalling naar buiten geperst wordt. De bron zou in de zomer om en nabij de 664L/sec uitbraken. Het is via diezelfde versmalling dat de bron verkend kan worden. Om deze toegang te vereenvoudigen zijn er in het verleden enkele nieuwe openingen gegraven om de druk van de ketel te nemen. Eén van die openingen is zelfs groot genoeg geweest om naar binnen te zwemmen. Maar, wegens instabiliteit is ervoor gekozen om die weer gecontroleerd te laten instorten. De hoofdingang kent een versmalling bovenop de tegendruk die je ondervindt van de rivier. Een rotsplaat op -2m heeft het menig duiker moeilijk gemaakt. Dankzij wiggen wisten we deze plaat te verwijderen, maar dat wil niet zeggen dat je zonder haperen naar binnen zwemt. Nee, goed positioneren, en werken tegen de stroom in is nog steeds nodig om binnen te geraken. Op -3m gaat de verticale passage over in een schuine laminoir, om dan verderop geleidelijk te veranderen in een ruime, sterk dalende tunnel van ongeveer 3 op 2m tot op grote diepte (-88m).  

Tot op een diepte van -13m is er momenteel een nieuwe lijn aangebracht (speleotouw), startend voor de versmalling in open water. Op -5m zit een lus in het touw waar eventueel zuurstof kan worden achter gelaten. De verbinding met de bestaande lijnen op -13m, en het vervolg ervan moet zorgvuldig worden bekeken. 

Het zicht, en ook het debiet zijn optimaal in het droge seizoen.

S.

 

vrijdag 23 oktober 2020

Recoupements

Een kort verslag van zondag 18 okt. We onderzoeken de sifons (waterplassen) van de meanderafsnijding ter hoogte van Bellevau aan de Vesdre.


Gekleed in neopreen, klaar om alle waterpassages in de Grotte de Nasproue te verkennen gaan we op zoek welke riviertjes met elkaar in verbinding staan.

Er is gekozen om geen ‘echte’ kleuring te doen. We hebben de ervaring dat het woelen in een sifon (verhoogde turbiditeit) vaak voldoende is om een positieve verbinding vast te stellen.

Op de topo staan enkele vreemd gerichte sifons, maar na onderzoek is het duidelijk dat die met elkaar in verbinding staan. Dus geen twee, maar nog altijd één eindsifon. In die sifon was er nu een beetje lucht, en daarachter een vrij grote ruimte. We weten uit een duikverslag van Luc Funcken dat het om een VM gaat, een klok, en daarna pas de echte sifon. Deze werd door hem te smal en te slijkerig bevonden. Ooit moeten we dat eens herzien met hoog water. Hopelijk kunnen we dan één en ander doorspoelen.

Stroomop dan hebben we een verlenging kunnen vinden na een VM tussen enkele grote blokken. Een tweede arrivé gaat verticaal naar beneden, zonder bodem te voelen.

In het laatste watervlak, dicht bij de ingang, kan je wonderwel gemakkelijk onder het plafond verdwijnen. Voldoende om ons te motiveren om er duikspullen bij te halen. Het resultaat is een S1 van 3m, -1m, een klok die toch 2,5m hoog is, en daarna een S2 van meer de 2m lang en ondiep, maar smal en slijkerig. Een zeer uitnodigende start, maar bij het herbekijken van de topo werd al snel duidelijk dat het waarschijnlijk om een crue passage van de rivier gaat. Er is namelijk nog een stilstaande plas die gekoppeld kan worden aan de genomen kompasrichting.


Voorlopig dus nog geen nieuwe patatjes, maar we hebben wel een erg plezante dag achter de rug.

Daarbij heeft de kleinste speleoloog toch wel een hand vol ‘gouden’ munten gevonden zeker. Rara, hoe die daar terecht gekomen zijn.

Verder is er een plan in de maak om in de toekomst het duiktransport/plezier te verbeteren aan de kant van de Croisiers. De eerste voorbereidingen zijn daarvoor getroffen. We kijken uit naar een test bij een volgende ronde. 

S.



maandag 28 september 2020

Bezoek aan Wuinant

Op 2 september werd, na een groot aantal werksessies, de verbinding gerealiseerd tussen de Haminte grot en de Wuinant. 
Deze droge toegang werd reeds gezocht sinds 1987 (lees in Regards no5 1989). Door de herpositionering van de topografie en mede door het gebruik van technische hulpmiddelen kon, de afgelopen jaren, de zoektocht meer gericht gebeuren. Verschillende clubs en de hele resem aan exploratiekennis werden ingezet om dit resultaat te bereiken!
Je kan er alles over lezen op deze blog en ook op die van GRSC en SC Avalon.
http://grsc.over-blog.com/
https://scavalon.blogspot.com/
We merken op dat de Wuinant en Haminte grotten afgesloten zijn. De grot is sinds vele jaren in beheer van de GRSC.
Voor twee Cascade explo-leden/duikers was ons bezoek op 20 september aan de Wuinant via Haminte dé ervaring van hun leven.
Lees hierna het relaas door Randy.
Geert


Zaterdag 19 september, de vooravond van een grote dag. Voor de tiende maal alle spullen controleren om zeker te zijn dat alles voorhanden zal zijn morgen. En om de indruk te wekken bij de ervaren jongens dat ook wij goed voorbereid zijn natuurlijk. 

Nog eens het mailtje lezen van Stijn, voor de honderdste maal waarschijnlijk. Wat zou die nu bedoelen met 'een selectief smalle passage'. In plaats van de vraag te stellen aan de kenners voelde het gewoon beter om mezelf wijs te maken dat dit slechts een restrictie zou zijn van enkele meters, tussen het Haminte stelsel en de Wuinant grot. Ik wist toen nog duidelijk niet wat ons stond te wachten. En dit was wel beter zo, anders was ik zeker thuisgebleven.

Nog even nadenken, zijn wij hier klaar voor? We nemen deel aan een activiteit van de explogroep waarvoor toch wel wat ervaring vereist is. Voor mij pas grottocht nummer 4. Voor Davy de allereerste tocht, en direct de legendarische Wuinant. Zou het wel ok zijn om mijn vriend hierin mee te sleuren? We weten op voorhand dat ervaring een vereiste is om deel te kunnen nemen aan explo. Toch is er 'iets' wat mij aantrekt om mee te gaan met deze mannen. En ook is er 'iets' vanbinnen waardoor ik geloof dat het 'wel zal lukken', wat er ook staat te wachten. Ik duik reeds 15jaar samen met Davy, waardoor ik ervan uitga dat ook hij klaar is om dit avontuur aan te gaan. Uiteindelijk ga ik slapen met de gedachte 'dit zal wel lukken'. Het lukt me dan ook snel om de slaap te vatten, tot het akelige geluid van men GSM me tegemoet komt tijdens het ochtendgloren. 

Zondag 20 september, DE grote dag. Ook al ontbreekt het ons aan ervaring, het besef dat een bezoek aan de Wuinant een kans is uit de 1000, dat is er wel. Na het lezen van de spannende blogs heb ik wel het gevoel een klein beetje mee te zijn in dit verhaal. Davy ophalen in Brugge en dan richting Luik. Tijdens de vroege uurtjes op zondag ontbreekt de grote massa verkeer op de Belgische wegen waardoor we vlot EN op tijd ter plaatse zijn en waar we Stijn, Geert & Kris treffen. Iedereen heeft er duidelijk zin in. Even is er twijfel om al dan niet neopreen aan te trekken. Maar wanneer Stijn ons vertelt dat als we de Leopard grot en 'het zwembad' willen zien we best onze neopreen aantrekken dan is de beslissing snel gemaakt. Nog even polsen wat bedoelt wordt met 'selectief smal' krijgen we een oppervlakkig antwoord, vermoedelijk om ons als beginners niet te bang te maken. Met een gerust hart trekken we richting de ingang.

Wanneer Stijn plots de ingang aanwijst dan begint mijn hart wat sneller te kloppen. Excuseer me? Zijn er alternatieven?? Toch is het gevoel dat ik de Wuinant wil aanschouwen sterker dan de angst. De volgorde waarin we zullen afdalen wordt nog afgesproken en als 2e mag ik Geert volgen naar beneden. Wanneer al snel blijkt dat dit geen ruime grot zal zijn begin ik mij toch zorgen te maken. Ik haat namelijk kleine ruimtes, en heb nog nooit eerder de mentale klik kunnen maken om me door smalle tunnels te wringen. Ik pols eens bij Davy en omdat hij zo rustig blijft beveel ik mezelf om kalmte te bewaren. Nerveus vraag ik elke paar meter aan Geert of het terug breder wordt om de hoek. Die slaagt erin om me te kalmeren door te vertellen wat ik wil horen 'ja hierna is het terug iets breder' dus ik blijf volgen. Aan deze tunnels echter blijkt geen einde te komen, zo voelt het toch aan. Toch, denk ik bij mezelf, heb ik voldoende lucht en omdat er af en toe es een spleet is waar ik mijn arm kan strekken lukt het mij om kalm te blijven. Ik probeer te denken aan de beloning die zal volgen en terwijl lukt het om centimeter per centimeter vooruit te komen. Net wanneer ik begin te geloven dat deze smalle gangen nooit zullen eindigen begint alles wat ruimer te worden en hoor ik de geruststellende woorden 'we zijn in de Wuinant'. Op dit moment waren dit de woorden die ik zo nodig had, en uiteindelijk zijn die er ook gekomen. Trots op mezelf dat ik zo ver ben gekomen, maar wel bewust negeren dat we dezelfde weg moesten terug keren. Trots op mijn makker Davy ook, want die had dit zomaar gedaan tijdens zijn eerste grottocht. Respect voor de ervaren speleo's want die doen dergelijke passages wel vaker. Er zijn toch wel een paar redenen waardoor ik opkijk naar die mannen.

Wat daarna allemaal volgt is moeilijk te 'beschrijven' als kersverse speleo, aangezien het mij nog ontbreekt aan juiste terminologie etc. Het is ook moeilijk om dit allemaal te herinneren. Er waren gewoon teveel indrukken om deze allemaal te verwerken. Maar hier bevind ik mij dan, in een prachtige adembenemende sprookjesachtige wereld. De galerijen worden steeds ruimer en waar ik ook kijk, ik kan blijven genieten van de vormen, kleuren & concreties. Gretig vragen we uitleg aan het team, die ons alles vertelt wat wij willen weten. Het gevoel is moeilijk te omschrijven, maar ik herinner mij nog als kind toen ik nieuwe ervaringen opdeed, en dit gevoel is precies hetzelfde. Verwondering en ongeloof bijna, dat dit zich allemaal net onder onze voeten kan bevinden. En dankbaarheid, dat we dit met onze eigen ogen mogen aanschouwen. We zijn nogal verwend, terwijl anderen hier jaren keihard hebben voor gewerkt, krijgen wij zomaar een tripje Wuinant cadeau. Ik had al vele foto's bekeken als 'voorbereiding' op deze trip. De realiteit echter is nog een hele andere ervaring en hier kan geen enkele foto aan tippen. 

Honderden meters galerijen passeren we, het blijft maar gaan, de ene nog mooier dan de andere. De weg is mooi afgezet om de invloed van de mens op deze fragiele omgeving te beperken. Heel mooi werk geleverd door de clubs die hier keihard hebben gewerkt. Op sommige plaatsen liggen zelfs borstels om onze moddersporen terug uit te wissen. 

Tijdens een bezoek aan 'het zwembad' waarvoor we de eer hebben om door een sifon te kruipen met slechts 15cm lucht onder het plafond blijkt al snel dat ook Davy zich kiplekker voelt bij natte speleo en schrikken we ons te pletter wanneer Stijn plots een aanloop neemt en volle geweld in het 'zwembad' plonst. We wisten op dat moment niet dat het daar diep genoeg was en hadden dit niet zien aankomen. Gretig maken we gebruik om ook een plons te wagen in dit metersdiepe bad.

Wanneer we aan een sifon komen die volledig onder water staat besluiten we om te keren. Terwijl ik tijdens de heenweg reeds constant alle richtingen heb uitgekeken, verbaast het me dat op de terugweg deze wereld weer steeds anders blijkt te zijn. Fantastisch gewoon. 

Op de terugweg volgt nog een fotoshoot door onze experts Stijn & Geert. Zowel Davy, Kris als mezelf spelen voor model, onder de modder weliswaar. 

We bezoeken nog, met een deel van de groep, de Leopard grot. Ook deze is fantastisch mooi en Stijn legt uit waar de Leopard grot zijn naam haalt en toont ons ook waarom. 

Daarna is het richting uitgang. Plots wordt alles terug nauwer en pas nu begint mijn hart in mijn keel te kloppen. We moeten nog terug door de Haminte. Ik kijk nog even naar Davy maar die blijkt heel kalm te zijn. In het heengaan is het ons gelukt dus tijdens het terugkeren moet het gewoon ook lukken. We wringen onszelf door de nauwe gangen en 70 minuten later zijn we terug aan de uitgang. Het licht en de buitenlucht doen goed. Nog even baden in de Magne om af te spoelen en daarna richting de auto. Nog even onze ervaringen delen en moe maar voldaan trekken we huiswaarts.

Wanneer ik s'avonds uiteindelijk in mijn bed glijd kan ik de slaap toch niet vatten. In mijn hoofd zit ik nog steeds in de grot. Omdat ik nochtans moe genoeg ben vraag ik me af waarom ik niet kan slapen en traag sijpelt het besef binnen dat dit wel eens adrenaline kan zijn. 'sMorgens sta ik op met het gevoel dat ik reeds terug wil. Ik begin te begrijpen dat speleo een verslavend effect heeft. Op naar meer dus….

Randy

vrijdag 7 augustus 2020

De 27ste expeditie naar het grensgebied van de Haute Marne en Haute Saône. (24/07 tot 02/08/2020)

 Tijdens de 27ste expeditie zijn we een week lang met 11 speleo's neergestreken in Fouvent-le-Bas, waar we ons ondertussen al 5 jaar lang ontfermen over de ondergrondse systemen van de Vannon en Rigotte.

Het team, bestond uit 6 duikers en 5 droge speleo’s, en voor het eerst konden we ook rekenen op een biospeleo-duikster.

De Rigotte kreeg dit keer het leeuwendeel van onze aandacht, deels omdat dit project ook voor niet-duikers mogelijkheden biedt.

De 'vaste' ladder naar de modderige 'Jonction du Scarabée' (foto: Jos)

Een eerste groot wapenfeit van de groep is de realisatie van een nieuwe ingang aan het systeem. Via de grot D40 ofwel de Grotte de Fouvent, kunnen vanaf nu ook niet duikers kennis maken met de ondergrondse rivier over een afstand van ongeveer (600)m, aan beide zijden omgeven door een sifon. En alhoewel de verbinding, de Jonction du Scarabée, zeer modderig is, werd deze toegang de ganse week gebruikt door de droge speleo's én de duikers.

Hierdoor kregen we tevens ook de kans om in dit deel van de grot enkele verfijnde foto’s te nemen.


Prachtige galerijen en erosievormen. (foto: Stijn)

De grot behoort nu tot de langste grotten van de Haute Saône. We hebben ook tijdens deze expé heel wat première kunnen doen. Er zijn daarbij nog honderden meters te topograferen vervolg en tevens enkele galerijen met een zeer interessant open einde.

Het is ons duidelijk dat een nieuwe droge ingang tussen de twee volgende sifons niet ondenkbaar is. Dan is het ook voor niet duikers mogelijk om gans het systeem te bezoeken!

De imposante Salle du Mont Champot (foto's: Stijn)


Er is van beide kanten actief gezocht, gegraven, gedoken en getopografeerd. We hebben hierdoor enkele vraagtekens kunnen wegwerken, maar er kwamen er ook verschillende in de plaats.

Een voorbeeld is de exploratie en topografie van de Gouffre de Côte des Baques die we als een grote kanshebber zagen om met het systeem te kunnen verbinden, maar deze piste kunnen we nu wel sluiten.

De Gouffre de la Côte de Bague: geen doorkomen aan! (foto: Erik)

Na een grondige prospectie boven de ondergrondse loop van de Rigotte werden enkele interessante mogelijkheden gevonden. Twee graafprojecten werden hier dadelijk opgestart, waarvan één de hoogste prioriteit zal krijgen bij een volgende expeditie.

De imposante galerij voor de 'Salle du Mont Champot'. (foto: Stijn) 

Ook beginnen we stilaan te dromen van een volledige doorsteek, want momenteel is al meer dan de helft van het traject tussen perte en resurgentie geëxploreerd en in kaart gebracht.

Deze droge zomer was voor ons ook hét moment om de perte te herbekijken. Dit is een grot van ruim 400m lang die heel vaak ontoegankelijk is door de vele takken die meespoelen in de ingang. We hadden geluk dit jaar! We konden ons voor het eerst een weg banen doorheen de enorme houtprop in de ingangszone en duikmateriaal tot aan de maagdelijke eindsifon brengen voor één duiker. Deze beoordeelde de sifon als 'doenbaar'. Dit is werk voor een volgende expé.


Onterecht stond de Vannon in de schaduw. Toch hebben enkele duikers de tijd gevonden om in de lange eerste sifon verschillende passages te verlengen. Dit resulteerde in twee nieuwe doorgangen, en ongeveer 100m nieuwe lijn. Eén ervan is een parallel aan de hoofdgang, en een tweede is een vervolg van een volledig nieuwe rivier, zich situerend onder de droge vallei van de Vannon.


Zeker is dat deze grotten ons nog vaak zullen verwonderen.

Het moet een fantastische architect zijn die zoiets kan bedenken!


Deelnemers:


Duikploeg: Herman, Stijn, Geert, Claire, Gauthier, Tom

Droge speleo's: Erik, Michaëla, Jos, Peter, Dagobert

(SC Cascade, SC Avalon, CRSOA, Spekul)


Tekst: Stijn en Jos

maandag 13 januari 2020

Roadtrip

Aanhoudende crue is niet het beste moment om aan duiken in karstbronnen te denken.
De voorbije zomer hebben we succes geboekt in een nieuwe bron niet ver over de Franse grens; La Cuve. De burgemeester verzekerde ons dat de bron vrijwel altijd voldoende helder is. We hebben de proef op de som genomen na een toch wel vrij natte periode; de bron was bruin, en bijgevolg onduikbaar. Op onze weg naar de Woëvre had ik nog een aantal spots geselecteerd via de site van Georisque.
Het is duidelijk dat er in de Crêtes Préardennaises nog heel wat interessante karstfenomenen verstopt zitten. De meeste bronnen zijn deze tijd van het jaar bruin van kleur, maar blijkbaar zijn er toch enkele die daaraan kunnen ontsnappen. Aan de hand van het debiet konden we nu ook een inschatting maken van hoe groot het fenomeen zou kunnen zijn. Enkele bronnen hebben voldoende indruk gemaakt, en zullen we herzien wanneer het droger is.
Zo ben ik de voorbije zomer naar een actieve bron, en een overloop gaan zien in Cheméry-sur- Bar.
De actieve bron zit werkelijk onder het wegdek in het dorp. De bodem van deze onstabiele poel, op -5m is bezaaid met blokken waar geen einde aan lijkt te komen. In de overloop; de Fosse à Dionne genaamd zat toen nog 3m water. Onderzoek van de bodem gebeurde op de tast, maar er werd geen ingang gevonden. Toch is er op veel plaatsen vaste rots aanwezig, in deze overwegend zanderige put. Het idee ontstond om in décrue het fenomeen te herbekijken, en hopelijk dankzij de stroming en het zicht een ingang te kunnen lokaliseren en eventueel vrij te maken. Eenmaal ter plaatse (deze winter) werd het plan snel vaarwel gezegd, want ook hier alleen maar bruin water en slechts een miezerig beekje komend uit de poel.
Daarnaast hebben we kunnen genieten van een verijst bos vol karstfenomenen en potentiële gouffres. Enkele werden afgedaald, om tot de vaststelling te komen dat veel van deze putten in het verleden gebruikt zijn om slachtafval in te dumpen. Volgens de lokale club zijn de nodige instanties hiervan om de hoogte, en wordt de zaak onderzocht. Duiken hebben we uiteindelijk gedaan in een leisteengroeve. Ook deze is indertijd gebruikt als dump, maar dan wel met munitie uit de eerste WO.
Kijken mag, aankomen niet!
Fosse à Dionne met LW

La Cuve

Source Bleue

Trou Radel