Posts tonen met het label Magne. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Magne. Alle posts tonen

maandag 28 september 2020

Bezoek aan Wuinant

Op 2 september werd, na een groot aantal werksessies, de verbinding gerealiseerd tussen de Haminte grot en de Wuinant. 
Deze droge toegang werd reeds gezocht sinds 1987 (lees in Regards no5 1989). Door de herpositionering van de topografie en mede door het gebruik van technische hulpmiddelen kon, de afgelopen jaren, de zoektocht meer gericht gebeuren. Verschillende clubs en de hele resem aan exploratiekennis werden ingezet om dit resultaat te bereiken!
Je kan er alles over lezen op deze blog en ook op die van GRSC en SC Avalon.
http://grsc.over-blog.com/
https://scavalon.blogspot.com/
We merken op dat de Wuinant en Haminte grotten afgesloten zijn. De grot is sinds vele jaren in beheer van de GRSC.
Voor twee Cascade explo-leden/duikers was ons bezoek op 20 september aan de Wuinant via Haminte dé ervaring van hun leven.
Lees hierna het relaas door Randy.
Geert


Zaterdag 19 september, de vooravond van een grote dag. Voor de tiende maal alle spullen controleren om zeker te zijn dat alles voorhanden zal zijn morgen. En om de indruk te wekken bij de ervaren jongens dat ook wij goed voorbereid zijn natuurlijk. 

Nog eens het mailtje lezen van Stijn, voor de honderdste maal waarschijnlijk. Wat zou die nu bedoelen met 'een selectief smalle passage'. In plaats van de vraag te stellen aan de kenners voelde het gewoon beter om mezelf wijs te maken dat dit slechts een restrictie zou zijn van enkele meters, tussen het Haminte stelsel en de Wuinant grot. Ik wist toen nog duidelijk niet wat ons stond te wachten. En dit was wel beter zo, anders was ik zeker thuisgebleven.

Nog even nadenken, zijn wij hier klaar voor? We nemen deel aan een activiteit van de explogroep waarvoor toch wel wat ervaring vereist is. Voor mij pas grottocht nummer 4. Voor Davy de allereerste tocht, en direct de legendarische Wuinant. Zou het wel ok zijn om mijn vriend hierin mee te sleuren? We weten op voorhand dat ervaring een vereiste is om deel te kunnen nemen aan explo. Toch is er 'iets' wat mij aantrekt om mee te gaan met deze mannen. En ook is er 'iets' vanbinnen waardoor ik geloof dat het 'wel zal lukken', wat er ook staat te wachten. Ik duik reeds 15jaar samen met Davy, waardoor ik ervan uitga dat ook hij klaar is om dit avontuur aan te gaan. Uiteindelijk ga ik slapen met de gedachte 'dit zal wel lukken'. Het lukt me dan ook snel om de slaap te vatten, tot het akelige geluid van men GSM me tegemoet komt tijdens het ochtendgloren. 

Zondag 20 september, DE grote dag. Ook al ontbreekt het ons aan ervaring, het besef dat een bezoek aan de Wuinant een kans is uit de 1000, dat is er wel. Na het lezen van de spannende blogs heb ik wel het gevoel een klein beetje mee te zijn in dit verhaal. Davy ophalen in Brugge en dan richting Luik. Tijdens de vroege uurtjes op zondag ontbreekt de grote massa verkeer op de Belgische wegen waardoor we vlot EN op tijd ter plaatse zijn en waar we Stijn, Geert & Kris treffen. Iedereen heeft er duidelijk zin in. Even is er twijfel om al dan niet neopreen aan te trekken. Maar wanneer Stijn ons vertelt dat als we de Leopard grot en 'het zwembad' willen zien we best onze neopreen aantrekken dan is de beslissing snel gemaakt. Nog even polsen wat bedoelt wordt met 'selectief smal' krijgen we een oppervlakkig antwoord, vermoedelijk om ons als beginners niet te bang te maken. Met een gerust hart trekken we richting de ingang.

Wanneer Stijn plots de ingang aanwijst dan begint mijn hart wat sneller te kloppen. Excuseer me? Zijn er alternatieven?? Toch is het gevoel dat ik de Wuinant wil aanschouwen sterker dan de angst. De volgorde waarin we zullen afdalen wordt nog afgesproken en als 2e mag ik Geert volgen naar beneden. Wanneer al snel blijkt dat dit geen ruime grot zal zijn begin ik mij toch zorgen te maken. Ik haat namelijk kleine ruimtes, en heb nog nooit eerder de mentale klik kunnen maken om me door smalle tunnels te wringen. Ik pols eens bij Davy en omdat hij zo rustig blijft beveel ik mezelf om kalmte te bewaren. Nerveus vraag ik elke paar meter aan Geert of het terug breder wordt om de hoek. Die slaagt erin om me te kalmeren door te vertellen wat ik wil horen 'ja hierna is het terug iets breder' dus ik blijf volgen. Aan deze tunnels echter blijkt geen einde te komen, zo voelt het toch aan. Toch, denk ik bij mezelf, heb ik voldoende lucht en omdat er af en toe es een spleet is waar ik mijn arm kan strekken lukt het mij om kalm te blijven. Ik probeer te denken aan de beloning die zal volgen en terwijl lukt het om centimeter per centimeter vooruit te komen. Net wanneer ik begin te geloven dat deze smalle gangen nooit zullen eindigen begint alles wat ruimer te worden en hoor ik de geruststellende woorden 'we zijn in de Wuinant'. Op dit moment waren dit de woorden die ik zo nodig had, en uiteindelijk zijn die er ook gekomen. Trots op mezelf dat ik zo ver ben gekomen, maar wel bewust negeren dat we dezelfde weg moesten terug keren. Trots op mijn makker Davy ook, want die had dit zomaar gedaan tijdens zijn eerste grottocht. Respect voor de ervaren speleo's want die doen dergelijke passages wel vaker. Er zijn toch wel een paar redenen waardoor ik opkijk naar die mannen.

Wat daarna allemaal volgt is moeilijk te 'beschrijven' als kersverse speleo, aangezien het mij nog ontbreekt aan juiste terminologie etc. Het is ook moeilijk om dit allemaal te herinneren. Er waren gewoon teveel indrukken om deze allemaal te verwerken. Maar hier bevind ik mij dan, in een prachtige adembenemende sprookjesachtige wereld. De galerijen worden steeds ruimer en waar ik ook kijk, ik kan blijven genieten van de vormen, kleuren & concreties. Gretig vragen we uitleg aan het team, die ons alles vertelt wat wij willen weten. Het gevoel is moeilijk te omschrijven, maar ik herinner mij nog als kind toen ik nieuwe ervaringen opdeed, en dit gevoel is precies hetzelfde. Verwondering en ongeloof bijna, dat dit zich allemaal net onder onze voeten kan bevinden. En dankbaarheid, dat we dit met onze eigen ogen mogen aanschouwen. We zijn nogal verwend, terwijl anderen hier jaren keihard hebben voor gewerkt, krijgen wij zomaar een tripje Wuinant cadeau. Ik had al vele foto's bekeken als 'voorbereiding' op deze trip. De realiteit echter is nog een hele andere ervaring en hier kan geen enkele foto aan tippen. 

Honderden meters galerijen passeren we, het blijft maar gaan, de ene nog mooier dan de andere. De weg is mooi afgezet om de invloed van de mens op deze fragiele omgeving te beperken. Heel mooi werk geleverd door de clubs die hier keihard hebben gewerkt. Op sommige plaatsen liggen zelfs borstels om onze moddersporen terug uit te wissen. 

Tijdens een bezoek aan 'het zwembad' waarvoor we de eer hebben om door een sifon te kruipen met slechts 15cm lucht onder het plafond blijkt al snel dat ook Davy zich kiplekker voelt bij natte speleo en schrikken we ons te pletter wanneer Stijn plots een aanloop neemt en volle geweld in het 'zwembad' plonst. We wisten op dat moment niet dat het daar diep genoeg was en hadden dit niet zien aankomen. Gretig maken we gebruik om ook een plons te wagen in dit metersdiepe bad.

Wanneer we aan een sifon komen die volledig onder water staat besluiten we om te keren. Terwijl ik tijdens de heenweg reeds constant alle richtingen heb uitgekeken, verbaast het me dat op de terugweg deze wereld weer steeds anders blijkt te zijn. Fantastisch gewoon. 

Op de terugweg volgt nog een fotoshoot door onze experts Stijn & Geert. Zowel Davy, Kris als mezelf spelen voor model, onder de modder weliswaar. 

We bezoeken nog, met een deel van de groep, de Leopard grot. Ook deze is fantastisch mooi en Stijn legt uit waar de Leopard grot zijn naam haalt en toont ons ook waarom. 

Daarna is het richting uitgang. Plots wordt alles terug nauwer en pas nu begint mijn hart in mijn keel te kloppen. We moeten nog terug door de Haminte. Ik kijk nog even naar Davy maar die blijkt heel kalm te zijn. In het heengaan is het ons gelukt dus tijdens het terugkeren moet het gewoon ook lukken. We wringen onszelf door de nauwe gangen en 70 minuten later zijn we terug aan de uitgang. Het licht en de buitenlucht doen goed. Nog even baden in de Magne om af te spoelen en daarna richting de auto. Nog even onze ervaringen delen en moe maar voldaan trekken we huiswaarts.

Wanneer ik s'avonds uiteindelijk in mijn bed glijd kan ik de slaap toch niet vatten. In mijn hoofd zit ik nog steeds in de grot. Omdat ik nochtans moe genoeg ben vraag ik me af waarom ik niet kan slapen en traag sijpelt het besef binnen dat dit wel eens adrenaline kan zijn. 'sMorgens sta ik op met het gevoel dat ik reeds terug wil. Ik begin te begrijpen dat speleo een verslavend effect heeft. Op naar meer dus….

Randy

maandag 16 december 2019

Fond de trou

Duiken op afgelegen plaatsen, of ‘plonger fond de trou’ vergt een aparte benadering. Hoe minder gewicht er getransporteerd moet worden hoe liever ze je zien komen. Belangrijk is dat de duiker kan zinken, en een zekere autonomie heeft. De keuze voor stalen flessen van 200 of 300 bar zorgt meestal voor voldoende lucht en het voordeel dat er geen extra lood/gewicht nodig is om onder water te verdwijnen. Belangrijk is om die flessen op een veilige manier te transporteren. Daarvoor werden buizen ontworpen waar de flessen in schuiven.
Er zijn twee ‘light duiken’ georganiseerd. Eén de Grotte-Mine Vaux sous Olne, en de dag erna in de Wuinant.

In de Mine hebben we na een voorgaande duik een hangende sifon kunnen passeren, momenteel gedoopt tot S7. Die sifon is door de GRSC voor een stuk leeggepomp zodat ook niet duikers het bassin kunnen passeren. Ongeveer 40m verder heb je dan de veelbelovende S8, vermoedelijk een zicht op de rivier, en het doel van de dag. Drie waterratten passeren de S7, nu herschapen tot een VM met op het laagste punt 10cm lucht. 
De S8 dan; een plas gevolgd door een versmalling. Twee flessen passeren niet, één uitgepikt; lastig. Er lijkt een luchtklok te zitten voorbij de versmalling. Een duikpoging dan maar met één fles om daarna direct de luchtklok te checken. Daar bleek voldoende lucht in aanwezig te zijn, en er was zelfs communicatie mogelijk met de ploeg aan de andere kant. Op die manier kon ik veilig de ruimte onder de luchtklok verkennen. Tegen alle verwachting in was er geen vervolg te vinden. Het bleek een cul de sac te zijn, van max -2m diep. Aan het vertrek werd nog een depart gevonden waar een meter of 3 onder het plafond kon worden opgeschoven tot het te smal werd.
Al topograferend dropen we af. De sherpaploeg had niet stil gezeten. Zij hebben in een parallelle gang een sifon aan het pompen geweest, de S6. Stijn en Frits gaan het resultaat voelen na 20cm minder water. Ik voel een vervolg maar kan geen oplossing verzinnen om die sifon in apnee te passeren. Het is er krap, en er zijn verschillende bochten te nemen. Frits denkt een oplossing te hebben gevonden en verdwijnt in het bruine sop. Stijn, je moet komen, het loopt verder. Ook bij een tweede poging en enkele slokken verder besluit ik dat hij op verkenning kan gaan. Na een 30tal meter is er een zaaltje waar een klim zou moeten gemaakt worden. Zo hebben we één deur kunnen sluiten, maar een ander op een kier gezet. Wordt vervolgd.

Aan de Wuinant was er een aangename drukte, bestaande uit een topoploeg, een balisageploeg, een Arcaneploeg en een duikploeg. Om de lompe duikspullen ter plaatse te krijgen werd gerekruteerd uit alle ploegen. Alles verliep naar wens. Zonder wachttijden, mede dankzij het vaste equipement kon iedereen zich op z’n doel richten. Voor de duiker stond een verkenning van de S4-S5-S6 op het programma, achteraan in de grot, ruim 1000m voorbij de eerste ducks. Achter een lange VM zitten er twee sifons die voor de grootste toevoer van water zorgen in de grot. De S4 ziet er dan ook erg veelbelovend uit. Helaas is het onderaan het bassin, op -4m in de prachtige verticale plooiing te smal. Ook de S5 is na 2m een te smalle spleet. De S6 dan; groot bassin waar een gang in vertrekt. Op -6m na ongeveer 8m onder het plafond was er geen doorkomen meer aan. Ook in het startbassin is er geen depart. In functie van de nieuwe topo van de grot zijn ook deze beperkte resultaten nuttig. Daarmee is het voornaamste duikwerk in de Wuinant achter de rug. Rest ons de natte, vuile spullen naar buiten te zeulen vooraleer we ons aan de afwas zetten.

De ploeg

S4 Wuinant

VM Wuinant

S4 Wuinant

S5 Wuinant

maandag 28 oktober 2019

Wuinant zonder water!?

Vijf jaar geleden zijn we tot de vaststelling gekomen dat de bestaande publicaties van de topo van de Wuinant, meer bepaald de ondergrondse Magne, fouten bevatten. Daarvoor zijn we ondertussen 3 maal post sifon geweest. Eerst om een vast topopunt te bepalen aan het oppervlak door middel van Arvameting, en uiteindelijk daaraan de topo van het eindpunt van de grot te koppelen. Die eindpunttopo is nooit eerder gemaakt. Ook het overzicht met de verschillende pertes is nieuw. We weten nu dat er slecht 15m ontbreekt met de perte (Hadelin), en een kleine 20m tot aan het oppervlak. Het idee om een ingang te vinden voor niet duikers lijkt dus nog niet voor morgen. Het moet gezegd worden dat het niet aan het gebrek aan doorzettingsvermogen van de verschillende clubs heeft gelegen dat die verbinding er nog niet is. Er is al heel veel en heel hard gewerkt in alle mogelijke gaten aan de Magne. Wellicht is het probleem dat een bepaalde plooiing alle evidente passages tussen de Hadelin en de Wuinant onder water zet. Bij ons laatste bezoek hebben we achteraan een tiental nieuwe meters kunnen vinden, maar ook daar zijn we gestopt op een steil dalend plafond en uiteindelijk water.

Maar, bij ons laatste bezoek werden we ook aangenaam verrast.
Door de jaren heen stellen we vast dat er steeds minder en minder water is in de Wuinant. Vroeger had je een stromende rivier onderaan de ingangsput, maar tegenwoordig is er geen sprake meer van stroming. De sifons zijn daarmee gereduceerd tot bassins die steeds minder en minder water bevatten. Tot op een dag er geen persluchtflessen meer nodig zijn om de sifons te passeren. Tegenwoordig zijn die sifons herleid tot 3 ducks, korte sifons en voute mouillantes. Alle zijn ze minder dan 2m lang en minder dan 40cm diep.
De ducks zijn geëquipeerd met een speleotouw aan het plafond, en aan het vertrek van de natte zone is er een markering aangebracht (rode streep) om het waterniveau in te kunnen schatten.

De vraag is natuurlijk hoelang we deze passage kunnen behouden. Misschien heeft het klimaat hier een invloed op, of zijn de pertes minder actief, of zijn er nu betere pertes ondergronds, of kan de exploitatie van de nabij gelegen carrière hier voor iets tussen zitten? Zo is er achteraan in de grot nog steeds stromend water van 2 verschillende oorsprongen, maar geen van beide slaagt er nog in om door de volledige grot te stromen. Wellicht is één crue voldoende om het bassin weer te vullen en is een doorsteek zonder flessen uitgesloten. Momenteel hebben we dus een venster!  en wie weet komt er ooit nog een doorsteek met één van de pertes.

Bescherming: de grot is afgesloten. Voor meer info, neem a.u.b. contact op met ons of met GRSC.

Heet van de naald: Een recent bezoek heeft enkele zeer geslaagde foto's opgeleverd van de hand van Paul De Bie, en er is een interessante première gemaakt met het oog op een nieuwe ingang.

Wordt vervolgd!

Leuk weetje: met walkie-talkies kan je door 20m bodem communiceren!

Stijn

Walkie-talkie communicatie met het oppervlak

ARVA meting (blauw toestel midden  op de foto)

maandag 4 februari 2019

C7


Het clubhuis van C7 met bijbehorende duikgrot werd opnieuw opengesteld voor ons, waarvoor veel dank! Het was er druk op deze unieke locatie. De één na de ander kon zich vertrouwd maken met de versmallingen en het bochtenwerk in deze pittige sifons. Na Raf en Herman zijn Tom en Stijn post S2 geweest om enkele filmbeelden te schieten. Tenslotte zijn Michel en Gauthier er nog te water gegaan om flessen af te leggen voor de S3. Gauthier zou namelijk het eindpunt in de S6 willen herzien.
Benoit, nogmaals hartelijk bedankt om ons te slapen te leggen op je speleozolder! Heerlijk geslapen.

Uiteraard werd het weekend afgesloten met het betere kap en breekwerk. Het was ondertussen de 6e sessie in de Trou Verticale aan de Magne. Bij aanvang zag het er niet slecht uit. Het kon alle kanten uit, en het schoot lekker op. Uiteindelijk hebben we drie mogelijkheden open gemaakt waarvan er niet één evident is. Er zijn sinds de ‘Cascade’ werken ongeveer 6m bijgekomen. De vraag rijst nu in welk gat we energie moeten steken. Eén ding is zeker; de temperatuur is grottemperatuur, en in winterse omstandigheden wordt de luchtstroom er zeer goed aangedreven. We zoeken en krabben verder.




woensdag 26 december 2018

Luik

Deze winter hebben we onze toevlucht gezocht in de regio Luik. We kunnen er trainen in de verschillende duiksites en we hebben er ook een interessante chantier. Die combinatie, samen met een gezellige gîte zorgen keer op keer voor een geslaagd weekend.


Het is al van 2016 geleden dat we samen met Sven Devos de versmalling in de S2 van de Goffontaine hebben aangepast. Verschillende duikers zijn daarna de revue gepasseerd, met als resultaat dat er toch een aantal nieuwigheden aan het licht zijn gekomen. De bestaande topo is naar mijn gevoel aan vernieuwing toe. Alvast een schets (coupe developé) om een idee te krijgen. 



Ook duikers verleggen al eens een blokje. Met verenigde krachten zijn we opnieuw een goeie meter opgeschoten in de TV (Trou Verticale) aan de Magne.


Het was ontwaken in een sneeuwlandschap. Met de nodige voorzichtigheid is iedereen toch op bestemming geraakt, dankzij de sneeuwkettingen. Ondergronds was het aangenaam vertoeven in de op temperatuur gebrachte grot, voorzien van een mooie rookpluim. Om een beter beeld te krijgen werd ook een nieuwe topo gemaakt van de heuvel, en alles daarin. Onderaan hebben we zicht gekregen op een spleet met verschillende openingen die gemakkelijk nog een meter dieper lopen. We hopen de hoofdaanvoer van de wind onderin ergens terug te vinden, want nu komt die uit een onbenullig gaatje 2m hoger.
S.


zondag 2 december 2018

Voor elk wat wils...

Als we een gemengde groep samen brengen van duikers en speleo's dan moeten we soms wat creatief en flexibel zijn. Bovendien moeten we in dit seizoen ook rekening houden met de jacht waardoor niet alle sites toegankelijk zijn. Zo zijn we onlangs gaan graven aan de Magne (nabij de Wuinant) en de duikers die deden hun 'ding' in de buurt (Goffontaine, Chalet, Lillé).

Aan de Magne zijn we beginnen  graven  in een grotje dat we Trou Vertical hebben gedoopt. In de winter komt hier een stormachtige luchtstroom naar buiten. Het grotje van een 20-tal meter lang is bijna volledig gevormd in barsten en blokken. Een desob opstarten is niet altijd eenvoudig, je moet keuzes maken die de verdere exploratie gaan beïnvloeden. Gans onderin is de luchtstroom wel minder, maar toch verkiezen we om dit verder uit te graven. 
Na twee dagen werk hebben we nu zicht op een nieuwe spleet naar beneden, en een opening rechtdoor in de voornaamste breuk van de grot.
Een tweedaagse eindigen met enig perspectief is leuk. Volgende maal met 4 of 5 man want een stockageplaats is er niet meer...





zaterdag 9 december 2017

Update Magne

Met het resultaat van de laatste ARVA meting zijn we terug op het terrein gegaan op zoek naar een interessante werkplek om de doorbraak te maken naar de ondergrondse Magne. Gewapend met een warmtebeeldcamera en een omgevingstemperatuur van -2°C is de kans groot dat de goed gecamoufleerde ‘souffleurs’ zichtbaar worden. Helaas moeten we vaststellen dat het toch minder evident  is dan we gehoopt hadden. Geen wakke, warme plekken in de nu toch sterk verkleinde zoek zone.
We weten nu dat het eindpunt van de Wuinant ten zuiden ligt van de Hadelin, en dat op ruim 10m afstand, maar er lijkt geen logische weg om die te verbinden. Zowel de GRSC als de Speleo’s van Limburg hebben de krachten en de kennis verenigd om via deze grot de link te leggen. Dat het niet simpel is was al lang duidelijk.
Wat ons echter opviel tijdens de snuffelronde op de flank was de temperatuur en de wind in de Trou Verticale, een kleine  grot open gemaakt door de SCB ten noorden van de Hadelin met een beperkte ontwikkeling van 7m tussen enkele grote blokken. Vorige zomer hebben we ter hoogte van de Verticale een gat vrijgemaakt dat toen ook sterk tochtte, de Horizontale gedoopt. De buitentemperatuur was dan om en nabij de 25°C, terwijl de grot een wind uitbraakte van slechts  5°C. Ondertussen is duidelijk geworden dat de Horizontale slecht 6m van de Verticale verwijderd is, met quasi geen hoogteverschil. De temperatuur van de Verticale met de vriestemperaturen buiten was dan weer een geruststellende 11°C.
Uiteraard rijst de vraag of we te maken hebben met een court circuit tussen de Vert-Hor, of tussen de Hadelin-Vert? De speleo’s van Limburg hebben na een 10 tal sessie in de Verticale de fakkel doorgegeven. Het is nu aan ons om te bewijzen dat het niet om een 'loop' gaat, maar wel degelijk om een (groot) vervolg, want dat is het enige wat ik kan uitmaken op de hoeveelheid wind die uit de grond komt met die temperatuur.  We hopen nu dus eerst een nieuw stuk grot te ontdekken om dan hopelijk alsnog de verbinding te kunnen leggen met de Wuinant…Dromen staat vrij, en dat er voor gewerkt zal moeten worden is gebleken uit onze eerste sessie in de Verticale. De werkplaats is bepaald, de wind komt uit een opening  niet groter dan een schoendoos, en hopelijk blijven de wanden/blokken overeind staan.

Hadelin...

Vertical...

zaterdag 21 oktober 2017

Topografiepuzzelen, een nieuwe discipline in de speleologie?

In een bijdrage uit mei kon je al lezen hoe we in de grot Wuinant een duik hebben georganiseerd. Ondertussen hebben we een samenwerking opgezet met GRSC en we zien dat het gezamelijk denk-, meet- en graafwerk er stilaan vorm krijgt. 
Het resultaat van de eerste meetcampagne was bevredigend, maar toch was er nog enige twijfel omtrent de positionering van de topo van de Wuinant. Daarom hebben we opnieuw een duik georganiseerd, maar nu 'light' in vergelijking met de vorige. Met alle nieuwe kennis in het achterhoofd konden we nu ook een nieuwe meetstrategie uitwerken. Eén duiker, Stijn heeft de opdracht meegekregen om al het werk post-sifon uit te voeren, de anderen staan in voor transport en metingen aan het oppervlak en in de Hadelin grot. We voorzien nu enkel metingen met een arva. De duiker zal, indien mogelijk, topografie doen, maar vooral 'rondneuzen' in het verste deel van de Wuinant. Een goede timing om alles te synchroniseren is cruciaal.
Een eerste arva-meting bleek een negatief resultaat te hebben (grot-grot), maar de duiker heeft wel klopsignalen kunnen horen. De tweede meting (grot-oppervlak) was positief en wel op een plaats die enerzijds verrassend was, maar anderzijds toch niet onlogisch. Met de arva hebben we nu een beperkte zone kunnen afbakenen waaronder de duiker zich bevond tijdens de meting, we hebben dit gemarkeerd als punt B. De afstand duiker oppervlak was daarbij 10-20m maximaal. Om meer duidelijkheid te verkrijgen over het meten met een arva raad ik U aan om het artikel hierover te lezen in de volgende spelerpes.
Punt B ligt op een plaats in het bos waar er verder geen aanwijzingen zijn dat er een grot(ingang) onder zou liggen. Punt B omschrijft een voldoende kleine zone (enkele vierkante meters) om een totaalbeeld te verkrijgen van de positie van de Wuinant.
De duiker wist ook een aantal filmbeelden te nemen van de weelderige decoraties van de Wuinant post-sifon, ofte de collecteur van de Magne. Dit is uniek, want wij hebben hiervan nog maar weinig fotografisch materiaal gezien, en het ziet er adembenemend uit!
Daarnaast werd er een parcours uitgestippeld met fluo pijlen die je vooral doorheen de blokkenstorten loodst, en weg van de te beschermen stukken. Sifon 2, en specifiek dan het gedeelte tussen sifon 1 en 2 is met de duikspullen een zware dobber gebleken. De duiker dook een laatste keer de S2 met perslucht, de duiklijn werd nu vervangen door een speleotouw. Een toekomstige duik in aphnee van 2m lang en nog geen halve meter diep is prettiger dan flessen te zeulen.


zondag 14 mei 2017

Speurtocht naar een vergeten grot

Misschien eerst nog eens kort de situatie weergeven:
Voorbij de sifons van de Wuinant wordt in 1984 een galerij ‘à la façon Crotot’ ontdekt.
Verschillende artikels spreken tot de verbeelding en nodigen ons uit om een kijkje te gaan nemen op het terrein. We raken in de ban, maar we merken ook  dat er ‘problemen’ zijn met de bestaande Wuinant-topo. Het doet ons dromen van een nieuwe ingang waarbij we niet moeten duiken, maar blijkbaar zijn wij niet de enigen, want gaandeweg merken we dat ook speleo Limburg en GRSC er actief zijn of waren.
In 2015/2016 zijn er enkele resultaten geboekt in de twee voornaamste pertes die mogelijks voor een nieuwe ingang kunnen zorgen. In de Chantoir du Gué de St-Hadelin (verder Hadelin genoemd) zijn er enkele nieuwe meters gevonden (speleo-NL / Cascade), terwijl de Perte latéral de la Neuville (verder Neuville genoemd) opnieuw is vrijgemaakt (GRSC / Cascade). Die laatste bleek weinig aangenaam, tenzij je van versmallingen en slijk houdt. 
De orientatie van de bestaande topo van de Wuinant is niet evident, en dat  heeft ons ertoe aangezet om een exploratie post sifon te doen, met de bedoeling de positie van de ondergrondse Magne te bepalen (de rivier die de Wuinant doorkruist). Op die manier hopen we gerichter te kunnen werken in de pertes. We maken gebruik van het ARCANA baken en van ARVA sneeuwbiepers. We plannen ook het hertopograferen van het einddeel van de Wuinant, een waterkleuring en mogelijk een auditief contact.
Gemakkelijk gezegd, iets ingewikkelder in uitvoering zo bleek…
Hieronder enkele pijnpunten: hoe transporteer je elektronica doorheen een sifon? Wat is de staat van de lijnen in een sifon die misschien maar een 10 tal duikers heeft gezien? Ruim 1km post sifon doe je best niet solo; buddy’s zijn eerder schaars. Wie kan helpen met het transport, takelen en bij de metingen?
Het leek ons niet onverstandig om dergelijk project ruim op voorhand op de kalender te zetten. Maar wat bleek, er was een dubbele boeking met een activiteit in het Fort van Barchon. Zo hadden we enkele dagen voor het bewuste weekend nog steeds niet voldoende volk.
Gelukkig kwam alles net op tijd op z’n pootjes terecht met dank aan heel veel verschillende spelers. Bijgevolg was het niet gemakkelijk om overzicht te bewaren en een scenario uit te schrijven.
De eerste dag zag er als volgt uit: duikspullen voor twee duikers afzakken in de Wuinant. Eén duiker (Stijn) doet een verkenning van de sifons waarbij alle oude lijnen vervangen worden door één nieuwe. In beide sifons hingen er minimum 4 lijnen. Orde op zaken bleek alvast een goeie start, want het zicht onder water is niet meer dan 20cm na de eerste passage. Ook het parcours tussen S1 en S2 kon worden ingeschat. Geruchten van weinig zuurstof, veel slijk en dan enkele obstakels werden ingelost. Een hele beproeving!
Dag twee, de eigenlijke meting: Geert start omstreeks 8u20 de afdaling in de Hadelin grot, kleurt de actieve stroom en plaatst een ARVA in de buurt van de sifon. Daarna worden ook nog de posities van de Hadelin en Neuville grotten ge-GPS’d en er wordt een oppervlaktetopo opgenomen tussen de Hadelin en de Neuville. Tegen 11u ligt er ook een ARVA in de Neuville en wordt er een topo gemaakt van de Neuville.
 Omstreeks 9u starten Kurt en Stijn met de afdaling van de Wuinant. Tegen 11u20, 20’ te laat, staan ze op de afgesproken plaats waar ze de Arcana-zender planten. Ondertussen werden de twee pertes dus al voorzien van een Arva (zender). Ook de duikers hebben een Arva (ontvanger), en gaan op zoek naar het signaal. Op twee plaatsen werd een signaal opgevangen.
De verschillende waterpartijen werden ook uitvoerig onderzocht, want de rivier van de Hadelin werd gekleurd. Ondergronds was deze meting helaas negatief. Eén van de affluentes heeft wel voor een verrassing gezorgd. Het gaat om een 10m lange VM met ongeveer 15cm lucht. Nog eens 10m verder stond Stijn plots in een gigantische diaklaze van wel 15m hoog en 2,5m breed. De bodem voorzien van diepblauw water. Een nieuwe? ruime sifon die, naast nog enkele kleinere in de omgeving, de duikers in vervoering bracht. (later blijkt dat deze plaatst al eerder is onderzocht door speleo-NL). Ondertussen was de tijd gekomen om alles terug in te pakken in een drybag van eigen ontwerp. 
Tussen 11u en 12u30, de tijd dat de Arcana zender werkt, werd aan het oppervlak een ruime omgeving afgespeurd naar het ARCANA signaal dat vanuit de Wuinant wordt uitgezonden, echter zonder resultaat.
Tegen 14u30 staan de duikers terug onderaan de putten waar het initieel heel erg stil was. Niet veel later snelde de een na de ander naar beneden om hen te helpen. Voor de duikers een heerlijk gevoel om te zien hoe de organisatie van de portage volledig werd overgenomen en het materieel met de  vlotheid van een geoliede machine naar boven ging. 
Met de Arva metingen en enkele schetsen zijn we nu aan het knutselen geslagen. Zeker is, dat bestaande topo, op z'n minst, niet juist is gepositioneerd. Een hele opgave om dit alles met relatief weinig gegevens recht te trekken. Het ARCANA signaal niet werd gevonden omdat de plaats van de zender buiten de zoekzone viel. Enkele vragen werden opgelost, maar we hebben er weer andere bij. De Wuinant post-sifon blijft ‘voorlopig’ enkel het terrein van de duikers, maar voor hoe lang nog…?
 Al bij al een zeer geslaagde tocht in een pracht van een grot (zeggen de duikers). 
Met dank aan de helpende leden van Cascade, SC33 en GRSC.


dinsdag 15 november 2016

Nogmaals Magne

Ik was een beetje bevreesd omtrent de neerslag van de laatste dagen, en zie de waterstand in de Magne was erg laag, één van de laagste die ik al gezien heb.

De grot is nu droog, dus die afdamming van vorige keer is heel erg doeltreffend. Dus dat treft voor het werk. We zijn beginnen graven aan de stop. Na 34 bakken was de prop doorgebroken, dus iedereen de grot in om het vervolg te gaan bezien. Alle gangetjes daar zijn smal en er zijn passages met wat water en blubber, een echte beproeving. De centrale gang is eigenlijk een verticale spleet (beetje oblique), met verschillende versmallingen, soms op de grond, en soms hogerop. Onder de Magne drupt een beetje water naar binnen, maar verder ok. Toch een hele uitdaging om daar te gaan duiken...
De grot is veel slijkeriger geworden tov vroeger, en ook aan de sifon is er een pak slijk bij gekomen, waardoor de toegang kleiner is geworden. De sifon is er echter nog, het water is helder (als je er niet aan komt).
In de ingangspassage was veel wind (naar binnen), aan het eindpunt (sifon) is geen wind, die blijkt ergens halfweg  in een spleet naar boven te verdwijnen.
Iedereen is nu gedreven om daar eindelijk eens door te breken, maar het zal niet vanzelf gaan.

In het begin van de grot zijn nog enkele 'linke' passages die nog moeten verstevigd worden.
De ingang zelf/buiten is mooi gedaan.

G.



dinsdag 18 oktober 2016

Een nieuwe werf; een nieuwe samenwerking

Op aangeven van ‘speurneuzen’ Stijn en Geert zijn we gestart met een nieuwe werf in de vallei van de Magne, een redelijk grote beek in het stroomgebied van de Vesder. De meeste mensen zullen deze beek wellicht niet kennen. Maar misschien kunnen sommige mensen zich al meer een idee vormen als we verklappen dat deze beek achter het massief ligt waarin zich de Trou Wuinant bevindt. Droge speleologen kennen deze grot als een getrapte put van zo’n 30 meter diep waar je leuk met touwen kan spelen. Beneden is de pret echter vlug voorbij, want al gauw stoot je er op een sifon. Voor duikers begint hier pas de pret, want na een stevig stukje ploeterwerk onder water duik je opnieuw op in een mooi geconcretioneerde galerij van wel een kilometer lang waar de beek rustig doorheen stroomt. De mensen die hier ooit geweest zijn, zijn echter op één hand te tellen en ook foto’s van dit gedeelte zijn uiterst zeldzaam (als die al bestaan). Toch moet het mogelijk zijn om toegang te krijgen tot deze galerij. Deze gang loopt immers tot bijna aan de vallei van de Magne. Het water uit de Magne heeft de grot uitgeslepen om een vluggere weg naar de Vesder te maken. Tussen de verdwijnpunten in de Magne en de droge galerij ligt nog maar een paar meter gesteente. Deze verdwijnpunten zijn de Grotte Hadelin en de Perte de Neuville. Met een beetje desobstructiewerken zou je dus een verbinding tussen één van beide verdwijnpunten en de collecteur van de Trou Wuinant kunnen maken.

Tot zover de theorie. Zoals altijd is de praktijk wel even anders. Dat ondervonden we toen we zondag voor de eerste keer officieel aan de Perte de Neuville gingen werken. Tot voor enkele jaren kon je dit verdwijnpunt nog een 80-tal meter volgen tot aan een sifon. Nu blijft hier hooguit nog 10 meter van over. Een minder ervaren lid van de Waalse speleoclub GRSC had – tegen alle advies van zijn club in – het initiatief genomen om vanuit de beek een sleuf naar het verdwijnpunt te graven, zodat er voortdurend water in stroomt. Dit clublid dacht hiermee de grot schoon te spoelen, maar het resultaat is dat er grote hoeveelheden modder, takken en huishoudelijk afval naar binnen zijn gespoeld die de grot aardig hebben doen dichtslibben. Ons eerste werk bestond er zondag dan ook uit om de eerste meters van de perte proper te maken en een modder/takkenprop op zo’n acht meter diepte aan te vallen. Zo haalden we alvast 25 bakken smurrie uit de grot. Tegelijk damden we de sleuf weer af en we beveiligden de grot tegen nieuwe crues. Dit deden we door één van de twee ingangen van de grot volledig dicht te gooien met stenen (een heel vreemde ervaring voor wie meestal stenen uit een grot sleurt) en de tweede ingang te stabiliseren met wat cement. De tweede ingang werd ook afgedekt met een rooster van betonijzer en een ter plaatse gevonden kooi, zodat er geen takken meer naar binnen kunnen spoelen.

De werken aan de Perte de Neuville gebeuren overigens in een officiële samenwerking met de Waalse speleoclub GRSC. Onafhankelijk van elkaar had zowel onze club als GRSC interesse opgevat voor de Perte de Neuville. Een voorstel tot samenwerking was dan ook het logische vervolg, en tot onze blijdschap ging GRSC graag op onze uitnodiging in. Zo werkten we zondag samen met Pol Xhaard en de Nederlandse GRSC-leden Bart, Wolter en de onvermoeibare Frits, die met zijn Jeep Defender losjes door de bedding van de Magne reed om onze spullen vlakbij de perte af te zetten. GRSC heeft vroeger overigens al heel veel in dit verdwijngat gewerkt, zelfs met bijzonder groot materiaal. Toen slaagde men er niet in om een verbinding te maken. Misschien lukt het met vereende krachten nu wel?

Deelnemers: Kenneth, Kris, Myriam (Cascade) en Pol, Frits, Wolter, Bart (GRSC)



donderdag 10 december 2015

De scubadocter...

Samen met een duiker van SC Avalon kregen we de kans om ons OW desobset te perfectioneren. Wat oorspronkelijk op een formaliteit leek heeft ons toch het volledig weekend in de ban gehouden. Zo hebben we meer dan voldoende ervaring kunnen op doen in het harder gesteente. Het resultaat is navenant. Meer info later. Bij deze: Indien je explo onder water op een hardnekkig blok stuit:  Call the Scubadocter ;-)!

Een ander project is lopende samen met enkele Nederlanders van o.a. de grotmeetwerkgroep. Zij hebben recent enkele meters kunnen toevoegen in de Hadelin, een perte van de ondergrondse Magne. Een laatste poging in die regionen om de wind te volgen bleek om een rondgang te gaan. Voorlopig einde dus. Op initiatief van Erik werd het over een andere boeg geworpen. Nadat hij de nodige spullen bij elkaar verzameld had hebben we hem gelanceerd in de sifon van de Hadelin. Deze is ooit gedoken door Luc Funcken met einde op -3m op een muur van klei. Ook nu bleek dit het eindpunt te zijn, maar Erik kon toch een venster vinden met daarachter een stijgend vervolg. De bodem bestaat uit bagger en laat zich gemakkelijk uitgraven. Een probleem is het gebrekkige debiet dat alle sediment zou kunnen wegspoelen na het woelen. Na zijn positieve uitstap zijn we volop plannen gaan maken om door middel van waterwerken het debiet te verhogen. We gaan uit van een foutieve topo van de Wuinant en hopen via de sifon van de Hadelin de collecteur te kunnen bereiken.

Op naar een volgende!

het nieuwe explo team

donderdag 3 september 2015

Magne...

Marne, Magne, het lijkt op mekaar, maar er zitten honderden kilometers tussen...



Begin dit jaar leerden we dus toevallig de Magne kennen, en ook wij geraakten in de ban van de collecteur van de Wuinant.

Retour naar Foret dus, waar we werken in enkele grotjes die boven het traject van de Wuinant liggen, de ultieme droom; het vinden van een droge toegang tot de Wuinant post-sifon. Wij zijn echter niet de eersten die hierop hun tanden stuk bijten. Clubs La Rousette, SCB, ABYS, ... alle hebben tevergeefse pogingen gedaan om er door de karst te raken. Nu, 20 jaar later, is het moment aangebroken opdat enkele enthousiaste speleo's er een nieuwe poging wagen, nieuwe technieken kunnen wellicht mee helpen om het ultieme doel te bereiken.
We contacteerden in elk geval de belangrijkste spelers van het terrein, die alle een 'GO' gaven.

Terug naar het WE 22 en 23 augustus. Een 5 koppige ploeg bestaande uit leden van Cascade en Speleo Nederland strijkt neer te Foret. Het moment om de omgeving beter te leren kennen. De activiteiten zijn; desob, graven, topo. Het betere inzicht in de ondergrond geeft ons in elk geval nieuwe ideeën en moed om er verder te werken. We mochten enkele meters première optekenen, met zicht op meer...
G.

Weinig tekst, maar ter compensatie enkele sfeerbeelden: