donderdag 26 december 2019

Tahaux

Na een exploratie van enkele jaren en een 10-tal sessies zetten wij een punt achter deze exploratie. De progressie was altijd moeilijk, en uiteindelijk zitten we in een bijzonder onstabiel geheel. Om  er verder te gaan moeten stabilisatiewerken gebeuren die boven onze mogelijkheden gaan. Het originele idee om er te duiken hebben we niet kunnen uitvoeren, want er is geen duikbare sifon.
We hebben er met veel enthousiasme gewerkt en veel aanmoedigingen gekregen van de speleo-ontdekkers van deze grot, waarvoor onze dank. Soms moet je er gewoon een punt achter durven zetten. Bij deze publiceren we de bijgewerkte topo.


maandag 16 december 2019

Fond de trou

Duiken op afgelegen plaatsen, of ‘plonger fond de trou’ vergt een aparte benadering. Hoe minder gewicht er getransporteerd moet worden hoe liever ze je zien komen. Belangrijk is dat de duiker kan zinken, en een zekere autonomie heeft. De keuze voor stalen flessen van 200 of 300 bar zorgt meestal voor voldoende lucht en het voordeel dat er geen extra lood/gewicht nodig is om onder water te verdwijnen. Belangrijk is om die flessen op een veilige manier te transporteren. Daarvoor werden buizen ontworpen waar de flessen in schuiven.
Er zijn twee ‘light duiken’ georganiseerd. Eén de Grotte-Mine Vaux sous Olne, en de dag erna in de Wuinant.

In de Mine hebben we na een voorgaande duik een hangende sifon kunnen passeren, momenteel gedoopt tot S7. Die sifon is door de GRSC voor een stuk leeggepomp zodat ook niet duikers het bassin kunnen passeren. Ongeveer 40m verder heb je dan de veelbelovende S8, vermoedelijk een zicht op de rivier, en het doel van de dag. Drie waterratten passeren de S7, nu herschapen tot een VM met op het laagste punt 10cm lucht. 
De S8 dan; een plas gevolgd door een versmalling. Twee flessen passeren niet, één uitgepikt; lastig. Er lijkt een luchtklok te zitten voorbij de versmalling. Een duikpoging dan maar met één fles om daarna direct de luchtklok te checken. Daar bleek voldoende lucht in aanwezig te zijn, en er was zelfs communicatie mogelijk met de ploeg aan de andere kant. Op die manier kon ik veilig de ruimte onder de luchtklok verkennen. Tegen alle verwachting in was er geen vervolg te vinden. Het bleek een cul de sac te zijn, van max -2m diep. Aan het vertrek werd nog een depart gevonden waar een meter of 3 onder het plafond kon worden opgeschoven tot het te smal werd.
Al topograferend dropen we af. De sherpaploeg had niet stil gezeten. Zij hebben in een parallelle gang een sifon aan het pompen geweest, de S6. Stijn en Frits gaan het resultaat voelen na 20cm minder water. Ik voel een vervolg maar kan geen oplossing verzinnen om die sifon in apnee te passeren. Het is er krap, en er zijn verschillende bochten te nemen. Frits denkt een oplossing te hebben gevonden en verdwijnt in het bruine sop. Stijn, je moet komen, het loopt verder. Ook bij een tweede poging en enkele slokken verder besluit ik dat hij op verkenning kan gaan. Na een 30tal meter is er een zaaltje waar een klim zou moeten gemaakt worden. Zo hebben we één deur kunnen sluiten, maar een ander op een kier gezet. Wordt vervolgd.

Aan de Wuinant was er een aangename drukte, bestaande uit een topoploeg, een balisageploeg, een Arcaneploeg en een duikploeg. Om de lompe duikspullen ter plaatse te krijgen werd gerekruteerd uit alle ploegen. Alles verliep naar wens. Zonder wachttijden, mede dankzij het vaste equipement kon iedereen zich op z’n doel richten. Voor de duiker stond een verkenning van de S4-S5-S6 op het programma, achteraan in de grot, ruim 1000m voorbij de eerste ducks. Achter een lange VM zitten er twee sifons die voor de grootste toevoer van water zorgen in de grot. De S4 ziet er dan ook erg veelbelovend uit. Helaas is het onderaan het bassin, op -4m in de prachtige verticale plooiing te smal. Ook de S5 is na 2m een te smalle spleet. De S6 dan; groot bassin waar een gang in vertrekt. Op -6m na ongeveer 8m onder het plafond was er geen doorkomen meer aan. Ook in het startbassin is er geen depart. In functie van de nieuwe topo van de grot zijn ook deze beperkte resultaten nuttig. Daarmee is het voornaamste duikwerk in de Wuinant achter de rug. Rest ons de natte, vuile spullen naar buiten te zeulen vooraleer we ons aan de afwas zetten.

De ploeg

S4 Wuinant

VM Wuinant

S4 Wuinant

S5 Wuinant

donderdag 28 november 2019

Fooled by light

Explo is fel onderhevig aan allerlei factoren. Zo hadden we tijdens onze laatste uitstap niet alle troeven aan onze kant maar uiteindelijk is er wel een resultaat uit de bus gekomen.

We werken aan een verbinding met de Trou de la Loutre (TDL) en de Galerie des Sources (GDS).
Uit recente kaartstudies van de hand van Geert blijkt dat de twee grotten weleens dichter bij elkaar kunnen liggen dan eerder gedacht. Ook de exploratiewerken in de Loutre hebben ons geleerd dat de ontwikkeling van de grot sterk onderschat wordt.
Een Arva-meting om dit te bevestigen leek ons de volgende logische stap, was het niet dat de waterstand in de Loutre momenteel letterlijk tot aan de lippen staat. Het passeerde maar net, maar niet voor iedereen. Ook hier is er nu een meetpunt aangebracht (ook in de Wuinant) vooraan in de grot om een idee te hebben of de grot overal passeert. De Arva-meting zou dus kunnen doorgaan, van de kant van de Loutre weliswaar. Aan de kant van de GDS verwachten we de verbinding in de Salle Kasper te kunnen maken, wat duikwerk betekent. De twee duikers van dienst hebben nooit eerder in GDS gedoken, sterker nog, één duiker is niet vertrouwd met de duikomstandigheden in BE. Raf doet een verkenning van de sifons op zaterdag, en zondag, de dag van de meting gaat Geert op kop, om zo te profiteren van de betere zichtbaarheid. Beide duikers passeren glansrijk en ook in de Loutre zit Stijn op post met het meettoestel. Het wachten is lang, want er gebeurde helemaal niets. Geen klopsignalen, en geen communicatie met de walkie-talkie. Na een klein uur uitzenden vanuit de Loutre heb ik bij wijze van test omgeschakeld naar ontvangen, en geheel onverwacht kreeg ik direct signaal. Het toestel gaf horizontaal tussen de 30-60m, en verticaal 12 à 25m. Achteraf bleek dat deze getallen niet afkomstig konden zijn van de zender uit de GDS, maar eerder veroorzaakt door m’n eigen helmverlichting! Straf, maar geen meting is ook een resultaat. Waarschijnlijk zorgt de instorting in de Salle Kasper en het vele slijk voor een grote demping waardoor het bereik van de Arva’s beperkter is. We zullen wel verder werken via de Loutre, want er is  een goed voelbare wind die we kunnen volgen.
Eén van de zaken die we zeker moeten herdoen, is de topo van de Loutre. Zo kwam ik b.v. tot de vaststelling dat de grot niet één, maar drie ingangen heeft. Een grot die dus duidelijk een upgrade verdient. 

Omdat het programma ter plaatse nog werd aangepast hebben we ook tijd gevonden om nog eens tot aan de bron van Tahaux te gaan. Achteraan in de grot hebben we opnieuw zicht gekregen op de rivier, maar er zat jammer genoeg een blok in de weg. Was het niet dat er ondertussen een iets te ijverige timmeraar voor een aantal extra blokken heeft gezorgd. Van wind was er die dag helemaal geen sprake. Uit zelfrespect hebben we dan ook besloten om geen gas te produceren. Van onze kant hebben we besloten om dit hoofdstuk af te sluiten. Daarbij hebben we ook de topo van Tahaux vervolledigd.
S.

GDS

GDS

GDS

Tahaux


zaterdag 9 november 2019

Dromen worden werkelijkheid


De 24ste mini-expeditie naar de Vannon en Rigotte van 28/10 tot 03/11/2019

Deelnemers: Geert, Stijn, Herman (SC Cascade), Jos Dagobert, Erik (SC Avalon), Michel
(ESCM), Gauthier (CRSOA)

Voorwoord.

Een zeer gemotiveerde ploeg is al van 2015 bezig met de exploratie van twee ongekende grotsystemen op de grens van de Haute Marne en de Haute Saône, namelijk de Vannon en de Rigotte. De pertes waren onderzocht, de resurgenties vaag gekend… De ondergrondse loop van beide rivieren bleef een mysterie…

Na bijna 5 jaar exploratie krijgen we stilaan zicht op de ondergrondse hydrologie van beide systemen. Beter nog: we slagen er in om kilometers ver te vorderen in ongekende immense galerijen, mooi gedecoreerde passages, heldere rivieren en prachtige zalen. Hier volgt het relaas van de inmiddels 24e mini-expeditie naar het grensgebied van de Haute Marne en de Haute Saône…

Het verslag van de duikploeg. (Stijn, Michel, Herman, Gauthier)

Eind oktober was het opnieuw zover. De 24e editie van de mini expedities gaat van start. We zijn met een ploeg van 4 duikers en 4 gravers. Mooi verdeeld dus.

Het team: Dagobert, Gauthier, Erik, Stijn, Jos, Geert, Michel, Herman (foto Stijn Schaballie)
De duikers willen de Rigotte zo ver mogelijk exploreren en topograferen voorbij de S6.

Gebruikelijk zijn we na de rit van start gegaan met gewenningsduiken. Voor Michel en Gauthier is de Rigotte volledig nieuw. Tijdens de vorige sessie zijn de lijnen via de Crotot Maison geoptimaliseerd, en werd er 6 kg lood voor de S4 gedropt. Stijn heeft tevens van het moment gebruik gemaakt om de lijnen in de ingangszone van de Vannon aan te passen in functie van de nieuwe vervolgen die door hem zijn gevonden tijdens de vorige mini-expé. Na een korte kennismaking van de ingangsversmalling en het weinige zicht in de Rigotte, ontpopten Gauthier en Michel zich als transportduikers. Uiteindelijk moeten 4 flessen en een kitzak naar binnen gebracht worden willen we met twee voorbij de S6 topograferen.

Het depot na de S6 (foto: Gauthier Roba)
De tweede dag was een vervolg op de eerste. Transport onder water, en daarna tot aan de S4. Stijn en Gauthier zijn onmiddellijk tot voorbij de S6 gegaan om de topo aan te vatten. Na 500m topo ingeblikt te hebben, deden we onszelf een 500 tal meter première cadeau, tot aan een S7. Deze sifon dient gelukkig niet gedoken te worden. Uit de S7 komt het actief tevoorschijn, maar daarnaast zijn er twee ‘droge’ alternatieven.
Wondermooie concreties (foto Gauthier Roba)
Ook de derde dag zijn Stijn en Gauthier  voorbij de S6 gaan topograferen.
Samengevat is de Rigotte een zeer afwisselende  grot met zowel droge als actieve galerijen, zalen en enkele   blokkenstorten.  Het  vorderen bestaat   hoofdzakelijk  uit   wandelen,  afgezien  van  de  twee duikzone's. Voorlopig moet samen ongeveer 150m ver gedoken worden, op max -3m.

Sprakeloos.... (foto: Gauthier Roba)
 Ondertussen zijn Herman en Michel de nieuwe vertrekken in de Vannon gaan ‘bekijken’. Michel kon in de nieuwe rivier een 20-tal meter nieuwe lijn leggen en boven water komen in een klok. Het vervolg heeft hij niet gevonden, wetende dat er ongeveer 1m zicht was onder water. Herman heeft op zijn beurt een parallel gezwommen, en heeft daarbij 50m lijn gelegd met einde op niets.
Beide vertrekken moeten herzien worden in betere omstandigheden. Het zicht onder water was vreemd genoeg zo goed als nul.

Tweehonderd meter zwemmen... (foto: Gauthier Roba)
De laatste dag bestond eruit om alle spullen te recupereren en enkele onafgewerkte zaken te doen. Gelukkig waren we daarvoor met 4. Om de gravers een opkikker te geven werd een nieuwe Arva meting georganiseerd. De Arva werd daarvoor op een mast vast gemaakt en voor het veronderstelde dichtste punt gehouden tegen het plafond in de galerij. Op deze manier zou de meting de grootste nauwkeurigheid geven.

Merkwaardige erosievormen... (foto: Gauthier Roba)
Eerder in de week werd de perte van de rivier gevonden tussen de S4 en de S5. Eerst werd gedacht dat die ergens onder water zat in de S6. Niet dus. Het is een kleine laminoir met vrij veel stroming. Bij hoog water is dit wellicht allemaal sifon. Het teveel aan water loopt dan via de S4 uit tot aan de ingangen van de Crotot’s. Gauthier en Stijn hebben er met hun duikspullen en een lintmeter, een topo gemaakt van 60m ver. In de half verdronken gang zijn ze teruggedraaid op een bijna sifon waar het voor ons te link werd.

Eenmaal terug buiten, ontdekt Stijn dat het water van de Résurgence du Chat een bruine kleur heeft, waarschijnlijk als gevolg van hun geploeter in de halfverdronken laminoir! Van een kleurproef gesproken!

Verslag: Stijn Schaballie.

Het verslag van de graafploeg. (Geert, Erik, Dagobert, Jos)

Omdat we sinds vorige expé met zekerheid weten dat een verbinding tussen D40 en Rigotte mogelijk is, zijn we zeer gemotiveerd om verder te graven. Ik was enkele weken geleden al wat ‘voorbereiding’ gaan doen, en dat moest eerst geruimd worden. Daarna kunnen we het vervolg aanpakken.
We hebben deze expeditie zwaar materiaal mee: een stroomgroep, 90m elektriciteitskabel en een zware Makita breekhamer. We verwachten ons aan serieus breekwerk. Maar eens we verder graven, blijkt het vooral klei en blokken te zijn. Dat hadden we niet durven hopen.

Graafwerken in de D40
We zitten dus wel degelijk in een opgevulde gang, en de (kleine) concreties op de wand, onder het sediment, leveren ons daarvoor het bewijs.
Het aantal bakken dat uit de boyau getrokken wordt, is niet te tellen. Het is zwaar labeur, en zonder de wetenschap dat er een grote grot achter zit, zouden we hier nooit aan beginnen! En we zijn nochtans wel wat gewoon! De modder is onwaarschijnlijk plakkerig: een bak vol krijgen, is moeilijk. Een bak terug leeg krijgen al evenzeer. Het is vooral Dagobert die 5 dagen lang graaft… Erik en ik zijn de bakkentrekkers van dienst!

Zaterdag komt Geert Erik vervangen. We hebben vandaag een Arva meting gepland en tevens een
Walkie Talkie test met de duikploeg. We hopen zo op een juistere afstandsbepaling en communicatie met een ploeg achter de sifons zou fantastisch zijn. De Arva meting gaat foutloos, het contact met de duikploeg verloopt echter moeizaam. We kunnen mekaar nauwelijks verstaan. Toch is het een bewijs dat Walkie Talkies ook onder de grond kunnen werken! ’s Avonds doen we nog een ruwe topometing zodat we weten hoever we gevorderd zijn met onze graafwerken… Tevens blijkt het gangetje stilaan droger te worden: er is duidelijk tocht ontstaan en dat geeft ons de moed om verder te doen.

Verslag: Jos Beyens

Resultaten

a) De ondergrondse Rigotte:

Ongeveer 1/3 van het traject (vogelvlucht) tussen de perte van de Rigotte en de bron is getopografeerd. Het totale traject is 4,1km in vogelvlucht. Het verkende deel kan bijna de helft van het volledige traject zijn, want ook nu hebben we onszelf getrakteerd op een royale première.

Het verst getopografeerde deel ligt op 1758m van de ingang, in vogelvlucht is dat 1346m. De topo meet nu 2745m en er is meer dan 1km non topo, dus ongeveer 4km.

Er werd 1633m aan topo ingeblikt. Daarvan was ongeveer 1100m première. Er is naar schatting nog meer dan 1km non topo en op meerdere plaatsen einde op niets.

b) D40

Hier werd 5m gevorderd en de afstand tussen de Rigotte en de D40 nu wordt geschat op:

1. Volgens de nieuwe en gecorrigeerde Arvameting : 5m
2. Volgens de topo: 6m
3. We kunnen hieruit afleiden dat onze duikers knap werk hebben geleverd en dat de ‘duikerstopo’
toch een grote precisie heeft.

c) Vannon

70m extra exploratie met in één tak einde op niets.

Immense afvloeiing... (foto: Gauthier Roba)
d) Toekomst

Eens de verbinding met de D40 een feit is, betekent dit:

1. Slecht één duikzone zonder versmallingen en een stromende rivier, dus meer zicht en dus meer potentiële duikers.
2. Assistentie van niet duikers tijdens het transport van de flessen etc.
3. Minder af te leggen afstand in de grot om de eindpunten te bereiken.

Besluit.

Het is duidelijk dat de ploeg staat te popelen om verder te exploreren! De volgende mini-expeditie is dus al gepland. Het zal vooral een graafexpeditie worden. Een droge verbinding is immers niet enkel interessant voor de duikploeg. Ook voor ons is het deel voor sifon 6 al de moeite waard om te bezoeken, en wie weet vinden we nog nieuwe vervolgjes die onze duikers over het hoofd gezien hebben… Wordt dus vervolgd!


En het gaat voort....wordt vervolgd !! (foto: Gauthier Roba)

maandag 28 oktober 2019

Wuinant zonder water!?

Vijf jaar geleden zijn we tot de vaststelling gekomen dat de bestaande publicaties van de topo van de Wuinant, meer bepaald de ondergrondse Magne, fouten bevatten. Daarvoor zijn we ondertussen 3 maal post sifon geweest. Eerst om een vast topopunt te bepalen aan het oppervlak door middel van Arvameting, en uiteindelijk daaraan de topo van het eindpunt van de grot te koppelen. Die eindpunttopo is nooit eerder gemaakt. Ook het overzicht met de verschillende pertes is nieuw. We weten nu dat er slecht 15m ontbreekt met de perte (Hadelin), en een kleine 20m tot aan het oppervlak. Het idee om een ingang te vinden voor niet duikers lijkt dus nog niet voor morgen. Het moet gezegd worden dat het niet aan het gebrek aan doorzettingsvermogen van de verschillende clubs heeft gelegen dat die verbinding er nog niet is. Er is al heel veel en heel hard gewerkt in alle mogelijke gaten aan de Magne. Wellicht is het probleem dat een bepaalde plooiing alle evidente passages tussen de Hadelin en de Wuinant onder water zet. Bij ons laatste bezoek hebben we achteraan een tiental nieuwe meters kunnen vinden, maar ook daar zijn we gestopt op een steil dalend plafond en uiteindelijk water.

Maar, bij ons laatste bezoek werden we ook aangenaam verrast.
Door de jaren heen stellen we vast dat er steeds minder en minder water is in de Wuinant. Vroeger had je een stromende rivier onderaan de ingangsput, maar tegenwoordig is er geen sprake meer van stroming. De sifons zijn daarmee gereduceerd tot bassins die steeds minder en minder water bevatten. Tot op een dag er geen persluchtflessen meer nodig zijn om de sifons te passeren. Tegenwoordig zijn die sifons herleid tot 3 ducks, korte sifons en voute mouillantes. Alle zijn ze minder dan 2m lang en minder dan 40cm diep.
De ducks zijn geëquipeerd met een speleotouw aan het plafond, en aan het vertrek van de natte zone is er een markering aangebracht (rode streep) om het waterniveau in te kunnen schatten.

De vraag is natuurlijk hoelang we deze passage kunnen behouden. Misschien heeft het klimaat hier een invloed op, of zijn de pertes minder actief, of zijn er nu betere pertes ondergronds, of kan de exploitatie van de nabij gelegen carrière hier voor iets tussen zitten? Zo is er achteraan in de grot nog steeds stromend water van 2 verschillende oorsprongen, maar geen van beide slaagt er nog in om door de volledige grot te stromen. Wellicht is één crue voldoende om het bassin weer te vullen en is een doorsteek zonder flessen uitgesloten. Momenteel hebben we dus een venster!  en wie weet komt er ooit nog een doorsteek met één van de pertes.

Bescherming: de grot is afgesloten. Voor meer info, neem a.u.b. contact op met ons of met GRSC.

Heet van de naald: Een recent bezoek heeft enkele zeer geslaagde foto's opgeleverd van de hand van Paul De Bie, en er is een interessante première gemaakt met het oog op een nieuwe ingang.

Wordt vervolgd!

Leuk weetje: met walkie-talkies kan je door 20m bodem communiceren!

Stijn

Walkie-talkie communicatie met het oppervlak

ARVA meting (blauw toestel midden  op de foto)

zondag 1 september 2019

De Lesse delta

De ondergrondse Lesse delta in de omgeving van Chaleux. Samen met de dubbele meanderafsnijding vormt dit een zeer interessant studieobject. Kenmerkend aan de grotten in de delta is het vele slijk en water. Zonder neopreen hou je het dus niet lang uit ondergronds. Ook de apparatuur moet dus danig beschermt worden wil je hier meten of desobstueren. De vraag is in hoeverre we kunnen vertrouwen op de bestaande topo; wetende dat die opgenomen is voor het Distox tijdperk. Zeker is dat de topo van de Loutre relatief summier is weergegeven, en er blijken verschillende verlengingen te ontbreken. Ook het betere desobstuctiewerk is nieuw in deze grot. Zo ontwikkelde Raf een drybag om de accuboormachine in te verpakken. Het voordeel is dat het toestel direct bruikbaar is in de natte en slijkerige omgeving. In een grot als deze is dit geen overbodige luxe wil je je machine niet verzuipen. Een eerste test van het geheel is goed afgelopen, maar compleet droog is de zak nog niet. Wordt dus vervolgd, want het ultieme doel is kunnen duiken met een accu boormachine!

Terug naar de Loutre. Op het programma een duik in de ‘Meertjes’ in de linker tak. Resultaat is een dalende faille tot -7m, waar geen penetrabel vervolg voelbaar is.
In de rechter tak hebben we verschillende uren gewerkt. Geheel achteraan zijn er ongeveer 3m bij gevonden, met zicht op een nieuwe versmalling net boven het water. Maar waarschijnlijk veel interessanter is een stijgend gangetje net voor het eindpunt. Er staat een zeer motiverende tocht.

We spreken van een delta, omdat er in de buurt nog een grotje is dat gelinkt kan worden aan hetzelfde systeem. Deze recent ontdekte grot, de Abri de la Source, staat deze tijd van het jaar zo goed als droog. Wat overblijft is, wat dacht je, hopen slijk. Net voor de sifon zit een geventileerde stijgende spleet die we met goedkeuring van de uitvinders mochten verkennen. Onze twee nieuwe slanke exploratoren kregen de eer. Hun eerste première is ongeveer tien meter lang geworden en is voorzien van twee versmallingen en enkele concreties. Een verlenging is blijkbaar niet meer evident, al stel ik me toch de vraag hoe ver we nog van de Trou Louis verwijderd zijn. 

Zoetjes aan begin ik te dromen van een speleodoorsteek tussen de GDS en de Loutre. Om goed te zijn zouden we dus e.e.a. moeten hermeten. Voorlopig volgen we de wind, maar de Distox, de GPS en de Arva’s zullen binnenkort wellicht deel uitmaken van de exploratietocht.
S.



woensdag 7 augustus 2019

Teamsport

Source de Nanduire, of de Nandoyîre zeggen ze in Wallonië. Ik werd getriggerd door het lezen van de verschillende verslagen op de blog van GRSC, en besloot Pol Xhaard te contacteren. Hij bleek aangenaam verrast, maar ook gepakt ik tijd, want hij had blijkbaar hetzelfde idee. Gezien de vele kilometers die wij moeten 'bollen' gaan we gewoonlijk meerdere dagen na elkaar grotten. Aan Pol werd gevraagd om een weekendprogramma in elkaar te knutselen en hij stelde een scenario samen.

Onder impuls van Wolter is er in de buurt van Sy een bron geëxploreerd die een duiker verlangt, de Triple Source de Nanduire. Het verloop van de desobstructiewerken zijn te lezen op de blog van GRSC. Helaas kon de duiker geen vervolg vinden in een spits toelopende schacht op -3m.


Iets verder stroomafwaards de Ourthe is er een gelijknamige rotspartij, met z’n voet in de rivier.  Volgens Pol zou er ook een bron moeten zitten, verkend over 5m, maar de stroming zou eerdere duikers genekt hebben. In deze tijd van het jaar is er amper stroming en is het bijgevolg een uitgelezen moment voor een verkenning. Op -2m werd er inderdaad een bronnetje gevonden, ongeveer 1m breed, 10cm hoog en op -1m een grot/niche in de fel geërodeerde wand, ongeveer 3m ver. Helaas geen stroming in dit laatste, en gelukkig ook geen bever in het grauwe water omgeven door takken in het gat.


De kers op de taart; een duik, ‘fond de trou’ in de Grotte-Mine de Vaux sous Olne. De duikcampagne van 2005-2012 heeft ertoe geleid dat de S1 met de S4 verbonden is, en de S5 tot -19m diep gaat. De S6 bleef onaangeroerd, en dat was net het doel van de dag. 


De S6, is niet meer dan een plas, achter een versmalling gelegen. Ik had er geen goed oog in. Maar, onderwater bleek er toch een laminoir te vertrekken. Spullen aan dus, en achteruit, zoekend met de benen naar het vervolg. De sifon, of beter gezegd het bassin, want het is een hangende sifon,  max 8m lang en heel ondiep. Halverwege is er een klok, en de laatste meters zijn eerder VM. Voorbij de sifon kon ik onverwacht ook zeer goed communiceren met Patrice aan het vertrek. Er is dus een verbinding boven water. Het vervolg dan; stijgend tot in een blokkenzaaltje, en daarna steil naar beneden in een hoge diaklaze tot aan een nieuwe sifon. Het geheel geschat op 40 à 50m ontwikkeling en zakt zeker 10m, vermoedelijk opnieuw tot aan de rivier. 


Hiermee is er opnieuw een zeer interessant vertrek in de grot. Om de nieuwe sifon veilig te kunnen duiken zou het beter zijn dat de S6 geëlimineerd wordt. Hopelijk lopen de toekomstige werken van een leien dakje.
Wordt vervolgd!
Stijn

Met dank aan Wolter, Pol en Patrice voor de foto's en de film

vrijdag 26 juli 2019

De Woëvre

De Woëvre is een relatief onbekend karstgebied in noord Frankrijk, departement Meuse. De grootste grot meet er ruim 990m; de Gouffre du Failly. Aan het systeem zijn twee ingangen, één sportieve, en een ander relatief eenvoudig. Die laatste is momenteel helaas misbruikt als dump voor slachtafval, en er is geen doorkomen aan.  Er zou ook 80m ver gedoken zijn in de eindsifon. Verder zijn er tientallen pertes en kartsfenomenen verscholen in het bos. Werkelijk een walhalla voor de grotliefhebber!
De spéléocub van Longwy is er actief, en de meeste  kartfenomenen zijn te raadplegen via de website van georisques.
Uiteraard zijn er ook bronnen verbonden aan het uitgesterkte bos. De belangrijkste zijn te vinden in Delut, Dimbley en Merles-sur-Loison. Naar goede gewoonte beginnen we van onder naar boven.
In Delut is de hoofdbron geconnecteerd op de riolen, en dus weinig attractief. In Dimbley werden menige blokken versleurd, maar door de zwakke stroming en het eerder smalle karakter als herzien bestempeld.

Stijn en Julien aan La Cuve
De mooiste bron is te vinden in Merles-sur-Loison; La Cuve. Een waar zwembad met helder water tot -10m diep. Helaas afgesloten om veiligheidsredenen. Na een goed contact met de burgemeester van het dorp, en het opstellen van een overeenkomst ‘op eigen risico’ konden we van start gaan. Op diepte bleek al snel dat de versmalling een formaliteit was. Na en desobstructie van 5’, lees enkele blokken aan de kant duwen kan je met een SM configuratie probleemloos naar binnen. De haspels werden voorzien van de nodige meters en markeringen.
De eerste 55m waren voor rekening van Julien en Stijn. Daarna heeft Stijn tot 159m in de rechter tak verkend, en 106m vanaf de ingang in de linker tak. Er zit een splitsing op 60m en beide takken eindigen op niets. Tijdens ons bezoek hadden we zeer goed zicht. De vraag is of dat nog het geval zal zijn in minder droge periodes. Zeker is dat we er een nieuwe spirit bij hebben ‘dicht’ bij huis.

Hier een niet te missen filmmontage!


Wordt vervolgd!
Stijn

PS: een toegangsreglement is in de maak, voor info contacteer Stijn of Julien.

woensdag 19 juni 2019

Vannon en Rigotte: Mini - Maxi - Mega

Deelnemers: Jos en Peter (Avalon), Tom, Stijn, Herman en Geert (Cascade)

Het verslag van de duiken door Stijn Schaballie


Tijdens de vorige mini expeditie werd het ons duidelijk dat we onze inspanningen op twee systemen moeten richten. Door omstandigheden zijn de duikers echter de ganse periode in het systeem van de Rigotte bezig geweest.

We waren vorige expeditie gestopt in een grote zaal, waar een blokkenstort ons de weg versperde. Vrijdag zijn we van start gegaan met het onderzoeken van het oppervlak boven deze zaal. Buiten enkele tochtende spleten, vonden we helaas niets dat interessant genoeg was om aan te werken. 
Zaterdag duiken Tom en ik opnieuw tot in deze zaal. Een trémie betekent veelal het einde van een grot, maar deze blokkenboel was ons goed gezind: Tom en ik hebben ons letterlijk een weg gepuzzeld doorheen de mikado. Aan de andere kant van het blokkenstort kwamen we terecht in prachtig geërodeerde, stevige tunnels … en die bleven maar doorlopen! Later dan verwacht kwamen we weer bovengronds, zodat de collega’s voorzichtig ongerust waren. Met een brede smile konden we hen vertellen over sifons, zalen en tunnels in alle maten en vormen. Het was duidelijk, de S2 van de Vannon staat voorlopig on hold.


De ingang van de Crotot Pont: Tom en Herman vertrekken
Dag drie werden de nodige voorbereidingen getroffen om de eindsifon S6 van de Rigotte te duiken. Om de portage te verlichten werd ervoor gekozen om de tussenliggende sifons (met shunt) ook te duiken. Het resultaat is een S4-5 van enkele meters lang, en een S6 van 45m, -3m. De grootste verrassing post S6 was misschien wel dat ik plots in een actieve bedding stond. Vermoedelijk verliezen we het actief in de S6 en verschijnt het water opnieuw ergens in het dorp waar een totaal van 5 bronnen samen komen. Dit verklaart waarom de Crotot’s niet het hele jaar water geven. 

   Stijn met bagage, na de succesvolle duik van de S6
Van enkele bronnen hebben we een vermoeden van de herkomst, maar een kleurproef dringt zich nu echt wel op. Mijn tijd post S6 was eerder beperkt, want er stond nog een BBQ op het programma. Maar ik heb toch een 400-tal meters verkend in een ruime, comfortabele galerij met actieve rivier en einde op niets. Die zondag was het Vaderdag, dus is het ‘Galerie des Pères’ geworden. Er is ook tijd gemaakt voor een topografiesessie tot aan het vertrek van de S6 en het nemen van enkele filmbeelden. 
Nu restte ons nog een halve dag vooraleer we weer huiswaarts vertrokken, en uiteraard hebben we die ook nuttig ingevuld. Dankzij de verwerking van de topogegevens door Geert, wisten we vrij snel de juiste ligging van de grot en dankzij Jos weten we welke karstfenomenen in aanmerking komen voor een onderzoek en een eventuele verbinding. 
Zo is er een overloop in de droge bedding van de Rigotte, met onderin een sifon (in normaal regime). Het was er echter al een hele tijd droog geweest, en er stond nu geen water in de sifon! Zowel stroomop- als stroomafwaards is er een krappe laminoir over enkele meters verkend met open einde. Onze speurtocht ging verder langs enkele veelbelovende gaten, maar uiteindelijk is ervoor gekozen om nog eens de duikspullen aan te trekken.

De ingang van het venster (overloop) op de Rigotte
Een duikpoging in de ‘Crotot Maison’ hadden we nog niet ondernomen. Deze resurgentie stroomt bijna nooit, maar moet zeker deel uitmaken van het systeem. Vanuit de ‘Crotot Pont’ had ik echter al wel 37m lijn kunnen leggen in de richting van deze resurgentie tot aan een blokkenpassage. Het resultaat van mijn duik vandaag was dat ik vrij snel m’n lijn kon terugvinden! En hiermee heeft het systeem er een nieuwe, veiligere ingang bij. Deze sifon, de S2 bis, is ongeveer 50m lang en zal onze toekomstige reguliere ingang worden! Deze ingang ligt op privé terrein, achter de boerderij. Gelukkig hebben we zeer goede contacten met de boer en zijn familie en is de toegang ons verzekerd!

De Crotot Maison die de nieuwe, veilige ingang wordt tot de Rigotte
Nog een belangrijk nieuwtje is dat de S1-2 van de Rigotte eigenlijk 50m korter is, want op 90m kan je oppervlakte maken en zo tot in de Salle de l’ Eboulis zwemmen. 
Ik ben dan geëindigd met een tochtje stroomop, door de bedding van de Vannon, tot aan enkele bronnen in de bedding. De grootste van de twee meet 30cm op 80cm, maar dieper lijkt er geen doorkomen aan. Alleen: welk water is dat nu … Vannon, Rigotte, Dialose, of… ?
Er zijn nog zoveel mysteries te ontrafelen … maar we hebben ondertussen toch al een tipje van de sluier mogen oplichten!
Heel erg bedankt Moeder Natuur!

Het verslag van de ‘droge’ werken door Jos Beyens


Tijdens de vorige expeditie werd de ‘Grotte des Mères’ ontdekt. Deze grot zou wel eens kunnen verbinden met de post-sifon van de Vannon. Ik was daar twee weekends geleden 2 dagen het eerste deel al verder gaan uitdiepen zodat we in de toekomst comfortabeler zouden kunnen werken. Zaterdag graven we de rest van de grot dieper uit. Herman en Geert komen helpen en met vier gaat het redelijk goed vooruit. 
Zondag assisteren we de duikers die opnieuw de Rigotte gaan doen. Wanneer Herman, Tom en Stijn vertrokken zijn, trekken Geert, Peter en ik eerst naar de D40. We doorzoeken de ganse grot opnieuw, en Peter vindt zowaar een nieuwe passage. We maken de toegang ervan open met hamer en beitel, maar spijtig genoeg zit het na 4m overal dicht. Misschien kunnen we, indien we een groot blok opruimen, toch nog verder graven. De linkerwand is duidelijk door water uitgespoeld, dus écht stoppen zal het er niet doen!

De ingang van de D40
Daarna toon ik hen de ligging van ‘Trou Koolzaad’ en een ‘Venster’ op de Rigotte daar vlakbij.
Maandag ga ik met Peter opnieuw verder graven in de GDM. We zijn maar met twee, dus het zand helemaal naar buiten sleuren, is onmogelijk. We stockeren alles zo goed mogelijk aan de zijkanten. We geraken slechts 1 meter dieper en 1 meter verder… Einde op een dassengang die lichtjes omhoog gaat doorheen het sediment… Om 16.00 uur stoppen we ermee. Het is er nu zeer lastig graven en ons vat is af. Volgende keer moeten we weer minstens met 4 man zijn!

We bekijken samen de eerste, fantastische filmbeelden van de ondergrondse Rigotte!
Het wordt elke expeditie spannender. En er worden weeral volop plannen gemaakt! We zijn voorlopig nog niet klaar met de explo!

Link:  Dit filmpje spreekt tot de verbeelding. 

Heb je interesse in deze exploratie contacteer dan één van ons a.u.b. (Jos, Dagobert, Stijn, Geert).


Wordt (met plezier) vervolgd !

maandag 27 mei 2019

Uitje te Furfooz

Samen met Rudi en Bibiche, uitvinders van de Abri de la Source, of alias La Belle Blonde Barbue zijn we eens gaan kijken naar de mogelijkheden daar.

Het is nu al een tijdje dat we ons interesseren voor de (onderwater)fratsen van de Lesse ter hoogte van Furfooz, dus ook deze bron mag niet ontbreken. Samengevat is het een vettige tunnel, met einde op een te smalle duiksifon. Wel is er,  enkele meter voor het einde, een zeer interessante spleet die zeker onderzocht dient te worden, wordt vervolgd. Het slagschip heeft daarna z’n tocht verdergezet naar de Trou de la Loutre. Een heerlijke watergrot met halverwege enkele selectieve passages. Duiken is niet nodig wil je de grot bezoeken, iets wat veel mensen niet weten, maar verwacht je wel aan enkele pittige versmallingen en spannende voute mouillantes.


De grot is zeer complex, en er is bijna zeker een vervolg aan te brijen. Eén van de zaken die we binnenkort willen ondernemen is het duiken van de eindsifon. De sifons van de Galerie des Sources hebben we eerder al eens onder handen genomen met als resultaat dat het hele parcours herbelijnd is. 

De dag was nog niet om, dus gingen we op zoek naar een nieuwe uitdaging. Naast Michel en ik zijn er nog geen andere duikers geweest in de Sepulture. Tom was bereid om eens een ‘kijkje’ te gaan nemen. Ik had me hoog op de ‘tribune’ aan de lac gezet, luisterend naar het geluid van de luchtbellen die rollen over het plafond. Na ongeveer 15’ duiken, plots geen bellen meer! De spanning steeg. Een goeie 10’ later waren ze terug. Gejuich!! Tom moet wel gepasseerd zijn. In de donkere wolken bruin sop verschijnt plots z’n licht. Oef. Tom vertelt; eerst wat gegraven, dan enkele tests gedaan met slijk en ontspanners. Duidelijk geen goed huwelijk die twee. Purgeren (lucht doorblazen) is nodig wil je opnieuw kunnen ademen. Dan, om zo dicht mogelijk tegen het plafond aan te blijven heeft hij z’n helm afgedaan, en dan hop, met de ontspanners zo hoog mogelijk boven de blubber het onbekende terrein in. Wauw, respect. Verder stijgt de gang opnieuw. Daarna weer een versmalling, maar met zachte bodem, dus snel aangepast. Het daalt terug en dan horizontaal tot in een ruimer stuk met einde op een versmalling. Voorlopig niet passeerbaar. Dus 10 à 15m premiere met 0 zicht op de terugweg! s’Avonds tijd voor verbroedering links en recht met BBQ etc.

Ondertussen zaten we in Godinne. We hebben er de tijd genomen om de situatie in het Chauveau complex te bekijken. Er zitten geen bevers (meer) in de bron. Wel werden we onaangenaam verrast door van de staat van de droge grot. Die is blijkbaar het slachtoffer geworden van een drankorgie. Alle plastiek en flessen zijn in de vuilnisbak beland.




Terug naar Furfooz waar we opnieuw een duik in de Puits des Vaux mochten maken.
Doel was een nieuwe lijn te leggen, de oude rommel te verwijderen, topo te doen, en enkele filmbeelden te maken. Gelukkig waren we hiervoor met twee, onder water en niet onbelangrijk er was ook support aan het oppervlak! Het zicht was in vergelijking met ons bezoek eind maart een pak minder goed, er was er geen sprake meer van een goeie en minder goeie zone. Al bij al max 2m zicht, behalve aan de toevoer van de nog onbekende bron = glashelder, Sebia? Er ligt nu 40m lijn, met einde op niets op -30m. Er kan voor het eerst een ruwe topo gemaakt worden van deze mysterieuze site. Afwerking en verder onderzoek zal iets voor in het najaar zijn. 
S.


woensdag 1 mei 2019

Vannon... en meer...

De 19de mini-expeditie:  14/04 tot 20/04/2019 
‘Mini’ expeditie met ‘Maxi’ resultaat!!!

Deelnemers:  Stijn, Geert, Herman (SC Cascade), Jos, Krzysztof, Mich, Mario (SC Avalon), Michel (ESCM), Tom (Spekul) 

Het verslag van de duiken door Stijn Schaballie
Na het uitzitten van de winterse regen zijn er opnieuw plannen gemaakt om verder te exploreren aan de Vannon (Haute-Saône – F). Vorig jaar hebben twee duikers, na een sifon van 355m lengte, kennis gemaakt met een ruime tunnel. Er is toen ongeveer 1000m aan ontwikkeling geschat. Het leeuwendeel werd getopografeerd, maar de grot liep gewoon verder. In het voorjaar van 2019 streek er een 9 man sterke ploeg neer, vier van hen voorzien van duikspullen. 


De expé is van start gegaan met het verkennen van de ingangszone van de tijdelijke bron. De onderwaterlaminoir moet met de nodige feeling genomen worden, want het blijkt een aanslag op je materieel te zijn. Iedereen slaagt in de opzet, en de configuraties worden op punt gesteld. 
Omdat er elk om de beurt gedoken wordt, besluit Stijn een ‘kijkje’ te gaan nemen in de bronnen van de Rigotte. Als snel wordt duidelijk dat er in het dorp Fouvent-le-Bas heel wat meer water toekomt dan we eerder hadden gedacht. Kleurproeven dringen zich op om meer te weten te komen van de 5 verschillende bronnen. Zeker is dat drie grote grotsystemen afwateren naar het dorp: Vannon, Rigotte en Dialose. De twee Crotot’s vormen de résurgenties van de Rigotte. Eén van de twee, nl Crotot ‘Maison’, stroomt niet. De andere, Crotot ‘Pont’, stroomt lichtjes, voldoende voor een verkenning. Om vlot tot aan de sifon te geraken worden verschillende blokken verlegd. Uiteindelijk blijft het ongemakkelijk sluipen in water van enkele tientallen centimeter diep, vooraleer kopje onder te gaan. Sifon 1 is kort; slechts 3m lang. Daarna opnieuw kruipen, maar dan op handen en voeten, tot aan S2. Vijf meter ver in S2, de versmalling beschreven in de literatuur. Na ongeveer 15’ puzzelen, laat de versmalling zich passeren, maar voor mij was het voldoende voor die dag. De veiligheid is heel moeilijk in te schatten. Op het ganse parcours is het laveren tussen de instortingen door.

’s Anderdaags Vannon met z’n vieren. Stijn vertrekt als eerste met de opdracht de ingangszone te herequiperen met een speleotouw, want de crues hebben geen genade gekend met de 3mm duiklijn. Profiterend van een zichtbaarheid van maximaal 2m vervolledig ik de onderwatertopo. Verder deze week zal het zicht alleen maar verslechteren. De sifon is nu geen 355m lang, maar 377m door de iets hogere waterstand. Er worden spits geplaatst om duikspullen aan op te hangen, want de eerste 50m voorbij de sifon is zeer slijkerig. Met z’n allen bekijken we de mogelijkheden post sifon, wetende dat de collega’s speleologen van Avalon er al een 30 tal sessies hebben op zitten om een shunt te graven aan de sifon. Eén zijgang, op het eerste zicht een oude afvoer, komt in aanmerking voor een desob, maar voorlopig niet prioritair. We topograferen de hoofdcollecteur, steeds verder stroomop, tot voorbij het punt waar we in 2018 geëindigd waren. Net als vorig jaar trakteren we onszelf door nog even verderop te gaan zonder te topograferen, dat na een welverdiende pauze op een strand. Na ongeveer 200m doemen plots verschillende stalagtieten op, en niet veel later een muur die uit het water verrijst. De S2! Voor de één een obstakel, voor de ander een zegen. Zeker is dat het vervolg van de exploratie hierdoor een stuk ingewikkelder zal worden. Meteen worden de optie voor een mogelijke shunt onderzocht, en uiteindelijk wordt er iets gevonden. We weten wat ons morgen te doen staat: topo tot aan de sifon, en open maken van een versmalling waarachter een echo zit.


    
De volgende dag is niet iedereen op de afspraak. Tom, die als laatste door de sifon duikt laat op zich wachten. Ik krijg het koud post sifon, en vervoeg de anderen achteraan in de grot op het strand. Wat gaan we doen, kijken we elkaar vragend aan? We besluiten ons werk te starten in afwachting van Tom’s aankomst. Tijdens het graven aan de shunt is de sfeer bedrukt, maar plots horen we geritsel van iemand die nadert. 
Tom is er geraakt! Het bleek een technisch probleem te zijn waardoor hij zijn duik heeft moeten afbreken. Oef, iedereen opgelucht! Michel begint zich ondertussen vragen te stellen bij de mogelijke shunt, die we de vorige dag eigenlijk maar heel vluchtig beoordeeld hebben. Zeker na het horen van geplons door de versmalling gaat hij op pad. Niet veel later zitten Michel en ik neus aan neus. De shunt laat zich verbinden nog voor de sifon. Einde graafwerk. Na het vervolledigen van de topo tot aan de sifon 2 vertrekken er twee duikers richting uitgang terwijl de andere twee het voorlopig laatste vraagteken op het parcours bekijken. Aan de oude afvoer, verschillende meter boven de bedding, is er een opening gevonden rechts van de instorting waar tocht op zit. Tom en ik graven elk om de beurt. Graven in een neopreen duikpak zonder afkoeling kan tellen. Op zich is de desobstructie vrij gemakkelijk, maar toch liggen we gemarineerd in eigen nat te puffen en te blazen. Voorbij de prop kunnen we nog een 30 tal meter in kaart brengen met einde op een lage, nieuwe verstopping.


We besluiten een ‘rustdag’ in te lassen, want o.a. de flessen moeten nog gevuld worden. We laten de 2 compressoren bulderen om de 9 flessen te vullen. Hiervoor zijn we tot aan de Fontaine Sacré gereden. Een afgelegen plaats met twee weinig onderzochte bronnetjes. Ik heb nog spullen die operationeel zijn, en ga een kijkje nemen. Beide poelen zijn slechts enkele meter diep en weinig interessant om aan te werken. Het levert wel grappige beelden op en een brevet van jungle duiker zeker!?




Na de middag opnieuw serieuzer werk. Ik moet Tom niet overtuigen om een kijkje te nemen in de Crotot ‘Pont’. Hij krijg 40m lijn mee van 4mm. Ik laat hem het vertrek zien en bevestig z’n lijn. Buiten wachten we in het zonnetje.  Na 30’ verschijnt Tom breed lachend uit het portaal. De grot loopt verder. De reel wordt voorzien van een volgende 50m en opnieuw sluipt hij naar binnen. Relaas van de duik is dat de grot verder loopt. Er moeten nog twee versmalling gepasseerd worden, drie in totaal dus en uiteindelijk krijgt de gang een stabiel en ruimer karakter! Feest! Tom trakteert met de vondst die ook z’n 500ste duik blijkt te zijn.

Voor onze laatste volledige dag worden de plannen herzien. De S2 van de Vannon kan wachten. 



De senior equipe zal zich ontfermen over de recuperatie van het materieel uit de Vannon, terwijl de young ones elk om de beurt in de Rigotte duiken. Ik krijg de eer om met een vers gevulde reel van start te gaan. Het zicht is om en nabij de 2m. De versmallingen en het parcours van de grot zijn uitdagend en heel afwisselend. De diepte blijft constant rond de 2m. Het is duiken ‘à la Belge’. 


Er verschijnen marmieten onder water, en opeens gaat de zandbodem naar omhoog. Ik breek het wateroppervlak in een ruime donkere zaal! De lijn wordt afgeknoopt op 140m. Duikspullen gaan uit, en snel doe ik een verkenning van de zaal. Eén kant van de zaal bestaat uit een gigantische instorting die nog verschillende meter hoger gaat dan de zaal. Deze beklimmen is niet voor nu. Onderaan de instorting is er een voute mouillante die toegang geeft tot een waterrijke, chaotische passage van een 20 tal meter ver. Voorlopig einde op een nieuwe ondiepe sifon, die misschien geshunt kan worden.
Daarna is Tom aan de beurt. Hij kan in de zaal nog een andere passage vinden met een 40 tal meter ontwikkeling. 



Het gaat om een galerij met diep water en weinig lucht. Uiteraard ook eindigend op een sifon. Hoogstwaarschijnlijk is dat de afvoer naar de Crotot ‘Maison’. Topo en verder onderzoek zou dat kunnen uitwijzen. 

Ondertussen is er al heel wat opzoekingswerk verricht, en zijn er opnieuw plannen gemaakt voor een volgende sessie van niet één maar twee grotsystemen!

De Resultaten in cijfers: 
Résurgence Vannon: L=1545m D=33,0m; verste punt op 1266m van de ingang
Crotot-pont + Crotot-maison : L=197,7m D=4,8m

Ongeveer 450m première !!
Op 4 dagen opgenomen topogegevens: bijna 1500m!

Verslag: Stijn
April 2019




Een kort verslag van de ‘droge’ desobwerken door Jos Beyens
Terwijl onze duikploeg de ene fantastische ontdekking na de andere doet, probeert de desobploeg al 4 jaar lang een droge ingang te forceren naar het ondergrondse systeem van de Vannon.
Zondag start een tweekoppige ploeg ( Jos en Krzysztof) met de verdere werken. Het ziet er daar achteraan echter eerder hopeloos uit: er is nog wel tocht, maar die komt zowat van overal en nergens is een evident vervolg te zien. Na het verleggen van een groot blok, vindt Krzysztof echter een mogelijk vervolg. We zien minstens 3 à 4m ver én er is tocht.



De toegang is echter weer vreselijk onstabiel, en we zijn bijna 2 dagen bezig met het stutten ervan! Uiteindelijk geraken we er één meter ver in! Dinsdagnamiddag rijdt Krzysztof terug naar België. Voor hem zit de mini-expé er op. Hij wordt ’s avonds afgelost door Mario en Michäela.
Met drie man is het desobwerk een hels karwei: we proberen zoveel mogelijk de grote blokken naar buiten te brengen, en dat is niet simpel. Daarbij is het gangetje zeer smal, dus veel bewegingsruimte heeft de graver van dienst niet!


Gezien de vele blauwe plekken die we er aan over houden, is de naam voor het pijpje snel gevonden: Boyau Bleu… Na vier dagen in deze omstandigheden, doen alle spieren pijn. We besluiten om donderdag een rustdag in te lassen! 
Vrijdag en zelfs zaterdagvoormiddag, doen we gestaag voort. We geraken 6.5m ver in de pijp en zien nog ongeveer 1.5m verder. Het plafond is stabiel en ook de wanden zijn massieve rots. Toch is de richting waarin we vorderen niet  echt goed en ook de tocht is er weg. We gaan in ieder geval tijdens de volgende mini-expé die laatste anderhalve meter nog weggraven en dan zullen we moeten beslissen hoe het verder moet...



Het was weer een heerlijke expeditie met een superploeg. Wordt zeker vervolgd!
Verslag: Jos
April 2019