zondag 1 juli 2018

Pure Bure


Chantoir de Bure weekend; een droge bedding, stabiel weer, en de nodige mankracht zijn de beginselen voor het project. Deze grot, ruim 20 jaar geleden gedoken door Gueulette en Henry vergt een hele organisatie. Om te beginnen moet de ingangszone telkens vrijgemaakt worden na de wintercrues. Daarna is ongeveer 125m stroomkabel nodig om de eerste sifon leeg te pompen. Het water wordt er via een buis door de sifon gepompt. Eenmaal voorbij die sifon, die te smal is om te duiken, kom je in het actief terecht waar de duikwerkzaamheden pas echt van start kunnen gaan. In 2014 vonden we er nog een nieuwe zaal bij na een korte graafsessie ‘de Hall oween’. 
Wat hebben we ondernomen om de zaak te vergemakkelijken in de toekomst:
-We hebben de mogelijkheid op een boveningang afgetoetst, een horscrue toegang dus; 
Op het eerste zicht wel mogelijk, maar veel werk. Er ontbreekt meer dan 10m.
-De onduikbare sifon die we nu telkens moeten pompen duikbaar maken; 
We hebben de verbredingswerken ingezet, maar door een gebrek aan verse lucht schiet dat eerder traag op.
De eerste dag van de tweedaagse stond dus in teken van passages vrijmaken, kabels leggen, pompen, kabels opbergen, maar vooral ook de duikaccommodatie verbeteren:
Zowel stroomop als stroomaf zijn er nieuwe ankerpunten voor de duiklijn geplaatst, en ook de verschillende toegangen zijn nu uitgerust met vast speleotouw. Belangrijk om weten: zowel voor als na de S1 ligt er telkens ongeveer 5kg duiklood.
Zondag duikdag: stroomaf gaandeweg oude lijn oprollen, en nieuwe in de plaats leggen. Twee heel korte ondiepe sifons, onderbroken door een ruime, mooi versierde zaal. Bij het bovenkomen in de S3 kreeg ik het gevoel dat ik in een venster terecht gekomen was. Vooraleer het venster te equiperen leek het me nuttig eerst eens het logische vervolg van de sifon te checken, en inderdaad. De sifon loopt gewoon verder, en neemt in diepte toe. In ben ongeveer 10m ver geweest, en tot op-5m met einde op niets. Waarschijnlijk hebben we hier te maken met het actief, dat vermoedelijk zal verbinden met de S4, dat opent deuren. Terug naar het venster waar er ook een actief toekomt. 25 meter duiklijn gelegd, duikspullen achter gelaten en op verkenning in de lage passages. Ik ben tot op de coll geweest, want met de hoge concentratie CO2 zou verder gaan niet verstandig zijn. Duikspullen transporteren in die toestanden is compleet uit den boze. We moeten onze pijlen dus richten op het vervolg in de S3.
Stroomop nu. Hetzelfde principe van oprollen en nieuwe lijn in plaats leggen. In de S3 stroomop is 20m lijn komen te liggen. Daarna volgt een mooie gang van een drie tal meter diameter die 30m lang is. S4 stroomop. Volgens de meest recente topo nog niet gedoken, maar wat bleek, wel van lijn voorzien. In de S4 stroomop is er 25m duiklijn gelegd met een maximale diepte van -6m. Ik ben bovengekomen in diep water waar een mini klim nodig is om uit het water te komen. Op het eerste zicht is er onder water ook een vervolg te vinden. Maar, misschien moeten we eerst eens polsen bij David Gueulette, ontdekker van het eerste uur.
Een geschetste 'coupe développée'

zondag 27 mei 2018

Duikvensters

Eind april, het eerste duikvenster van 2018 te Signy l’Abbaye bracht één een ander aan het licht...

We zijn al jaren bezig met het exploreren van de twee voornaamste bronnen in de steek, namelijk de Vaux en de Gibergeon.
De Vaux heeft maar zeer kort toegang verleend, want in de winter van 2016-2017 heeft een verwoestende crue de ingang onherkenbaar verandert. De winter van 2017-2018 heeft er dan weer voor gezorgd dat er opnieuw enkele openingen geblazen zijn onderaan de trechter van puin. De toekomst zal uitwijzen of de grot nog duikers zal toelaten, want momenteel zijn de passages eerder op maat van een flinke forel.
De Gibergeon, hier hebben de laatste crues een wand in de bron laten instorten. Eén van de blokken moet opgeruimd worden willen we de exploratie verder veilig  laten verlopen. Zo zat Tom enkele ogenblikken opgesloten aan de verkeerde  kant  van het blok, nadat het zich had verzet na een manipulatie. Gelukkig was er voldoende zicht, voldoende lucht en nog enkele openingen groot genoeg om een mens te laten passeren. Rustig werd eerst één fles afgedaan en doorgegeven, daarna nog één, en tenslotte verscheen Tom weer in de poel. Oef!
Dan naar de Perte des Mazurettes waar we met het idee vertrokken om de eboulis die we afgraven eens te stutten. Het leek me het proberen waard na de ontelbare bakken puin die hier al verzet zijn. Eenmaal ter plaatse bleek dat de instorting zich zo gemakkelijk niet laat ophouden. Na 8 bakken, en een nieuwe instorting  van vers puin, hebben we het voor bekeken gehouden. Iemand een voorstel? We plaatsten nog een grille aan de lage passage in de grot,  dit belet dat de passage verder dicht slibt met stenen. De dag kregen we rond met een wandeling naar de voornaamste pertes van de Gibergeon. In twee valleien waar we ooit eens een kleurproef willen organiseren  zijn de verdwijnpunten haast niet te tellen. Het lijkt een droom voor elke speleoloog, maar alles zit er onder een dikke laag modder!
Na een regenbui vertroebelde het zicht in de bronnen. Om toch met een tevreden gevoel naar huis te vertrekken hebben we dan onze toevlucht gezocht tot enkele oude leisteengroeves nabij de grens met Belgie, waar het fijn duiken is.
S.

Pertes  Gibergeon

Grille voor de PDM



zaterdag 7 april 2018

Grotduik met een staartje...

Vrijdag 6 april, paasvakantie, een mooie zonnige dag, geen klussen thuis, niet gaan werken,... wat doe je dan... een dagje erop uit trekken...

Eerst een kayaktocht op de Ruhr en daarna een grotduik te Goffontaine. De kayaktocht verloopt vlekkeloos, maar de duik niet helemaal volgens planning...

Voor mij is het de eerste maal dat ik in Goffontaine duik, en zelfs de eerste grotduik in België! 
Stijn brieft me over de duik, topootje, moeilijkheden,... dus afdaling tussen blokken, laminoir, zaaltje met oppervlakte, etroiture met vervolg.

Afdalen gaat vlekkeloos, stof maak je overal, in de laminoir blijf je wat weg van de vloer zodat de turbiditeit niet te groot wordt. Een beetje verder begint de vast lijn. Nog enkele meters verder volgt dan de verrassing: tegen het plafond hangt een bever! Ik zie enige beweging maar die is ten gevolge van de stroming, rare verkleuring, dus een dode bever, ik zie het echter niet zitten om die te passeren, het is toch een vrij groot beest en ik wil het niet in m'n nek hebben...

Episode twee: Stijn zal het kadaver er uit halen, zodat de weg weer vrij is. Na 5 minuten duiken is ie terug en komt verschrikt boven. Het relaas:
Op de plaats waar ik de bever heb gezien ziet stijn niets, hij vervolgt de weg en enkele meters verder komt de bever van achter de hoek gezwommen! Stijn keert snel om richting uitgang en maakt daarbij grote stofwolken. Bij de opstijging aan de uitgang van de grot is het ondertussen nog klaar zicht en hij komt daar oog in oog (10cm;-) met de 'castor', die duikt dan door stijn's benen terug de grot in. Met adrenaline op toplevel komt stijn boven!

Epiloog: Een unieke duik maar niet echt voor herhaling vatbaar. We hebben geen idee wat de reactie van het dier is. Het is een duik voor in het boek met sterke verhalen. Bevers zijn beschermd en we laten ze dan ook verder met rust. We vragen ons af wie het de meeste schrik had, wij of de bever...

Over het grootste knaagdier van Europa schrijft Natuurpunt het volgende: De paring vindt plaats van december tot maart. De jongen worden na ca. 105 dagen geboren, blijven vier tot zes weken in de burcht en worden drie maand gezoogd. Het mannetje en de jongen van het vorige jaar helpen bij het verzorgen van de jongen tijdens de eerste vier à vijf weken. Bevers zijn territoriaal.
Stel; deze dieren beschouwen een grot als burcht, en gaan er kweken. Hoe kom je er dan als duiker vanaf in de krappe tunnels met het weinige zicht?
Bevers zijn bij ons gesignaleerd in Sourd d'Ave, Chauvaux, en nu dus ook in Goffontaine. Volgens de verhalen die circuleren op het net, kunnen bevers ook agressief uit de hoek komen.
Zijn er mensen die ervaring hebben met bever encounters?

PS: mocht de batterij van de gopro niet leeg geweest zijn, waren het unieke beelden...



zaterdag 31 maart 2018

Grotte de la Sépulture, duik 3

‘Waaraan heb ik deze uitnodiging  te danken’. Dat was m’n eerste reactie na het lezen van een mail over de nieuwe ontdekking  in het Parc van Furfooz. Het zou gaan om een missing link tussen de Puits des Vaux en de GDS. Super interessant dus. Eindpunt gedoken door Michel Pauwels tot op -6m met ‘arrêt par manque de visibilité’.
Eenmaal ter plaatse vraagt Jean Christophe, alias desobeur of ik op de hoogte ben van de situatie…arret par manque de vis zeg ik..nee nee zegt hij: een versmalling in de blubber…Ah zo, geen cadeau dus!
En inderdaad, op diepste punt van een vrij grote poel, kom ik plots voor een opening  van 20 op 150cm waar vers, helder water uit komt. Ik probeer wat te graven in blubber die je nog het best kan vergelijken met pudding. Bij een poging om me door de opening te wringen, verdwijn ik volledig in de smurrie. Het voelt gewoon niet lekker om door te duwen in die klevende substantie waar je geen houvast in hebt, maar anderzijds lonkt het vervolg wel. Het is uiteindelijk maar een korte scherpe rand aan het plafond die de passage bemoeilijkt. Na het weghakken van de grootste weerhaken aan de ‘baillonnette’ hou ik het voor bekeken.
Hoe pakken we zoiets aan…Ik beloof de ontdekkers van de grot terug te komen met nieuwe middelen, wanneer het waterpeil in de grot wat hoger is.
Toen plots een filmpje de revue passeerde van een home made air lift dacht ik: dat is het.
Simpel en compact, zo hebben we het graag. Lucht persen en verdelen over een sectie buis, niet te ver van de mond, bellen stijgen en er ontstaat een zuigeffect aan de mond. Uit sympathie wordt het slijk dan meegenomen met de lucht die alsmaar meer uitzet. Veel tijd voor tests hadden we niet dus hop, met het prototype de Sepulture in.
Ik heb een put gezogen, maar spectaculair kunnen we die niet noemen. Zo zorgt de afvoer, bestaande uit een brandweerslang voor te veel weerstand. De lucht kan zo niet voldoende uitzetten, en de duiker ondervindt teveel trekkracht. Ander pijnpuntje is dat de bediening van de luchttoevoer niet op de zuigmond zit. De toevoer regelen aan de duikfles, die ergens rondslingert op de bodem van een troebel bassin is niet optimaal. Fijn regelen is nodig voor de zuigkracht, maar ook voor de veiligheid van de duiker, want die zou wel eens gelanceerd kunnen worden richting oppervlak , als die niet tijdig uitgezet kan worden.
We moeten dus nog een beetje verder borduren aan het project, maar ik hoop die sifon ooit veilig te kunnen verkennen. Om een volgende duik alvast goed in te zetten is er een speleotouw gelegd tot aan de versmalling.


Ondertussen aan de overkant van Lesse zijn de onderwatertunnels van de Galerie Des Sources verkend en goedgekeurd door Tom en Herman.


Zondag Chauvaux dag: dezelfde twee funduikers mochten het splinternieuwe parcours in de bron verkennen. Sherpa’s van dienst: Raf en Stijn. Tom slaagde erin het eindpunt te bereiken en kon meteen aan de slag. Alles wat los lag kreeg een nieuwe vaste plaats. Wordt vervolgd!


Na een spoelduik in de Carriere  St Laurent (Bauche) werd het vroege lenteweekend afgesloten.

S.

maandag 12 maart 2018

Grotduiken...

Er is al heel wat geschreven en gediscuteerd over de ruime omgeving van de Grotte de Chauvaux.
Dat de Grotte de Chauvaux en de resurgence verbonden zijn, was al lang duidelijk, alleen is die verbinding nooit fysiek gemaakt tot op vandaag. De Grotte de Chauvaux is slecht een inkijk op het stroomafwaards deel van een groot systeem. De veel belangrijkere GDT, zit helaas nog steeds in een diepe winterslaap veroorzaakt door een conflict uit de jaren 80/90. Zeker is dat op de resurgence twee voorname droge valleien aansluiten, waar enkele van de meest bezochte niet toeristisch grotten van ons land in gelegen zijn.

Terug naar de bron. De nooit opdrogende bron heeft ons koppijn bezorgd, want bij momenten lijkt er geen water uit te stromen. Uit recente foto’s hebben we kunnen afleiden dat het niveau van de Maas, en bijgevolg van de bron, want die staan in verbinding met elkaar onder de spoorweg door, niet constant is. De oorzaak daarvan moet verder stroomaf op de Maas gezocht worden aan het sluizencomplex. De rivier van Chauvaux is uiteraard niet opgewassen tegen de machtige Maas.

Duikgeschiedenis:
In 1962 duikt Lucienne Golenvaux  tot voorbij de ingangsversmalling met een monofles na het gebruik van een verwoestende petard. 
In 1984 duikt  Serge Cuvelier ongeveer  40 à 50m ver tot aan een splitsing/versmalling. De literatuur is onduidelijk over de afstand.
1990: Dirk Roelandt slaagt er net niet in de bron met de grot te verbinden, maar maakt wel de meest recente topo.

Na desob van de ingangsversmalling begin 2018 kon er een veilige verkenning gedaan worden van de collecteur. Gemiddeld heeft deze tunnel een diameter van 1.5m en het zicht kan er oplopen tot 2m. Duiken vanuit de Grotte de Chauvaux was ook een optie, maar vergt toch iets meer engagement (er is zicht op water). Die tweede optie was nodig om de verbinding te maken van de bron naar het venster in de grot, want van onderuit zit het venster goed verstopt.

In totaal ligt er nu  34m lijn in de bron, inclusief de opstijg naar het venster. De eerste 8m tot voorbij de versmalling werd uitgerust met een speleotouw. Hoe Cuvelier indertijd ooit aan 40 a 50m is gekomen is mij een raadsel, want het nu bereikte eindpunt lijkt sterk op wat Serge beschreven heeft: ‘ splitsing van twee smalle doorgangen’. Het eindpunt is onstabiel, maar werkbaar, wordt dus vervolgd. Momenteel meet het systeem Chauvaux op papier 277m inclusief de bron, uitgaande van 50m ontwikkeling onder water. We weten nu dat dit herleid is tot 34m, dus is de grot nog 261m? Dat er soms nogal uiteenlopende cijfers verspreid worden blijkt ook uit volgend voorbeeld: de afstand in vogelvlucht van de Trou de l’Eglise en de Resugence de Chauvaux varieert van 800 tot 1750m. Ik kom uit op 1250m.
Wil je een bezoekje brengen aan de bron mag je vooral niet over de sporen lopen! Dus langs de Maas wandelen en daarna de spoorweg over steken is uiteraard verboden! Hoe kom je er dan wel: Tussen de spoorweg en de baan van Lustin naar Godinne, de Corniche genaamt is er een aangenaam wandelpad dat uit komt aan de grot. Dat pad start op een kleine 100m van de tunnel onder de spoorweg. In principe kunnen daar ook enkele wagens staan.
S.




zondag 18 februari 2018

Een nieuw gat; nieuwe hoop

We hadden alles mee om er een duikweekend in de Chantoir de Bure van te maken, maar het weer besliste er anders over. Vooraf wisten we dat het een dubbeltje op zijn kant zou worden. In de Ardennen lag er zo’n 7 centimeter sneeuw en de temperatuur draaide rond het vriespunt. Dit kon betekenen dat alles nog stijf bevroren lag, maar ook dat de sneeuw intussen aan het smelten was. Het bleek de laatste optie te zijn, en helaas was enkel de hoofdperte actief, en geen van z'n voorgangers. In de Chantoir de Bure verdween een stevige slok ijswater, die het onmogelijk maakte om de grot binnen te gaan. Dit zette ons met de voetjes op de grond. Als de grot droog had gestaan, dan waren we wellicht naar binnen geweest en hadden we later op de dag wellicht een crue op ons dak gekregen... Terwijl we er toch waren, onderzochten we met een warmtecamera de omgeving. Daaruit leerden we dat er in de omgeving van het verdwijnpunt geen enkele plaats is die in aanmerking komt als alternatieve toegang.

Ons groepje van vijf man (Stijn, Geert, Dirk, Raf en Kris) trok dan maar naar de Fosse Sinsin, onze werkplaats op het Massif de Boine in Han-sur-Lesse. Bij gebrek aan beter zouden we verder de spleet aanvallen die ons nu al anderhalf jaar bezig houdt. In principe zijn hiervoor drie mensen voldoende. Omdat we met teveel volk waren, daalden Dirk en Geert nog eens af naar de diepere regionen van de grot om er te zoeken naar mogelijke andere werkplaatsen. Per slot van rekening was het buiten licht aan het vriezen. En hoe kouder het buiten is, hoe meer de grot blaast. Veel hoop hadden Dirk en Geert niet, want we hebben al een paar keer elke hoek en kant van de grot onderzocht, telkens zonder resultaat. Op het diepste deel van de grot plooide Dirk zich echter dubbel toe op een plek waar we in het verleden al een zuchtje hebben waargenomen, alleen nu ging het over een duidelijke luchtstroom. Zouden we eindelijk het verdere vervolg van de Fosse Sinsin gevonden hebben? Bovendien kwam de tocht uit een opening die relatief eenvoudig te verbreden leek, terwijl we er zo’n 12 meter dieper zitten dan onze gebruikelijke werkplaats.

Het duurde niet lang voor ook Stijn, Raf en Kris bij Geert en Dirk stonden om de nieuwe mogelijkheid te bekijken. Nog geen vijf minuten later werden de eerste blokken uit de spleet gehaald en de eerste bakken puin gevuld. Zo werkten we zaterdag en zondag onverdroten verder. We sloten het weekend af met drie meter gedesobstrueerde passage en einde op... brol en modder tot tegen het plafond. Voorlopig zijn we dus nog niet toe aan de nieuwe patatjes...

(Kris)



donderdag 21 december 2017

Ondertussen in de Fosse Sinsin

--Dit is een samenvatting van een 4-tal dagen explo te Han-sur-Lesse tijdens de afgelopen maanden.--

Naast onze andere werven zijn we met (ruime) tussenpozen nog altijd aan het werk in de Grotte de la Fosse Sinsin, een nieuw grotje op het Massief van Boine in Han-sur-Lesse. Aan de tocht te oordelen die doorheen de grot waait, hopen we dat de plek de toegang kan vormen tot een nieuwe Grot van Han, vooral omdat ze tussen de Réseau Sud en de Père Noël ligt. De Sinsin is intussen 25 meter diep en 200 meter lang, maar stel je bij de grot geen grote fossiele riviergangen voor. De grot bestaat veeleer uit gebarsten rotsplaten die uit elkaar zijn geweken en spleten vormen van maximaal twee meter tot nauwelijks enkele centimeters breed. We vermoeden dat de grot is ontstaan als gevolg van de instorting van een reusachtige zaal, die nu de doline van de Fosse Sinsin vormt. De Wet van Murphy wil natuurlijk dat het gros van de wind vandaan komt uit een van de smallere spleten.

Omdat onze exploploeg zich niet door een vuistbrede spleet laat tegen houden, zijn we deze nu al anderhalf jaar aan het verbreden. De voorlaatste twee sessies gebeurde dit door Kris, zoon Ewout en Myriam. Het voorbije weekend namen Stijn, Geert en Kris op zaterdag de klus voor hun rekening. Op zondag werden Stijn en Geert afgelost door een Nederlandse ploeg bestaande uit Lisette, Marcel en zoon Sieds, omdat zij technisch werkloos waren door de hoge waterstand in hun eigen 'werf'. Op zaterdag haalden we er bovendien de zware middelen bij. Gefrustreerd omdat de rotsen meer weerwerk bieden dan we verwacht hadden, sleepten we een generator en een heuse drilboor het bos in. Het resultaat is dat we in één dag meer fijn stof hebben ingeademd dan je normaal gezien in een heel leven mag doen, maar ook dat we eindelijk een stevig eind vooruit konden gaan.

Dit betekent dat we zondag eindelijk de plek konden bereiken waar we al anderhalf jaar naar toe werken. Naarmate de werken vorderden, kregen we namelijk een steeds beter zicht op een nieuwe spleet. Bij de voorlaatste sessies slaagden we er in om een steentje in de spleet te mikken, en deze rolde enkele meters dieper door. Zou de doorbraak werkelijk nabij zijn? Zouden we onder ons de toegang zien tot een grote zaal met afmetingen à la Père Noël, tot aan de nok gevuld met fonkelend witte concreties? Helaas, maar deze droom zullen we nog wat moeten uitstellen. De nieuwe spleet gaat inderdaad de diepte in, maar blijft hooguit tien centimeter breed. Dit betekent dus dat we de komende maanden nog enkele sessies desobstructiewerk te goed hebben...

Profiterend van onze overnachting in Camping Le Roptai in Ave-et-Auffe gingen we op zondagmorgen overigens eerst een kijkje nemen naar de P70 van de oude barietmijn van Auffe. We hadden al eerder foto’s gezien van dit grote en diepe zwarte gat, maar wilden deze – naar Belgische normen – gigantische put toch eens met eigen ogen zien. Marcel wist de put liggen en speelde onze gids. Ze ligt amper vijf minuten van de camping verwijderd. De put afdalen is momenteel echter uitgesloten. Kris had namelijk een verhaal opgevangen dat deze put tegenwoordig gebruikt wordt als stortplaats voor jachtafval. Dit bleek inderdaad te kloppen. Samen met de warmere lucht steeg uit de put een geur van rotting en bederf op. Aan de rand van de put lagen bovendien organen en een recente plas bloed. Smakelijk was anders...

FSS doline met grotje (bovenin de wand)
--Een dagje in het teken van de elektronica.--
Een tijdje terug trokken we naar de Fosse Sinsin met de bedoeling om er wat apparatuur te testen.
Vooreerst werden er de grottelefoons opgesteld, zodat we een vlotte communicatie konden onderhouden van binnen naar buiten de grot. Dan werden een aantal metingen uitgevoerd met een paar ARVA sneeuwbiepers. We wensen de mogelijkheden van deze toestellen te testen en ook een systeem uit te werken om er een nieuwe meting mee op te zetten aan de Wuinant (ondertussen met goed resultaat uitgevoerd). In dit geval was een afstand van 25-35m grot te overbruggen.
Daarna werd ook het ARCANA-toestel getest op een afstand van een 30-tal meter. Dit toestel laat toe om een exacte plaatsbepaling te doen, wat met een ARVA niet mogelijk is. De zender, die in het tunneltje van de FSS doline stond, kon snel en accuraat worden gelokaliseerd.
Naderhand werd in de FSS doline nog een klimmetje uitgevoerd in de wand waar een grotje verborgen zit. Deze grot is overigens niet opgenomen in de CWEPSS atlas en is 12m lang bij een sectie van ongeveer 1x1m. Op te merken valt dat deze lokatie boven het réseaux Sud van de Grottes de Han zit.

grottelefoon in de FSS
Na de metingen nog een desob poging gedaan in de FSS, maar de hilti gaf geen kik... één van de batterijen blijkt defect (ondertussen weer hersteld).
Uiteindelijk zijn we dan nog even gaan zien naar 2 bronnen, de Sourd d'Ave en de Chauveau. Merkwaardig dat deze laatste bron niet actief was. Er moet ergens een andere bron zijn van het grote systeem Haquin/Mont? maar wij weten niet waar. Aan de SDA zitten dan weer bevers die er een flinke dam hebben opgetrokken. Maar dat zijn dan weer heel andere verhalen...

G. K. S.