maandag 27 mei 2019

Uitje te Furfooz

Samen met Rudi en Bibiche, uitvinders van de Abri de la Source, of alias La Belle Blonde Barbue zijn we eens gaan kijken naar de mogelijkheden daar.

Het is nu al een tijdje dat we ons interesseren voor de (onderwater)fratsen van de Lesse ter hoogte van Furfooz, dus ook deze bron mag niet ontbreken. Samengevat is het een vettige tunnel, met einde op een te smalle duiksifon. Wel is er,  enkele meter voor het einde, een zeer interessante spleet die zeker onderzocht dient te worden, wordt vervolgd. Het slagschip heeft daarna z’n tocht verdergezet naar de Trou de la Loutre. Een heerlijke watergrot met halverwege enkele selectieve passages. Duiken is niet nodig wil je de grot bezoeken, iets wat veel mensen niet weten, maar verwacht je wel aan enkele pittige versmallingen en spannende voute mouillantes.


De grot is zeer complex, en er is bijna zeker een vervolg aan te brijen. Eén van de zaken die we binnenkort willen ondernemen is het duiken van de eindsifon. De sifons van de Galerie des Sources hebben we eerder al eens onder handen genomen met als resultaat dat het hele parcours herbelijnd is. 

De dag was nog niet om, dus gingen we op zoek naar een nieuwe uitdaging. Naast Michel en ik zijn er nog geen andere duikers geweest in de Sepulture. Tom was bereid om eens een ‘kijkje’ te gaan nemen. Ik had me hoog op de ‘tribune’ aan de lac gezet, luisterend naar het geluid van de luchtbellen die rollen over het plafond. Na ongeveer 15’ duiken, plots geen bellen meer! De spanning steeg. Een goeie 10’ later waren ze terug. Gejuich!! Tom moet wel gepasseerd zijn. In de donkere wolken bruin sop verschijnt plots z’n licht. Oef. Tom vertelt; eerst wat gegraven, dan enkele tests gedaan met slijk en ontspanners. Duidelijk geen goed huwelijk die twee. Purgeren (lucht doorblazen) is nodig wil je opnieuw kunnen ademen. Dan, om zo dicht mogelijk tegen het plafond aan te blijven heeft hij z’n helm afgedaan, en dan hop, met de ontspanners zo hoog mogelijk boven de blubber het onbekende terrein in. Wauw, respect. Verder stijgt de gang opnieuw. Daarna weer een versmalling, maar met zachte bodem, dus snel aangepast. Het daalt terug en dan horizontaal tot in een ruimer stuk met einde op een versmalling. Voorlopig niet passeerbaar. Dus 10 à 15m premiere met 0 zicht op de terugweg! s’Avonds tijd voor verbroedering links en recht met BBQ etc.

Ondertussen zaten we in Godinne. We hebben er de tijd genomen om de situatie in het Chauveau complex te bekijken. Er zitten geen bevers (meer) in de bron. Wel werden we onaangenaam verrast door van de staat van de droge grot. Die is blijkbaar het slachtoffer geworden van een drankorgie. Alle plastiek en flessen zijn in de vuilnisbak beland.




Terug naar Furfooz waar we opnieuw een duik in de Puits des Vaux mochten maken.
Doel was een nieuwe lijn te leggen, de oude rommel te verwijderen, topo te doen, en enkele filmbeelden te maken. Gelukkig waren we hiervoor met twee, onder water en niet onbelangrijk er was ook support aan het oppervlak! Het zicht was in vergelijking met ons bezoek eind maart een pak minder goed, er was er geen sprake meer van een goeie en minder goeie zone. Al bij al max 2m zicht, behalve aan de toevoer van de nog onbekende bron = glashelder, Sebia? Er ligt nu 40m lijn, met einde op niets op -30m. Er kan voor het eerst een ruwe topo gemaakt worden van deze mysterieuze site. Afwerking en verder onderzoek zal iets voor in het najaar zijn. 
S.


woensdag 1 mei 2019

Vannon... en meer...

De 19de mini-expeditie:  14/04 tot 20/04/2019 
‘Mini’ expeditie met ‘Maxi’ resultaat!!!

Deelnemers:  Stijn, Geert, Herman (SC Cascade), Jos, Krzysztof, Mich, Mario (SC Avalon), Michel (ESCM), Tom (Spekul) 

Het verslag van de duiken door Stijn Schaballie
Na het uitzitten van de winterse regen zijn er opnieuw plannen gemaakt om verder te exploreren aan de Vannon (Haute-Saône – F). Vorig jaar hebben twee duikers, na een sifon van 355m lengte, kennis gemaakt met een ruime tunnel. Er is toen ongeveer 1000m aan ontwikkeling geschat. Het leeuwendeel werd getopografeerd, maar de grot liep gewoon verder. In het voorjaar van 2019 streek er een 9 man sterke ploeg neer, vier van hen voorzien van duikspullen. 


De expé is van start gegaan met het verkennen van de ingangszone van de tijdelijke bron. De onderwaterlaminoir moet met de nodige feeling genomen worden, want het blijkt een aanslag op je materieel te zijn. Iedereen slaagt in de opzet, en de configuraties worden op punt gesteld. 
Omdat er elk om de beurt gedoken wordt, besluit Stijn een ‘kijkje’ te gaan nemen in de bronnen van de Rigotte. Als snel wordt duidelijk dat er in het dorp Fouvent-le-Bas heel wat meer water toekomt dan we eerder hadden gedacht. Kleurproeven dringen zich op om meer te weten te komen van de 5 verschillende bronnen. Zeker is dat drie grote grotsystemen afwateren naar het dorp: Vannon, Rigotte en Dialose. De twee Crotot’s vormen de résurgenties van de Rigotte. Eén van de twee, nl Crotot ‘Maison’, stroomt niet. De andere, Crotot ‘Pont’, stroomt lichtjes, voldoende voor een verkenning. Om vlot tot aan de sifon te geraken worden verschillende blokken verlegd. Uiteindelijk blijft het ongemakkelijk sluipen in water van enkele tientallen centimeter diep, vooraleer kopje onder te gaan. Sifon 1 is kort; slechts 3m lang. Daarna opnieuw kruipen, maar dan op handen en voeten, tot aan S2. Vijf meter ver in S2, de versmalling beschreven in de literatuur. Na ongeveer 15’ puzzelen, laat de versmalling zich passeren, maar voor mij was het voldoende voor die dag. De veiligheid is heel moeilijk in te schatten. Op het ganse parcours is het laveren tussen de instortingen door.

’s Anderdaags Vannon met z’n vieren. Stijn vertrekt als eerste met de opdracht de ingangszone te herequiperen met een speleotouw, want de crues hebben geen genade gekend met de 3mm duiklijn. Profiterend van een zichtbaarheid van maximaal 2m vervolledig ik de onderwatertopo. Verder deze week zal het zicht alleen maar verslechteren. De sifon is nu geen 355m lang, maar 377m door de iets hogere waterstand. Er worden spits geplaatst om duikspullen aan op te hangen, want de eerste 50m voorbij de sifon is zeer slijkerig. Met z’n allen bekijken we de mogelijkheden post sifon, wetende dat de collega’s speleologen van Avalon er al een 30 tal sessies hebben op zitten om een shunt te graven aan de sifon. Eén zijgang, op het eerste zicht een oude afvoer, komt in aanmerking voor een desob, maar voorlopig niet prioritair. We topograferen de hoofdcollecteur, steeds verder stroomop, tot voorbij het punt waar we in 2018 geëindigd waren. Net als vorig jaar trakteren we onszelf door nog even verderop te gaan zonder te topograferen, dat na een welverdiende pauze op een strand. Na ongeveer 200m doemen plots verschillende stalagtieten op, en niet veel later een muur die uit het water verrijst. De S2! Voor de één een obstakel, voor de ander een zegen. Zeker is dat het vervolg van de exploratie hierdoor een stuk ingewikkelder zal worden. Meteen worden de optie voor een mogelijke shunt onderzocht, en uiteindelijk wordt er iets gevonden. We weten wat ons morgen te doen staat: topo tot aan de sifon, en open maken van een versmalling waarachter een echo zit.


    
De volgende dag is niet iedereen op de afspraak. Tom, die als laatste door de sifon duikt laat op zich wachten. Ik krijg het koud post sifon, en vervoeg de anderen achteraan in de grot op het strand. Wat gaan we doen, kijken we elkaar vragend aan? We besluiten ons werk te starten in afwachting van Tom’s aankomst. Tijdens het graven aan de shunt is de sfeer bedrukt, maar plots horen we geritsel van iemand die nadert. 
Tom is er geraakt! Het bleek een technisch probleem te zijn waardoor hij zijn duik heeft moeten afbreken. Oef, iedereen opgelucht! Michel begint zich ondertussen vragen te stellen bij de mogelijke shunt, die we de vorige dag eigenlijk maar heel vluchtig beoordeeld hebben. Zeker na het horen van geplons door de versmalling gaat hij op pad. Niet veel later zitten Michel en ik neus aan neus. De shunt laat zich verbinden nog voor de sifon. Einde graafwerk. Na het vervolledigen van de topo tot aan de sifon 2 vertrekken er twee duikers richting uitgang terwijl de andere twee het voorlopig laatste vraagteken op het parcours bekijken. Aan de oude afvoer, verschillende meter boven de bedding, is er een opening gevonden rechts van de instorting waar tocht op zit. Tom en ik graven elk om de beurt. Graven in een neopreen duikpak zonder afkoeling kan tellen. Op zich is de desobstructie vrij gemakkelijk, maar toch liggen we gemarineerd in eigen nat te puffen en te blazen. Voorbij de prop kunnen we nog een 30 tal meter in kaart brengen met einde op een lage, nieuwe verstopping.


We besluiten een ‘rustdag’ in te lassen, want o.a. de flessen moeten nog gevuld worden. We laten de 2 compressoren bulderen om de 9 flessen te vullen. Hiervoor zijn we tot aan de Fontaine Sacré gereden. Een afgelegen plaats met twee weinig onderzochte bronnetjes. Ik heb nog spullen die operationeel zijn, en ga een kijkje nemen. Beide poelen zijn slechts enkele meter diep en weinig interessant om aan te werken. Het levert wel grappige beelden op en een brevet van jungle duiker zeker!?




Na de middag opnieuw serieuzer werk. Ik moet Tom niet overtuigen om een kijkje te nemen in de Crotot ‘Pont’. Hij krijg 40m lijn mee van 4mm. Ik laat hem het vertrek zien en bevestig z’n lijn. Buiten wachten we in het zonnetje.  Na 30’ verschijnt Tom breed lachend uit het portaal. De grot loopt verder. De reel wordt voorzien van een volgende 50m en opnieuw sluipt hij naar binnen. Relaas van de duik is dat de grot verder loopt. Er moeten nog twee versmalling gepasseerd worden, drie in totaal dus en uiteindelijk krijgt de gang een stabiel en ruimer karakter! Feest! Tom trakteert met de vondst die ook z’n 500ste duik blijkt te zijn.

Voor onze laatste volledige dag worden de plannen herzien. De S2 van de Vannon kan wachten. 



De senior equipe zal zich ontfermen over de recuperatie van het materieel uit de Vannon, terwijl de young ones elk om de beurt in de Rigotte duiken. Ik krijg de eer om met een vers gevulde reel van start te gaan. Het zicht is om en nabij de 2m. De versmallingen en het parcours van de grot zijn uitdagend en heel afwisselend. De diepte blijft constant rond de 2m. Het is duiken ‘à la Belge’. 


Er verschijnen marmieten onder water, en opeens gaat de zandbodem naar omhoog. Ik breek het wateroppervlak in een ruime donkere zaal! De lijn wordt afgeknoopt op 140m. Duikspullen gaan uit, en snel doe ik een verkenning van de zaal. Eén kant van de zaal bestaat uit een gigantische instorting die nog verschillende meter hoger gaat dan de zaal. Deze beklimmen is niet voor nu. Onderaan de instorting is er een voute mouillante die toegang geeft tot een waterrijke, chaotische passage van een 20 tal meter ver. Voorlopig einde op een nieuwe ondiepe sifon, die misschien geshunt kan worden.
Daarna is Tom aan de beurt. Hij kan in de zaal nog een andere passage vinden met een 40 tal meter ontwikkeling. 



Het gaat om een galerij met diep water en weinig lucht. Uiteraard ook eindigend op een sifon. Hoogstwaarschijnlijk is dat de afvoer naar de Crotot ‘Maison’. Topo en verder onderzoek zou dat kunnen uitwijzen. 

Ondertussen is er al heel wat opzoekingswerk verricht, en zijn er opnieuw plannen gemaakt voor een volgende sessie van niet één maar twee grotsystemen!

De Resultaten in cijfers: 
Résurgence Vannon: L=1545m D=33,0m; verste punt op 1266m van de ingang
Crotot-pont + Crotot-maison : L=197,7m D=4,8m

Ongeveer 450m première !!
Op 4 dagen opgenomen topogegevens: bijna 1500m!

Verslag: Stijn
April 2019




Een kort verslag van de ‘droge’ desobwerken door Jos Beyens
Terwijl onze duikploeg de ene fantastische ontdekking na de andere doet, probeert de desobploeg al 4 jaar lang een droge ingang te forceren naar het ondergrondse systeem van de Vannon.
Zondag start een tweekoppige ploeg ( Jos en Krzysztof) met de verdere werken. Het ziet er daar achteraan echter eerder hopeloos uit: er is nog wel tocht, maar die komt zowat van overal en nergens is een evident vervolg te zien. Na het verleggen van een groot blok, vindt Krzysztof echter een mogelijk vervolg. We zien minstens 3 à 4m ver én er is tocht.



De toegang is echter weer vreselijk onstabiel, en we zijn bijna 2 dagen bezig met het stutten ervan! Uiteindelijk geraken we er één meter ver in! Dinsdagnamiddag rijdt Krzysztof terug naar België. Voor hem zit de mini-expé er op. Hij wordt ’s avonds afgelost door Mario en Michäela.
Met drie man is het desobwerk een hels karwei: we proberen zoveel mogelijk de grote blokken naar buiten te brengen, en dat is niet simpel. Daarbij is het gangetje zeer smal, dus veel bewegingsruimte heeft de graver van dienst niet!


Gezien de vele blauwe plekken die we er aan over houden, is de naam voor het pijpje snel gevonden: Boyau Bleu… Na vier dagen in deze omstandigheden, doen alle spieren pijn. We besluiten om donderdag een rustdag in te lassen! 
Vrijdag en zelfs zaterdagvoormiddag, doen we gestaag voort. We geraken 6.5m ver in de pijp en zien nog ongeveer 1.5m verder. Het plafond is stabiel en ook de wanden zijn massieve rots. Toch is de richting waarin we vorderen niet  echt goed en ook de tocht is er weg. We gaan in ieder geval tijdens de volgende mini-expé die laatste anderhalve meter nog weggraven en dan zullen we moeten beslissen hoe het verder moet...



Het was weer een heerlijke expeditie met een superploeg. Wordt zeker vervolgd!
Verslag: Jos
April 2019