vrijdag 18 november 2016

AKWA

Via de Géoportail de la Wallonie kan je de AKWA data bekijken.
Ik vind het een nogal onoverzichtelijke site maar ik klikte op volgende zaken:

- Ajouter des Données - Ajouter des données du Géoportail de la Wallonie - Atlas du karst Wallon.
- Ajouter à ma selection WalOnMap
- Accès - dans WalOnMap

En als alles goed gaat dan zie je zoiets:

dinsdag 15 november 2016

Nogmaals Magne

Ik was een beetje bevreesd omtrent de neerslag van de laatste dagen, en zie de waterstand in de Magne was erg laag, één van de laagste die ik al gezien heb.

De grot is nu droog, dus die afdamming van vorige keer is heel erg doeltreffend. Dus dat treft voor het werk. We zijn beginnen graven aan de stop. Na 34 bakken was de prop doorgebroken, dus iedereen de grot in om het vervolg te gaan bezien. Alle gangetjes daar zijn smal en er zijn passages met wat water en blubber, een echte beproeving. De centrale gang is eigenlijk een verticale spleet (beetje oblique), met verschillende versmallingen, soms op de grond, en soms hogerop. Onder de Magne drupt een beetje water naar binnen, maar verder ok. Toch een hele uitdaging om daar te gaan duiken...
De grot is veel slijkeriger geworden tov vroeger, en ook aan de sifon is er een pak slijk bij gekomen, waardoor de toegang kleiner is geworden. De sifon is er echter nog, het water is helder (als je er niet aan komt).
In de ingangspassage was veel wind (naar binnen), aan het eindpunt (sifon) is geen wind, die blijkt ergens halfweg  in een spleet naar boven te verdwijnen.
Iedereen is nu gedreven om daar eindelijk eens door te breken, maar het zal niet vanzelf gaan.

In het begin van de grot zijn nog enkele 'linke' passages die nog moeten verstevigd worden.
De ingang zelf/buiten is mooi gedaan.

G.



dinsdag 18 oktober 2016

Een nieuwe werf; een nieuwe samenwerking

Op aangeven van ‘speurneuzen’ Stijn en Geert zijn we gestart met een nieuwe werf in de vallei van de Magne, een redelijk grote beek in het stroomgebied van de Vesder. De meeste mensen zullen deze beek wellicht niet kennen. Maar misschien kunnen sommige mensen zich al meer een idee vormen als we verklappen dat deze beek achter het massief ligt waarin zich de Trou Wuinant bevindt. Droge speleologen kennen deze grot als een getrapte put van zo’n 30 meter diep waar je leuk met touwen kan spelen. Beneden is de pret echter vlug voorbij, want al gauw stoot je er op een sifon. Voor duikers begint hier pas de pret, want na een stevig stukje ploeterwerk onder water duik je opnieuw op in een mooi geconcretioneerde galerij van wel een kilometer lang waar de beek rustig doorheen stroomt. De mensen die hier ooit geweest zijn, zijn echter op één hand te tellen en ook foto’s van dit gedeelte zijn uiterst zeldzaam (als die al bestaan). Toch moet het mogelijk zijn om toegang te krijgen tot deze galerij. Deze gang loopt immers tot bijna aan de vallei van de Magne. Het water uit de Magne heeft de grot uitgeslepen om een vluggere weg naar de Vesder te maken. Tussen de verdwijnpunten in de Magne en de droge galerij ligt nog maar een paar meter gesteente. Deze verdwijnpunten zijn de Grotte Hadelin en de Perte de Neuville. Met een beetje desobstructiewerken zou je dus een verbinding tussen één van beide verdwijnpunten en de collecteur van de Trou Wuinant kunnen maken.

Tot zover de theorie. Zoals altijd is de praktijk wel even anders. Dat ondervonden we toen we zondag voor de eerste keer officieel aan de Perte de Neuville gingen werken. Tot voor enkele jaren kon je dit verdwijnpunt nog een 80-tal meter volgen tot aan een sifon. Nu blijft hier hooguit nog 10 meter van over. Een minder ervaren lid van de Waalse speleoclub GRSC had – tegen alle advies van zijn club in – het initiatief genomen om vanuit de beek een sleuf naar het verdwijnpunt te graven, zodat er voortdurend water in stroomt. Dit clublid dacht hiermee de grot schoon te spoelen, maar het resultaat is dat er grote hoeveelheden modder, takken en huishoudelijk afval naar binnen zijn gespoeld die de grot aardig hebben doen dichtslibben. Ons eerste werk bestond er zondag dan ook uit om de eerste meters van de perte proper te maken en een modder/takkenprop op zo’n acht meter diepte aan te vallen. Zo haalden we alvast 25 bakken smurrie uit de grot. Tegelijk damden we de sleuf weer af en we beveiligden de grot tegen nieuwe crues. Dit deden we door één van de twee ingangen van de grot volledig dicht te gooien met stenen (een heel vreemde ervaring voor wie meestal stenen uit een grot sleurt) en de tweede ingang te stabiliseren met wat cement. De tweede ingang werd ook afgedekt met een rooster van betonijzer en een ter plaatse gevonden kooi, zodat er geen takken meer naar binnen kunnen spoelen.

De werken aan de Perte de Neuville gebeuren overigens in een officiële samenwerking met de Waalse speleoclub GRSC. Onafhankelijk van elkaar had zowel onze club als GRSC interesse opgevat voor de Perte de Neuville. Een voorstel tot samenwerking was dan ook het logische vervolg, en tot onze blijdschap ging GRSC graag op onze uitnodiging in. Zo werkten we zondag samen met Pol Xhaard en de Nederlandse GRSC-leden Bart, Wolter en de onvermoeibare Frits, die met zijn Jeep Defender losjes door de bedding van de Magne reed om onze spullen vlakbij de perte af te zetten. GRSC heeft vroeger overigens al heel veel in dit verdwijngat gewerkt, zelfs met bijzonder groot materiaal. Toen slaagde men er niet in om een verbinding te maken. Misschien lukt het met vereende krachten nu wel?

Deelnemers: Kenneth, Kris, Myriam (Cascade) en Pol, Frits, Wolter, Bart (GRSC)



dinsdag 4 oktober 2016

Explo op een laag pitje...

... dat kan wijzen op andere bezigheden of een belangrijke ontdekking ...

Tussen de vele bezigheden door zijn we vorige zondag nog eens een dagje gaan exploreren in de resurgence de Tahaux te Hastière. Deze bron kreeg eerder dit jaar ons bezoek, zie http://sc-cascade.blogspot.be/2016/04/verandering-van-spijs.html

Na een lange periode met weinig regen is de waterstand in de bron lager dan voorheen, dit maakt ook de werken makkelijker. Vorige keer zijn we gestart met een desobproject boven de sifon (zo'n 80-tal meter ver in de bron). Einde op een gaatje met tocht en een kleine 'regards'.
Nu opnieuw met 2 man flink wat werk verzet, en uiteindelijk een ruime kijk bekomen op een vervolg. Het gaat er naar links en we zien dat het vervolgens naar rechts verder gaat achter een blok. Echter nog te smal, maar bij een volgende zouden we toch achter die hoek moeten kunnen kijken. We zijn heel benieuwd, want we voelen aan dat hier toch iets achter moet zitten...

Helaas geen fototoestel bij, dus het blijft bij deze tekst.

Ook nog een vervolgnieuwtje op de zoektocht van Stijn naar de sifon van Walzin; onlangs heeft Michel P. de duik over gedaan en is tot dezelfde bevinding gekomen, 'er is geen sifon'.
Het blijft ons verbazen dat een sifon die in meerdere documenten staat beschreven onvindbaar is! Volledig verdwenen, verzindsel, foutieve info? 
TBC...

woensdag 13 juli 2016

Allemolle Taupe

De grillen van de natuur hebben het de zeskoppige ploeg: Kurt, Dirk, Kris, Ewout, Stijn en Geert in de Perte des Mazurettes niet gemakkelijk gemaakt.
De bedoeling was om aan beide zijden van de rondgang te werken, maar we waren genoodzaakt af te zien van ons plan omdat de meander van het klassieke parcours vol zat met stenen. Naast de meander is ook de ingang volledig herschapen door de overvloedige regens. 
Een eerdere ARVA meting aan de rondgang gaf nog slechts 2m aan om een comfortabel en veilig alternatief te bieden aan de nu cruegevoelige en uiterst sportieve meander. Een meander waar slecht weinigen onder ons van kunnen genieten.
Het klassieke parcours werd zo goed als vrijgemaakt op enkele meter na. Daarna werd die toegang voorzien van een filter...zijnde een band met velg. Beter hebben we voorlopig niet kunnen vinden in de openbare dump-doline's die de regio teisteren.
Daarna hebben we twee dagen gespendeerd om de mollengang of de Taupes ruimer te graven. Het resultaat van de toekomstige nieuwe passage is een uit de kluiten gewassen tunnel waar gigantisch veel bakken over en weer gesleurd zijn. 
Voorlopig eindpunt is een geventileerd schouwtje met een puinhelling en enkele blokken in het plafond. In principe is het nu mogelijk om aan één zijde van de rondgang verder te werken. Het ruimer graven ging ondanks de plakkerige omstandigheden nog vrij goed.
Het project dat in 2012 het licht zag lijkt stilletjes aan vorm te krijgen. We zetten alvast bubbels koud!

Een fotocollectie:





woensdag 15 juni 2016

Speurtocht FSS

Om een tweede mening te horen over onze werkplaats in de Fosse Sinsin, nodigden we zondag Robert Leveque uit naar de grot. Robert is één van de drijvende krachten achter de exploratie van de Noû Bleû en heeft heel wat ervaring met het betere desobstructiewerk. In de Fosse Sinsin staan we immers voor een raadsel. Aan de ingang staat er altijd een forse tocht, om maar niet te spreken van wind. Die overtuigende tocht vinden we binnen de grot echter niet terug.

Slechts op één plaats staat er een duidelijke voelbare tocht, maar niet van diezelfde intensiteit als de wind aan de ingang. Deze plek bevindt zich op een palier onderaan de eerste put. De tocht komt er uit een spleet van zo’n 8 cm breed, die volgens de lasermeter van Robert nog minstens 2,20 meter dieper in de rotsen doorloopt om daarna af te buigen. Zondag toonden we Robert elk hoekje en kantje van de grot, maar ook hij vond geen alternatieve werkplaats.

Na de rondgang onderzocht Robert de tochtende spleet met een GoPro-camera en een felle lamp gebonden aan een uitschuifbare metalen lat. Robert zal deze camerabeelden thuis verder analyseren. Met deze lat positioneerden we ook een steentje in het verst bereikbare deel van de spleet. Het steentje viel er naar schatting 3 tot 4 meter diep. In elk geval zal het nog heel wat werk vergen om met de klassieke middelen deze spleet te verbreden. Bovendien zitten we er nog altijd twaalf meter hoger dan de diepste delen van de grot.

Robert gaf alvast nog enkele tips hoe we de tocht misschien terug kunnen vinden. Als de grot lucht zuigt, zouden we verschillende mensen doorheen de grot kunnen verspreiden. Wanneer we aan de ingang wierookstokjes laten branden, kunnen we ruiken welke weg de luchtstroom doorheen de grot maakt. Een andere mogelijkheid is de tochtende spleet luchtdicht af te sluiten. De tocht zal dan misschien een andere weg kiezen, waardoor de intensiteit van de tocht op andere plaatsen in de grot kan toenemen.

De grot lag er in elk geval een stuk minder aangenaam bij dan anders. Door de hevige regen van de voorbije dagen en weken is het aan de werkplaats nogal modderig geworden. Nog onaangenamer is dat de grot de voorbije maanden gekoloniseerd werd door vele muggen en zelfs door vliegen. Deze cirkelen rond het enige lichtpunt in de grot – onze Scurions – en kruipen daarbij ook je neus en mond binnen. Aangenaam is anders. De enige optie was om af en toe je licht uit te doen. Dan vlogen die insecten tenminste naar iemand anders…

K.

zondag 12 juni 2016

Het formeren van een capaciteit !?

Ik hoor je denken, wat heeft dat te maken met speleo?

Wellicht heb je het als grotfotograaf al meegemaakt, een flitser die je lang niet gebruikt hebt is 'lui' geworden.
Het probleem is dat de inwendige elektrolytische condensator (elco) lekt en daardoor heeft de flitser een groot stroomverbruik, duurt het lang vooraleer die op spanning is (het lichtje brandt) of werkt die helemaal niet.

Zo een elco heeft aluminium platen en daartussen zit een vloeistof. Nadat er spanning op die elco komt vormt er zich een isolatielaagje op de ene plaat zodat de elco geen stroomverlies heeft. Die isolatielaag gaat vanzelf weg als je de elco (flitser) lang niet gebruikt.
Zie: http://www.uploadarchief.net/files/download/formeren_elcos.pdf
In een flitser kan je bv. een elco vinden van 360V=, met een slechte isolatielaag zal die maar opladen tot een lagere spanning, met als gevolg een verlies aan richtgetal, groot stroomverbruik,...

Hoe oplossen?
Als het probleem beperkt is dan volstaat het om met (nieuwe) batterijen de flitser een tijdje te laten aan staan, dit kost je wel wat batterijen. Gebruik eventueel oplaadbare bat's.

Als het probleem hardnekkig is, de flitser trekt de batterijen helemaal 'plat', dan is het beter om de flitser aan te sluiten op een externe regelbare voeding. Je kan nu langzaam de spanning opvoeren (tot max. de voedingsspanning van de flitser bv. 3V,  6V,...) terwijl de stroom onder controle is. Langzaam zal er nu een isolatielaagje ontstaan en de flitser werkt na verloop van tijd weer als nieuw. Dit proces kan gerust enkele uren duren.

Je zou ook kunnen opteren om de elco te vervangen door een nieuwe, maar bedenk dat dit meestal niet nodig is, en dat hetzelfde type moeilijk te vinden zal zijn.

Het formeren van een elco in een flitser, terwijl je de flitser met batterijen of extern voedt zal geen problemen geven van overtemperatuur, zou je die elco uit de flitser halen en dan direct op een voeding aansluiten, dan zal die elco zoveel stroom verbruiken dat die warm wordt. Hierdoor kan het electroliet gaan verdampen en de elco kan zelfs ontploffen (gevaar corrosief!). Hierna is de elco natuurlijk niet meer bruikbaar.

Wil je (oude) flitsers gebruiken met oplaadbare batterijen, dan werkt dat soms niet goed, dit komt omdat de spanning van een oplaadbare batterij lager is, ofwel omdat die niet voldoende stroom kan leveren (ampères). Gebruik daarom enkel Panasonic/Sanyo Eneloop batterijen. Je zal merken dat je (oude) flitsers nog nooit zo goed hebben gewerkt. Die eneloops hebben een hele serie voordelen; iets hogere spanning, leveren hoge stromen, hebben geen zelfontlading.

PS: op de foto zie je dat ik een flitser heb open gemaakt, dat is dus niet nodig, je kan de externe voeding gewoon aansluiten op de batterijklemmen.

OPGELET, op zo een condensator staan hoge spanningen, bij aanraking gevaar voor schokken!

Succes met het formeren.

flitser elco uit 1977

formeren via externe voeding (open schroeven is niet nodig!!!)

twee van deze moesten geformeerd worden, één ervan geduren meerdere uren