donderdag 9 november 2017

Explowaterpartijen

De beelden spreken voor zich, we amuseren ons over de grens. 
Naast klassieke duiken in groep en droge speleo zijn volgende explowaterpartijen aan bod gekomen:
De Artouze bleek ‘a point’. Een heldere beek komt uit de bron gelopen. Met een schets van Michel Pauwels op zak en een gedreven grotduiker die quasi overal in past kon de bron verder onderzocht worden. Ook Julien kwam tot de vaststelling dat de eerste helft van de bron artificieel is, daarna verspert een mikado van blokken de laminoir en het mogelijke vervolg. 
Op uitnodiging van Julien hebben we daarna de handen uit de mouwen gestoken in de bron onder het ‘Usine’, zeg maar de zusterbron van de Bezerne. Het werk bestaat uit emmers puin vullen. Hier en daar komt alvast een stuk vaste wand piepen. Helpende handen dringen zich op.
In de Bezerne werd  dan weer een voorzichtige duik gedaan. De ingang blijft naar mijn gevoel onstabiel. Bijkomende uitdaging is dat de bron in normaal regime, aanvaardbaar zicht met andere woorden een permanent lage waterstand heeft.  Hierdoor moeten de eerste meters op het droge worden afgelegd. De  uitrusting zal het geweten hebben.
Een andere interessante bron leek ons die van Rachecourt. Na een tunnelcomplex met een hoog fun gehalte kom je aan de natuurlijk  bron. Er werd op twee plaatsen gegraven. De mogelijkheden moeten verder onderzocht worden, maar dan  met ander materiaal. Wordt vervolgd.
En uiteraard kon de Sichatel niet ontbreken op het programma. De courage om lijn bij te leggen werd getemperd bij het zien van het eindpunt, een  laminoir van 60 cm hoog, die dan ook nog eens van 3m naar minder dan 2m breed gaat. Ik zag mezelf al net als vorige keer vastkruipen… Nu, zwemmen tot het eindpunt is al voldoende avontuurlijk. Daarnaast heb ik de vrijheid genomen om een en ander in scene te zetten.
Heet van de naald: een collega duiker heeft het eindpunt van de laminoir bereikt, en ongeveer 20m voorbij het voormalige eindpunt  heropent de gang zich opnieuw! Hier gaan we weer!

Zie ook deze link van de GERSM.

(film in lage kwaliteit)






zaterdag 21 oktober 2017

Topografiepuzzelen, een nieuwe discipline in de speleologie?

In een bijdrage uit mei kon je al lezen hoe we in de grot Wuinant een duik hebben georganiseerd. Ondertussen hebben we een samenwerking opgezet met GRSC en we zien dat het gezamelijk denk-, meet- en graafwerk er stilaan vorm krijgt. 
Het resultaat van de eerste meetcampagne was bevredigend, maar toch was er nog enige twijfel omtrent de positionering van de topo van de Wuinant. Daarom hebben we opnieuw een duik georganiseerd, maar nu 'light' in vergelijking met de vorige. Met alle nieuwe kennis in het achterhoofd konden we nu ook een nieuwe meetstrategie uitwerken. Eén duiker, Stijn heeft de opdracht meegekregen om al het werk post-sifon uit te voeren, de anderen staan in voor transport en metingen aan het oppervlak en in de Hadelin grot. We voorzien nu enkel metingen met een arva. De duiker zal, indien mogelijk, topografie doen, maar vooral 'rondneuzen' in het verste deel van de Wuinant. Een goede timing om alles te synchroniseren is cruciaal.
Een eerste arva-meting bleek een negatief resultaat te hebben (grot-grot), maar de duiker heeft wel klopsignalen kunnen horen. De tweede meting (grot-oppervlak) was positief en wel op een plaats die enerzijds verrassend was, maar anderzijds toch niet onlogisch. Met de arva hebben we nu een beperkte zone kunnen afbakenen waaronder de duiker zich bevond tijdens de meting, we hebben dit gemarkeerd als punt B. De afstand duiker oppervlak was daarbij 10-20m maximaal. Om meer duidelijkheid te verkrijgen over het meten met een arva raad ik U aan om het artikel hierover te lezen in de volgende spelerpes.
Punt B ligt op een plaats in het bos waar er verder geen aanwijzingen zijn dat er een grot(ingang) onder zou liggen. Punt B omschrijft een voldoende kleine zone (enkele vierkante meters) om een totaalbeeld te verkrijgen van de positie van de Wuinant.
De duiker wist ook een aantal filmbeelden te nemen van de weelderige decoraties van de Wuinant post-sifon, ofte de collecteur van de Magne. Dit is uniek, want wij hebben hiervan nog maar weinig fotografisch materiaal gezien, en het ziet er adembenemend uit!
Daarnaast werd er een parcours uitgestippeld met fluo pijlen die je vooral doorheen de blokkenstorten loodst, en weg van de te beschermen stukken. Sifon 2, en specifiek dan het gedeelte tussen sifon 1 en 2 is met de duikspullen een zware dobber gebleken. De duiker dook een laatste keer de S2 met perslucht, de duiklijn werd nu vervangen door een speleotouw. Een toekomstige duik in aphnee van 2m lang en nog geen halve meter diep is prettiger dan flessen te zeulen.


donderdag 31 augustus 2017

Champagne-Ardenne / Lorraine ?

Niet gemakkelijk om deze grensstreek te benoemen. Departementen Meuse, Marne, Haut-Marne.
Op de grens dus van de Champagne-Ardenne en Lorraine zijn we deze zomer weer neergestreken.
Hieronder een klein overzicht van de belangrijkste activiteiten, voornamelijk onderwaterexploraties in deze boeiende omgeving, maar ook enkele reguliere grotduiken.
funduik (foto JT)
Aan de Artouze in Rupt-aux-Nonains werd de ingang in enkele sessies verder vrijgemaakt. De bron die s ’zomers niet actief is blijft aan de troebele kant na het wroeten. Maar toch, de passage die onze voorgangers beschreven hebben als smal en chaotisch werd teruggevonden. Het viel ons meteen op dat die gang helemaal niet natuurlijk is. Hij is een vrij rechthoekige, met opeengestapelde blokken tot aan de vaste rots.  Het vertrek in de natuurlijke bron zou te smal zijn, maar ene Michel Pauwels zou een alternatief gevonden hebben dat wel passeert. Bij laag water is de artificiële tunnel voorzien van een beetje lucht en kan je de linke boel aanschouwen waar je doorheen moet. Olifanten blijven hier beter weg.
Duiker in Artouze
De zusterbron, die iets hoger gelegen is geeft merkwaardig genoeg het hele jaar door water. De Moulin is een kleine watergrot die na enkele tientallen meter eindigt op een laminoir waar het gros van alle water uit komt. Er werd gegraven. Met hulp van het water en daarna ook van Julien zijn we toch een aantal meter kunnen opschuiven in deze pseudo sifon. Een pletwals van 25cm met enkele centimeter lucht. Helaas doet de natuur er na 5m er nog eens 10cm van af en is het gedaan met wringen voor ons.
Moulin
Eén dorp verder stroomop wordt de Saulx voorzien van ongeveer de helft van z’n water.
In de meander van Lavincourt zijn dan ook tal van bronnen. Eén daarvan is voorzien van een prachtig gewelfde tunnel tot aan de vaste rots, en geeft ook in de zomer een flink pak water.
Op het eerste zicht zag het er allemaal uit  zoals in de boekjes, maar eens onder water merk je dat de spleten van het type ‘impenetrable’ zijn. Helaas, maar wel een prachtige wandelomgeving.
Tunnel de L
Er werd ook gezwommen. Zo ben ik in de Sichatel tot 440m ver geweest. Na 350m kom je in het actief. Mijn bedoeling was om een stuk stroomaf te verkennen, maar na een 15-tal meter werd het mij te claustrofobisch. De gang wordt niet alleen laag, maar ook smal. M’n zicht verdween, en ik kon niet direct draaien…vooruit of achteruit nu? Met wat ik gezien had leek het me gemakkelijker om een stukje vooruit te wringen en dan te draaien. Kalm blijven, rustig, en oef. Gedraaid, en nu tegen de stroom en opnieuw zicht. We zijn weer vertrokken! Stroomop van aan de ‘branche morte’ heeft de gang een diameter van gemiddeld 3m en is het zicht oneindig. Echt genieten! Ook nog waarnemingen van het onderwaterleven doorgegeven aan een bioloog die er een studie over maakt.
Wringen in Sichatel (foto JMG)
Tijdens één van de roadtrips zijn we voorbij de overloop van de Rupt du Puits gepasseerd, en wat bleek: helder water. Wat meestal een bruine beek uitbraakt wordt in de zomer non-actief en alles kan daardoor bezinken en limpide worden. Het leek me dan ook een unieke kans om deze legendarische plek  zelf te ervaren. Het grotduiken heeft hier in de beginjaren z’n eerste wereldrecords gekend met eerst de langste ondergelopen passage van de wereld en daarna nog eens de langste post sifon ter wereld. De sifon heeft in de ingang enkele onstabiele rolkeien, maar is verder voorzien van een elektrische draad als volglijn, en in de eerste sifon is er geen sprake van spooklijnen, en is dus best aangenaam bevonden.
Ingang RDP
Op uitnodiging zijn ook de ondergondse riviertjes in de buurt van Mussey de revue gepasseerd. Een hardnekkig blok zou de doordang versperren in de Puits du Chateau, en er werd mij gevraagd eens te gaan zien. Dat zien was een eerste probleem. Het zicht klaarde maar heel traag op. Tweede probleem was dat de ingang opnieuw versperd was in het venster naar de ondergrondse rivier. Na het lichten van een blok, kon ik nog maar net m’n benen in de grot steken. Te smal dus. 
PDC (foto JT)
Een tweede riviertje daar, eveneens een overloop of een venster op een ondergrondse loop de ‘Echavets’ genaamd, eindigt na een kleine 100m op een sifon. Julien werd gelanceerd in de heldere sifon die op zijn maat gemaakt lijkt. Hij heeft nu tot 35m ver verkend in deze laminoir , met einde op niets. 
Duiker in Echavets (foto JT)
Heet van de naald: in Belgie zijn we achteraan in de Tahaux het vervolg gaan inspecteren. Na wat meppen en wrikken werd de versmalling overwonnen. Daarachter zitten we onder een vast plafond met 3m verder in deze lage ruimte twee mogelijkheden: één naar de rivier onder de blokken en een ander in een smalle schouw waar misschien een niveau in zit. Voorlopig dus geen cadeau’s.

woensdag 26 juli 2017

Kiezen is soms verliezen

In maart van dit jaar vonden we in de buurt van de Perte des Mazurettes na een volledige dag bakken versleuren in de Tunnel des Taupes per toeval een nieuwe grot, de Trou Vaille.
Diezelfde dag is er gegraven tot tegen de rotslagen, waar we zicht kregen op een putje met halverwege een afstap. De ingang bleef echter te smal om de bodem te kunnen inspecteren.
Zaterdag 22 juli zijn we terug ter plaatste gegaan om beter zicht te krijgen op de nu droge perte die waarschijnlijk te linken is met één van de schouwen in de buurt van de Salle des Ducs. Na een paar uur geworstel met het gesteente hebben we een blik kunnen werpen in de diepte. Het verdikt viel eerder tegen. Geen zwart gat, maar een spleet waar nog veel werk aan is. Ook de wind is aan de magere kant. Op zo’n moment moet je keuzes maken. Voor ons stopt het daar. Er zijn andere  leuker/ nuttiger uitdagingen in onze ogen. Het resultaat is een grotje van -3.5m diep met zicht tot -5.5m

Zondag 23 juli quasi hetzelfde programma, maar toch net iets anders.
Het was geleden van mei 2014 dat we nog een blok hadden verlegd in de Trou Fumant.
Ondertussen is het de derde sessie in de tijdelijke perte gelegen op het parcours tussen de Perte des Mazurettes en de bron van de Vaux. De naam alleen al spreekt boekdelen voor een speleoloog, en het moet gezegd worden, af en toe lijkt de grot te ademen met een flinke windstoot te gevolg. De kans bestaat dat er dus een grote ruimte verborgen zit. Vol goede moed zijn we dan ook weer stoïcijn aan het graven geslagen tot we voorbij het hoekje konden kijken. Zo’n hoekje dat meestal het zicht op het vervolg verbergt en maar blijft in je hoofd spoken. Het moment wanneer dat hoekje dan eindelijk aan diggelen gaat is vaak een moment waar alles mee valt of staat. Een uitnodigend of deprimerend vervolg? Opkramen of als een gek verder doen. Het blijft verslavend… Er is besloten de boel te laten rusten. Na 5 meter verbreden en zicht op nog 2m te verbreden gang zonder evident vervolg is het voldoende voor ons en onze middelen, lees aantal actieve gravers.

Voila, zo is de todo lijst alvast weer wat kleiner geworden.

Trou Fumant

zondag 14 mei 2017

Speurtocht naar een vergeten grot

Misschien eerst nog eens kort de situatie weergeven:
Voorbij de sifons van de Wuinant wordt in 1984 een galerij ‘à la façon Crotot’ ontdekt.
Verschillende artikels spreken tot de verbeelding en nodigen ons uit om een kijkje te gaan nemen op het terrein. We raken in de ban, maar we merken ook  dat er ‘problemen’ zijn met de bestaande Wuinant-topo. Het doet ons dromen van een nieuwe ingang waarbij we niet moeten duiken, maar blijkbaar zijn wij niet de enigen, want gaandeweg merken we dat ook speleo Limburg en GRSC er actief zijn of waren.
In 2015/2016 zijn er enkele resultaten geboekt in de twee voornaamste pertes die mogelijks voor een nieuwe ingang kunnen zorgen. In de Chantoir du Gué de St-Hadelin (verder Hadelin genoemd) zijn er enkele nieuwe meters gevonden (speleo-NL / Cascade), terwijl de Perte latéral de la Neuville (verder Neuville genoemd) opnieuw is vrijgemaakt (GRSC / Cascade). Die laatste bleek weinig aangenaam, tenzij je van versmallingen en slijk houdt. 
De orientatie van de bestaande topo van de Wuinant is niet evident, en dat  heeft ons ertoe aangezet om een exploratie post sifon te doen, met de bedoeling de positie van de ondergrondse Magne te bepalen (de rivier die de Wuinant doorkruist). Op die manier hopen we gerichter te kunnen werken in de pertes. We maken gebruik van het ARCANA baken en van ARVA sneeuwbiepers. We plannen ook het hertopograferen van het einddeel van de Wuinant, een waterkleuring en mogelijk een auditief contact.
Gemakkelijk gezegd, iets ingewikkelder in uitvoering zo bleek…
Hieronder enkele pijnpunten: hoe transporteer je elektronica doorheen een sifon? Wat is de staat van de lijnen in een sifon die misschien maar een 10 tal duikers heeft gezien? Ruim 1km post sifon doe je best niet solo; buddy’s zijn eerder schaars. Wie kan helpen met het transport, takelen en bij de metingen?
Het leek ons niet onverstandig om dergelijk project ruim op voorhand op de kalender te zetten. Maar wat bleek, er was een dubbele boeking met een activiteit in het Fort van Barchon. Zo hadden we enkele dagen voor het bewuste weekend nog steeds niet voldoende volk.
Gelukkig kwam alles net op tijd op z’n pootjes terecht met dank aan heel veel verschillende spelers. Bijgevolg was het niet gemakkelijk om overzicht te bewaren en een scenario uit te schrijven.
De eerste dag zag er als volgt uit: duikspullen voor twee duikers afzakken in de Wuinant. Eén duiker (Stijn) doet een verkenning van de sifons waarbij alle oude lijnen vervangen worden door één nieuwe. In beide sifons hingen er minimum 4 lijnen. Orde op zaken bleek alvast een goeie start, want het zicht onder water is niet meer dan 20cm na de eerste passage. Ook het parcours tussen S1 en S2 kon worden ingeschat. Geruchten van weinig zuurstof, veel slijk en dan enkele obstakels werden ingelost. Een hele beproeving!
Dag twee, de eigenlijke meting: Geert start omstreeks 8u20 de afdaling in de Hadelin grot, kleurt de actieve stroom en plaatst een ARVA in de buurt van de sifon. Daarna worden ook nog de posities van de Hadelin en Neuville grotten ge-GPS’d en er wordt een oppervlaktetopo opgenomen tussen de Hadelin en de Neuville. Tegen 11u ligt er ook een ARVA in de Neuville en wordt er een topo gemaakt van de Neuville.
 Omstreeks 9u starten Kurt en Stijn met de afdaling van de Wuinant. Tegen 11u20, 20’ te laat, staan ze op de afgesproken plaats waar ze de Arcana-zender planten. Ondertussen werden de twee pertes dus al voorzien van een Arva (zender). Ook de duikers hebben een Arva (ontvanger), en gaan op zoek naar het signaal. Op twee plaatsen werd een signaal opgevangen.
De verschillende waterpartijen werden ook uitvoerig onderzocht, want de rivier van de Hadelin werd gekleurd. Ondergronds was deze meting helaas negatief. Eén van de affluentes heeft wel voor een verrassing gezorgd. Het gaat om een 10m lange VM met ongeveer 15cm lucht. Nog eens 10m verder stond Stijn plots in een gigantische diaklaze van wel 15m hoog en 2,5m breed. De bodem voorzien van diepblauw water. Een nieuwe? ruime sifon die, naast nog enkele kleinere in de omgeving, de duikers in vervoering bracht. (later blijkt dat deze plaatst al eerder is onderzocht door speleo-NL). Ondertussen was de tijd gekomen om alles terug in te pakken in een drybag van eigen ontwerp. 
Tussen 11u en 12u30, de tijd dat de Arcana zender werkt, werd aan het oppervlak een ruime omgeving afgespeurd naar het ARCANA signaal dat vanuit de Wuinant wordt uitgezonden, echter zonder resultaat.
Tegen 14u30 staan de duikers terug onderaan de putten waar het initieel heel erg stil was. Niet veel later snelde de een na de ander naar beneden om hen te helpen. Voor de duikers een heerlijk gevoel om te zien hoe de organisatie van de portage volledig werd overgenomen en het materieel met de  vlotheid van een geoliede machine naar boven ging. 
Met de Arva metingen en enkele schetsen zijn we nu aan het knutselen geslagen. Zeker is, dat bestaande topo, op z'n minst, niet juist is gepositioneerd. Een hele opgave om dit alles met relatief weinig gegevens recht te trekken. Het ARCANA signaal niet werd gevonden omdat de plaats van de zender buiten de zoekzone viel. Enkele vragen werden opgelost, maar we hebben er weer andere bij. De Wuinant post-sifon blijft ‘voorlopig’ enkel het terrein van de duikers, maar voor hoe lang nog…?
 Al bij al een zeer geslaagde tocht in een pracht van een grot (zeggen de duikers). 
Met dank aan de helpende leden van Cascade, SC33 en GRSC.


zondag 7 mei 2017

FSS

Een gemotiveerde ploeg, mooi weer en alle materiaal om elk obstakel uit de weg te ruimen: de kaarten lagen zaterdag goed voor een dagje exploratie in de Grotte de la Fosse Sinsin. De deelnemers waren Myriam, Kris en diens zoon Ewout: alle drie vastbesloten om er stevig in te vliegen. Wegens onze andere werven was het al enige tijd geleden dat we de grot nog bezochten en dat was er aan te zien. Het bospaadje naar de grot staat vol ontkiemende boompjes en de grot zelf is intussen gekoloniseerd door honderden muggen en door een dier dat drollen in de ingangszone achterlaat. Ook de droge winter heeft zijn invloed gehad. Nergens was er nog een spatje modder, een hangende waterdruppel of een vettige slijkplek te bekennen. De volledige grot is nu droog en stoffig en dat verhoogde zaterdag sterk het comfort op de werkplek.

Een doorbraak was er niet te verwachten, maar toch vielen we met goede moed de spleet aan die ons nu al velen maanden bezig houdt. Ditmaal trok de grot de lucht aan, waardoor alle stof van onze verbredingswerken meteen werd weggezogen. Hierdoor konden we vrijwel continu doorwerken. Tien breeksessies werden besteed om de taps toelopende gang uit te werken tot een mijngang met een rechthoekig profiel. Wie na ons komt, kan nu verder werken in aangename en comfortabele omstandigheden. Bij de laatste twee breeksessies vielen we de eigenlijke spleet aan. En met succes. Grote stukken van de wand lieten los en enkele blokken die nog weerstand boden werden met de koevoet en de beitel op andere gedachten gebracht.

Hierdoor konden we opnieuw dieper in de spleet kijken en dat ziet er niet slecht uit. In de bodem van de mijngang is nu een spleet van zes centimeter breed en een meter diep zichtbaar. Anderhalve meter verder komt op de spleet een dwarsbreuk uit en wordt het wat breder. Op die plaats lijkt de bodem van de spleet ook over te gaan in een dalende helling. Het lukte ons om er een steen in te gooien en die rolde enkele meters verder. Wellicht zijn er nog drie werkdagen nodig om een beter zicht te krijgen op deze plek, maar dit kan weer perspectieven bieden. In plaats van een eindeloze werf is de Sinsin plots weer een best interessante werkplaats geworden, zeker als je rekening houdt met de hevige tocht die doorheen de grot waait.

Mens en machine gaven zaterdag het beste van zichzelf. Vermoeidheid voelden we niet en ook de batterijen bleven maar volts en ampères spuwen. Groot was dan ook onze verbazing toen het al 18.40 uur bleek wanneer we na zeven ondergrondse uren uit de grot waren. Dat was veertig minuten later dan met de thuisblijvers afgesproken. Doodongerust hadden die al een lokale speleoloog gevraagd om eens te gaan kijken. Oeps... De volgende keer misschien toch maar een uurwerk meenemen...

Kris

dinsdag 11 april 2017

Een weekje Meuse

Afgelopen week hebben een aantal leden van Cascade en andere clubs zich verder verdiept in de bronnen van de regio Lorraine, Meuse en Ht Marne. De zeer goede samenwerking met de locals van de GERSM doet ons alvast plannen maken om snel terug te keren. Naast verschillende funduiken en klassieke speleo hebben we ook in familieverband kunnen genieten van de ondergrond.
Bronnen met een nieuw potentieel hebben we kunnen verkennen, maar ook de laatste nieuwtjes van de streek werden bezocht.

Zo heeft een oud bekende opnieuw licht gezien. De Emergence de la Bezerne was van 1998 tot 1991 het strijdtoneel van Funcken en Pauwels. In 2006 heeft de streek weliswaar een mini seismisch activiteit opgemeten, met als gevolg  dat er een passage in La Grande Fontaine gedestabiliseerd werd. Iets gelijkaardigs heeft zich ook voorgedaan in de Bezerne, maar dan aan de ingang. Hoogstwaarschijnlijk is de bron dus sinds 2006 niet meer toegankelijk omdat er een groot plak van het plafond is gekomen. Verschillende korte graafsessies, soms droog, soms nat hebben ertoe geleidt dat de ingang opnieuw passeert. Naast de onderwateretroiture rond een groot blok, is er nu ook een versmalling bijgekomen in de aanloop ernaartoe. De resten van het plafond hebben ervoor gezorgd dat we nu half in het water, half op het droge moeten kruipen tot aan de put. In de zomer is deze passage, ongeveer 40cm hoog, volledig  droog, en een ware aanslag op je duikspullen. Een speleotouw doet nu dienst als fil d'ariadne door de versmallingen tot aan de bodem van het blokkenstort. Alles wat los zat is in de diepte verdwenen, maar wees toch maar op je hoede als je met het beperkte zicht doorheen de blokken laveert.

Enkele kiekjes:

Bezerne nieuwe en oude situatie



Rupt de Puits

Sichatel