vrijdag 18 november 2016

AKWA

Via de Géoportail de la Wallonie kan je de AKWA data bekijken.
Ik vind het een nogal onoverzichtelijke site maar ik klikte op volgende zaken:

- Ajouter des Données - Ajouter des données du Géoportail de la Wallonie - Atlas du karst Wallon.
- Ajouter à ma selection WalOnMap
- Accès - dans WalOnMap

En als alles goed gaat dan zie je zoiets:

dinsdag 15 november 2016

Nogmaals Magne

Ik was een beetje bevreesd omtrent de neerslag van de laatste dagen, en zie de waterstand in de Magne was erg laag, één van de laagste die ik al gezien heb.

De grot is nu droog, dus die afdamming van vorige keer is heel erg doeltreffend. Dus dat treft voor het werk. We zijn beginnen graven aan de stop. Na 34 bakken was de prop doorgebroken, dus iedereen de grot in om het vervolg te gaan bezien. Alle gangetjes daar zijn smal en er zijn passages met wat water en blubber, een echte beproeving. De centrale gang is eigenlijk een verticale spleet (beetje oblique), met verschillende versmallingen, soms op de grond, en soms hogerop. Onder de Magne drupt een beetje water naar binnen, maar verder ok. Toch een hele uitdaging om daar te gaan duiken...
De grot is veel slijkeriger geworden tov vroeger, en ook aan de sifon is er een pak slijk bij gekomen, waardoor de toegang kleiner is geworden. De sifon is er echter nog, het water is helder (als je er niet aan komt).
In de ingangspassage was veel wind (naar binnen), aan het eindpunt (sifon) is geen wind, die blijkt ergens halfweg  in een spleet naar boven te verdwijnen.
Iedereen is nu gedreven om daar eindelijk eens door te breken, maar het zal niet vanzelf gaan.

In het begin van de grot zijn nog enkele 'linke' passages die nog moeten verstevigd worden.
De ingang zelf/buiten is mooi gedaan.

G.



dinsdag 18 oktober 2016

Een nieuwe werf; een nieuwe samenwerking

Op aangeven van ‘speurneuzen’ Stijn en Geert zijn we gestart met een nieuwe werf in de vallei van de Magne, een redelijk grote beek in het stroomgebied van de Vesder. De meeste mensen zullen deze beek wellicht niet kennen. Maar misschien kunnen sommige mensen zich al meer een idee vormen als we verklappen dat deze beek achter het massief ligt waarin zich de Trou Wuinant bevindt. Droge speleologen kennen deze grot als een getrapte put van zo’n 30 meter diep waar je leuk met touwen kan spelen. Beneden is de pret echter vlug voorbij, want al gauw stoot je er op een sifon. Voor duikers begint hier pas de pret, want na een stevig stukje ploeterwerk onder water duik je opnieuw op in een mooi geconcretioneerde galerij van wel een kilometer lang waar de beek rustig doorheen stroomt. De mensen die hier ooit geweest zijn, zijn echter op één hand te tellen en ook foto’s van dit gedeelte zijn uiterst zeldzaam (als die al bestaan). Toch moet het mogelijk zijn om toegang te krijgen tot deze galerij. Deze gang loopt immers tot bijna aan de vallei van de Magne. Het water uit de Magne heeft de grot uitgeslepen om een vluggere weg naar de Vesder te maken. Tussen de verdwijnpunten in de Magne en de droge galerij ligt nog maar een paar meter gesteente. Deze verdwijnpunten zijn de Grotte Hadelin en de Perte de Neuville. Met een beetje desobstructiewerken zou je dus een verbinding tussen één van beide verdwijnpunten en de collecteur van de Trou Wuinant kunnen maken.

Tot zover de theorie. Zoals altijd is de praktijk wel even anders. Dat ondervonden we toen we zondag voor de eerste keer officieel aan de Perte de Neuville gingen werken. Tot voor enkele jaren kon je dit verdwijnpunt nog een 80-tal meter volgen tot aan een sifon. Nu blijft hier hooguit nog 10 meter van over. Een minder ervaren lid van de Waalse speleoclub GRSC had – tegen alle advies van zijn club in – het initiatief genomen om vanuit de beek een sleuf naar het verdwijnpunt te graven, zodat er voortdurend water in stroomt. Dit clublid dacht hiermee de grot schoon te spoelen, maar het resultaat is dat er grote hoeveelheden modder, takken en huishoudelijk afval naar binnen zijn gespoeld die de grot aardig hebben doen dichtslibben. Ons eerste werk bestond er zondag dan ook uit om de eerste meters van de perte proper te maken en een modder/takkenprop op zo’n acht meter diepte aan te vallen. Zo haalden we alvast 25 bakken smurrie uit de grot. Tegelijk damden we de sleuf weer af en we beveiligden de grot tegen nieuwe crues. Dit deden we door één van de twee ingangen van de grot volledig dicht te gooien met stenen (een heel vreemde ervaring voor wie meestal stenen uit een grot sleurt) en de tweede ingang te stabiliseren met wat cement. De tweede ingang werd ook afgedekt met een rooster van betonijzer en een ter plaatse gevonden kooi, zodat er geen takken meer naar binnen kunnen spoelen.

De werken aan de Perte de Neuville gebeuren overigens in een officiële samenwerking met de Waalse speleoclub GRSC. Onafhankelijk van elkaar had zowel onze club als GRSC interesse opgevat voor de Perte de Neuville. Een voorstel tot samenwerking was dan ook het logische vervolg, en tot onze blijdschap ging GRSC graag op onze uitnodiging in. Zo werkten we zondag samen met Pol Xhaard en de Nederlandse GRSC-leden Bart, Wolter en de onvermoeibare Frits, die met zijn Jeep Defender losjes door de bedding van de Magne reed om onze spullen vlakbij de perte af te zetten. GRSC heeft vroeger overigens al heel veel in dit verdwijngat gewerkt, zelfs met bijzonder groot materiaal. Toen slaagde men er niet in om een verbinding te maken. Misschien lukt het met vereende krachten nu wel?

Deelnemers: Kenneth, Kris, Myriam (Cascade) en Pol, Frits, Wolter, Bart (GRSC)



dinsdag 4 oktober 2016

Explo op een laag pitje...

... dat kan wijzen op andere bezigheden of een belangrijke ontdekking ...

Tussen de vele bezigheden door zijn we vorige zondag nog eens een dagje gaan exploreren in de resurgence de Tahaux te Hastière. Deze bron kreeg eerder dit jaar ons bezoek, zie http://sc-cascade.blogspot.be/2016/04/verandering-van-spijs.html

Na een lange periode met weinig regen is de waterstand in de bron lager dan voorheen, dit maakt ook de werken makkelijker. Vorige keer zijn we gestart met een desobproject boven de sifon (zo'n 80-tal meter ver in de bron). Einde op een gaatje met tocht en een kleine 'regards'.
Nu opnieuw met 2 man flink wat werk verzet, en uiteindelijk een ruime kijk bekomen op een vervolg. Het gaat er naar links en we zien dat het vervolgens naar rechts verder gaat achter een blok. Echter nog te smal, maar bij een volgende zouden we toch achter die hoek moeten kunnen kijken. We zijn heel benieuwd, want we voelen aan dat hier toch iets achter moet zitten...

Helaas geen fototoestel bij, dus het blijft bij deze tekst.

Ook nog een vervolgnieuwtje op de zoektocht van Stijn naar de sifon van Walzin; onlangs heeft Michel P. de duik over gedaan en is tot dezelfde bevinding gekomen, 'er is geen sifon'.
Het blijft ons verbazen dat een sifon die in meerdere documenten staat beschreven onvindbaar is! Volledig verdwenen, verzindsel, foutieve info? 
TBC...

woensdag 13 juli 2016

Allemolle Taupe

De grillen van de natuur hebben het de zeskoppige ploeg: Kurt, Dirk, Kris, Ewout, Stijn en Geert in de Perte des Mazurettes niet gemakkelijk gemaakt.
De bedoeling was om aan beide zijden van de rondgang te werken, maar we waren genoodzaakt af te zien van ons plan omdat de meander van het klassieke parcours vol zat met stenen. Naast de meander is ook de ingang volledig herschapen door de overvloedige regens. 
Een eerdere ARVA meting aan de rondgang gaf nog slechts 2m aan om een comfortabel en veilig alternatief te bieden aan de nu cruegevoelige en uiterst sportieve meander. Een meander waar slecht weinigen onder ons van kunnen genieten.
Het klassieke parcours werd zo goed als vrijgemaakt op enkele meter na. Daarna werd die toegang voorzien van een filter...zijnde een band met velg. Beter hebben we voorlopig niet kunnen vinden in de openbare dump-doline's die de regio teisteren.
Daarna hebben we twee dagen gespendeerd om de mollengang of de Taupes ruimer te graven. Het resultaat van de toekomstige nieuwe passage is een uit de kluiten gewassen tunnel waar gigantisch veel bakken over en weer gesleurd zijn. 
Voorlopig eindpunt is een geventileerd schouwtje met een puinhelling en enkele blokken in het plafond. In principe is het nu mogelijk om aan één zijde van de rondgang verder te werken. Het ruimer graven ging ondanks de plakkerige omstandigheden nog vrij goed.
Het project dat in 2012 het licht zag lijkt stilletjes aan vorm te krijgen. We zetten alvast bubbels koud!

Een fotocollectie:





woensdag 15 juni 2016

Speurtocht FSS

Om een tweede mening te horen over onze werkplaats in de Fosse Sinsin, nodigden we zondag Robert Leveque uit naar de grot. Robert is één van de drijvende krachten achter de exploratie van de Noû Bleû en heeft heel wat ervaring met het betere desobstructiewerk. In de Fosse Sinsin staan we immers voor een raadsel. Aan de ingang staat er altijd een forse tocht, om maar niet te spreken van wind. Die overtuigende tocht vinden we binnen de grot echter niet terug.

Slechts op één plaats staat er een duidelijke voelbare tocht, maar niet van diezelfde intensiteit als de wind aan de ingang. Deze plek bevindt zich op een palier onderaan de eerste put. De tocht komt er uit een spleet van zo’n 8 cm breed, die volgens de lasermeter van Robert nog minstens 2,20 meter dieper in de rotsen doorloopt om daarna af te buigen. Zondag toonden we Robert elk hoekje en kantje van de grot, maar ook hij vond geen alternatieve werkplaats.

Na de rondgang onderzocht Robert de tochtende spleet met een GoPro-camera en een felle lamp gebonden aan een uitschuifbare metalen lat. Robert zal deze camerabeelden thuis verder analyseren. Met deze lat positioneerden we ook een steentje in het verst bereikbare deel van de spleet. Het steentje viel er naar schatting 3 tot 4 meter diep. In elk geval zal het nog heel wat werk vergen om met de klassieke middelen deze spleet te verbreden. Bovendien zitten we er nog altijd twaalf meter hoger dan de diepste delen van de grot.

Robert gaf alvast nog enkele tips hoe we de tocht misschien terug kunnen vinden. Als de grot lucht zuigt, zouden we verschillende mensen doorheen de grot kunnen verspreiden. Wanneer we aan de ingang wierookstokjes laten branden, kunnen we ruiken welke weg de luchtstroom doorheen de grot maakt. Een andere mogelijkheid is de tochtende spleet luchtdicht af te sluiten. De tocht zal dan misschien een andere weg kiezen, waardoor de intensiteit van de tocht op andere plaatsen in de grot kan toenemen.

De grot lag er in elk geval een stuk minder aangenaam bij dan anders. Door de hevige regen van de voorbije dagen en weken is het aan de werkplaats nogal modderig geworden. Nog onaangenamer is dat de grot de voorbije maanden gekoloniseerd werd door vele muggen en zelfs door vliegen. Deze cirkelen rond het enige lichtpunt in de grot – onze Scurions – en kruipen daarbij ook je neus en mond binnen. Aangenaam is anders. De enige optie was om af en toe je licht uit te doen. Dan vlogen die insecten tenminste naar iemand anders…

K.

zondag 12 juni 2016

Het formeren van een capaciteit !?

Ik hoor je denken, wat heeft dat te maken met speleo?

Wellicht heb je het als grotfotograaf al meegemaakt, een flitser die je lang niet gebruikt hebt is 'lui' geworden.
Het probleem is dat de inwendige elektrolytische condensator (elco) lekt en daardoor heeft de flitser een groot stroomverbruik, duurt het lang vooraleer die op spanning is (het lichtje brandt) of werkt die helemaal niet.

Zo een elco heeft aluminium platen en daartussen zit een vloeistof. Nadat er spanning op die elco komt vormt er zich een isolatielaagje op de ene plaat zodat de elco geen stroomverlies heeft. Die isolatielaag gaat vanzelf weg als je de elco (flitser) lang niet gebruikt.
Zie: http://www.uploadarchief.net/files/download/formeren_elcos.pdf
In een flitser kan je bv. een elco vinden van 360V=, met een slechte isolatielaag zal die maar opladen tot een lagere spanning, met als gevolg een verlies aan richtgetal, groot stroomverbruik,...

Hoe oplossen?
Als het probleem beperkt is dan volstaat het om met (nieuwe) batterijen de flitser een tijdje te laten aan staan, dit kost je wel wat batterijen. Gebruik eventueel oplaadbare bat's.

Als het probleem hardnekkig is, de flitser trekt de batterijen helemaal 'plat', dan is het beter om de flitser aan te sluiten op een externe regelbare voeding. Je kan nu langzaam de spanning opvoeren (tot max. de voedingsspanning van de flitser bv. 3V,  6V,...) terwijl de stroom onder controle is. Langzaam zal er nu een isolatielaagje ontstaan en de flitser werkt na verloop van tijd weer als nieuw. Dit proces kan gerust enkele uren duren.

Je zou ook kunnen opteren om de elco te vervangen door een nieuwe, maar bedenk dat dit meestal niet nodig is, en dat hetzelfde type moeilijk te vinden zal zijn.

Het formeren van een elco in een flitser, terwijl je de flitser met batterijen of extern voedt zal geen problemen geven van overtemperatuur, zou je die elco uit de flitser halen en dan direct op een voeding aansluiten, dan zal die elco zoveel stroom verbruiken dat die warm wordt. Hierdoor kan het electroliet gaan verdampen en de elco kan zelfs ontploffen (gevaar corrosief!). Hierna is de elco natuurlijk niet meer bruikbaar.

Wil je (oude) flitsers gebruiken met oplaadbare batterijen, dan werkt dat soms niet goed, dit komt omdat de spanning van een oplaadbare batterij lager is, ofwel omdat die niet voldoende stroom kan leveren (ampères). Gebruik daarom enkel Panasonic/Sanyo Eneloop batterijen. Je zal merken dat je (oude) flitsers nog nooit zo goed hebben gewerkt. Die eneloops hebben een hele serie voordelen; iets hogere spanning, leveren hoge stromen, hebben geen zelfontlading.

PS: op de foto zie je dat ik een flitser heb open gemaakt, dat is dus niet nodig, je kan de externe voeding gewoon aansluiten op de batterijklemmen.

OPGELET, op zo een condensator staan hoge spanningen, bij aanraking gevaar voor schokken!

Succes met het formeren.

flitser elco uit 1977

formeren via externe voeding (open schroeven is niet nodig!!!)

twee van deze moesten geformeerd worden, één ervan geduren meerdere uren


woensdag 18 mei 2016

Lawine-alarm te Signy l'Abbaye?

Vorig weekend een 3-daagse te Signy l'Abbaye, onze vaste stek in de Franse Ardennen sinds 2012. Doel van het weekend; duiken in de bronnen en het uitmeten van een mogelijke rondgang in de Perte des Mazurettes grot (PDM).

Enkele dagen voor onze komst waren er twee serieuze onweders gepasseerd te Signy, de bronnen waren dus goed bruin, Karel heeft 2 pogingen gedaan; in de Vaux  kon hij enkel maar op de tast naar beneden, dat was geen optie; en in de Gibergeon heeft hij zelfs het gat niet gevonden... dus dat viel alvast goed tegen.

De tweede belangrijkste activiteit op het programma, het uitmeten van de mogelijke rondgang in de PDM, verliep iets vlotter. Ter herinnering, we graven sinds verscheidene jaren in de PDM grot in de hoop een rondgang te kunnen realiseren. Dit zou een verdere exploratie van de grot moeten vereenvoudigen. De 'Tunnel des 3 taupes' is een graafprojectje geworden met een tunneltje van 10 meter lang, gegraven in heel moeilijke omstandigheden. Alles wijst op een doorbraak, maar we willen een extra bevestiging en dat hebben we verkregen met het gebruik van 2 ARVA toestellen (lawinebiepers).
Dirk en Myriam hebben zich opgeofferd om nog eens de meanders van de PDM te passeren om het één en ander uit te meten. Resultaat; Dirk is tot op 2,1 meter geraakt van de zendARVA die in de mollentunnel lag. Nogmaals eens bevestiging dat het niet ver meer is,... nog effe duwen en we zijn er door.

Ik ben alvast positief verrast dat die ARVA's nog zo goed werken in een grot (ook enkele testen gedaan), want ik hoorde daar ook andere verhalen over.

Verder nog wat van de omgeving laten zien aan de nieuwkomers.
G.
Toeristen nabij de Trou Fumant

Rendez-vous de l'Explo 2016

Niet te vergeten, binnenkort is er weer een

Rendez-vous de l'Explo 2016

zie:
https://sites.google.com/site/comexcommissionexploration/rdv-explo/rdv-explo-2016


vrijdag 13 mei 2016

Herbronnen

Stilletjesaan beginnen we onze draai te vinden op de grens tussen Meuse en Hte Marne. Wij zijn uiteraard niet de eerste Belgen hier die hun hartje komen ophalen. Denk maar aan de exploraties van de Rupt du Puits, Bezerne, Clefmonts,…
Bron van de Manoise (CDC)
De mogelijkheden blijven nog steeds  groot, maar er is natuurlijk iets meer moeite voor nodig. Ons oog viel een tijdje geleden op de Cul du Cerf (CDC). Een tijdelijke bron, die in de zomer droog komt te staan. Na twee sessies, en met steun van links en rechts hebben we na lang zwoegen een hernieuwde ingang kunnen creëren. Het probleem is nog steeds een hardnekkige instorting ongeveer 100m ver in de grot. 
Zo kwamen we op het idee om de bovenliggende/vermiste ingang op te zoeken. Na enig speurwerk kregen we dan toch een grotingang in het vizier. Het gaat duidelijk om een oude bron, ongeveer 40m boven de actuele bron gelegen. De grot is al flink uitgeëxploreerd en de graffiti op de wanden gaat terug tot 1966. Uiteraard hebben we de grot meerdere malen van voor naar achter, en daarna van binnen naar buiten gekeerd maar frustrerend genoeg konden we geen overtuigende werkplaats vinden. Toch zou ik de grot graag eens terugzien bij vriesweer. In de CDC is er namelijk een stijgende gang die tot +40m gaat, en volgens onze metingen dichterbij zou kunnen zitten als men vermoed. Bijkomende voordelen bij een verbinding zouden zijn: 1 dat we de instorting kunnen omzeilen, en 2 dat de grot ook voor een groot stuk de rest van het jaar toegankelijk zou zijn voor niet duikers…
Zoektocht naar verloren grot
Naast een funduik in het juweeltje Dhuit ben ik eens in de Clefmonts gesprongen. Helaas moet men het daar stellen met schamel zicht. Jammer, want de afmetingen zijn best aangenaam. Een andere klepper in de buurt: de Bezerne kampt al een hele tijd met een ingestorte ingang. Om dat op te lossen ben ik m’n laatste ‘effort’ eens  gaan bekijken. Met het hoofd voor kon ik een put ontwaren waarin prompt alle blokken werden gedumpt,.. er was weinig alternatief. Moeilijk te zeggen of dat verstandig was en of de ingang nu weer vrij is, maar zo te horen vielen de blokken een heel eind naar beneden. Het profiel lijkt overeen te komen met de topo, maar bij een verkenning  stel ik voor om extra voorzichtig zijn, want het lijkt zeer verhakkeld. Een duik is enkel aan te raden met stroming aan de ingang want anders zie je geen hand voor ogen.

Verder hebben we rondgehangen aan o.a.: Olbospol, Sichatel: check de mannen van de Meuse, sterk bezig, we duimen! http://gersm.blogspot.be/2016_03_01_archive.html , en we bleven net iets langer staan bij de bronnen in Rupt aux Nonains…
Stijn

Exit Clefmonts

maandag 25 april 2016

Verandering van spijs...

 In de Echo de l'Egout van 2000 staat een verslag van de Résurgence du Tahaux met finaal een uitnodiging voor al wie zin heeft om te komen helpen. Na enig mailverkeer met daarin ook een beschrijving van het eindpunt zijn we 'full ops' vertrokken richting Tahaux. Klaar om te boren en te werken onder water staan we op de afgesproken plek. Ik had me die dag eerlijk gezegd net iets anders voorgesteld: Bij het verkennen van de grot werd snel duidelijk dat duiken in de eindsifon niet voor vandaag zou zijn. Na een check van het plafond net voor de sifon viel prompt een blok voor m'n neus die de hele passage versperde.
Het indrukwekkend aantal speleotoeristen heeft de dag verder mooi ingevuld met tal van interessante karstsitebezoeken in de omgeving.

Aan de bron van Tahaux
 Op de todo lijst van de explogroep van Cascade stond natuurlijk nog iets te blinken in de regio.
Wij naar Walzin.

Enkele weken terug is er een snorkelsessie aan vooraf gegaan op zoek naar de sifon in de Lesse, in een porche net onder het kasteel. In de CWEPPS staat te lezen dat er een sifon zou zitten die een 40 tal meter lang, en een 24 tal meter diep is. Er gaat zelfs een hypothese de ronde dat het zou kunnen gaan om een derde meanderafsnijding van het systeem van Furfooz. Echter heeft er nog nooit een kleurproef plaatsgevonden om dat te bewijzen. Tijdens het snorkelen leek het of ik het vertrek van de sifon had gevonden, al ontbrak er helder grotwater, maar misschien werd dat dieper wel zichtbaar want de Lesse stond in een lichte crue. Eenmaal aan het duiken kon ik tal van holtes vinden in de porche en in de omtrek, maar van een sifon of een résurgence was er geen sprake.
Mysterie! Heb ik geen ogen in m'n kop of hebben we te maken met fantasie?! Is er iemand die kan duiden?


 Na een inspirerend avondmaal ten huize Bibiche zijn we de volgende dag vertrokken naar Tahaux, met net iets minder entourage.
De clan van SCAIP heeft ons de toestemming gegeven om verder te werken in de bron, waarvoor dank! (de bron is afgesloten en onder beheer van SCAIP)
Geert en ik zijn gestart met het hele parcours in detail te bekijken om accidenten te vermijden. Eenmaal voorbij het lastig blok van de dag voorheen, bleek de sifon best pittig. Een smalle spleet verdwijnt in de diepte. Duiken lijkt me geen prioriteit gezien de opties boven water. We hebben dan ook het werk verder gezet dat de SCAIP's in de tijd hebben ingezet. Voorbij de sifon gaat de gang over in een versmalling waarachter stromend water te horen is.
Wij zijn alvast gemotiveerd om in deze aquatische omstandigheden verder te doen!
 S.

zondag 14 februari 2016

FSS the next episode

Onze exploratie in de Fosse Sinsin (Han-sur-Lesse) gaat zo zijn gangetje. Ondertussen werd er 2 weekends lustig verder gewroet aan een ambitieuze desobstructie, met zicht op nog meerdere werksessies...onze motivatie blijft echter hoog. Binnenkort is het weer lente en kunnen we ook onze buitenlandse projecten weer hervatten, dus we hebben veel ondergronds- en onderwater-plezier in het vooruitzicht!
 
Ons exploteam aan de FSS
 Ook een nieuwe grotdetector uitgetest...een warmtebeeldcamera...graaf speelgerief.
Een korte wandeling in het bos leverde snel een warme plek op die je anders niet zal opmerken. Met een beetje wind en de juiste ligging kan je zo de beste plekjes opsporen en kunnen we weeral dromen van nieuwe projecten. We gaan wellicht een selectie moeten maken...
G.




maandag 4 januari 2016

FSS

FSS alias Fosse Sinsin omvat 2 grote dolines op het massief van Boine. Sinds 2013 werken we er op 2 plaatsen en nu publiceren we hier de eerste maal een berichtje omtrent onze werkzaamheden te Han-sur-lesse.
In 2013 leerden we deze site kennen. Aangezien de lokale club verschillende andere werkplaatsen heeft (en dus geen tijd om aan FSS te exploreren), hebben wij vooreerst een oude werf hernomen, de Puits Promethée (PP). Deze werkplaats uit de jaren '60 en '70 omvat een put nabij de rand van de oostelijke doline. Na stabilisatiewerken van deze put en 4 dagen exploratie hebben we deze site reeds opgegeven wegens te onstabiel. Het is ten stelligste af te raden om de put af te dalen, onderin kan elk moment een instorting gebeuren. Om hier verder te werken zijn zware stabilisatiewerken nodig.
We hebben ons werkterrein verlegd naar een 'Abri' met eveneens een sterke luchtstroming. Een spleetje van 10 tot 15cm hebben we er verbreed over een lengte van 10 meter, een werkje van zo'n 15 dagen... Uiteindelijk ontdekten we begin 2015 een penetrabel vervolg...

Dit vervolg blijkt te bestaan uit een complex van putten en horizontale stukken op de limiet van vaste rots en de FSS-doline. De opname van de topo wijst op een ontwikkeling van 200m+ en een diepte van -26m. Een vervolg werd niet direct gevonden, maar een 2-tal plaatsen met opnieuw een felle luchtstroming krijgen onze aandacht. We zijn er nu 30 dagen actief, en de werken gaan door ... 

Waarom heeft deze site nu onze bijzondere aandacht? De Grotte FSS ligt nabij het Réseau Sud van de Grot van Han, en richting Père Noël grot, dus in de nabijheid van de grootste grotvolumes in België...
Ter info: De grot is eigendom van de SA des Grottes de Han en is afgesloten.

Geert

De Puits des Machines à Laver in de Grotte FSS

De toegangsput van de PP