zondag 18 november 2012

Sifonduiken zonder beestjes

Vrijdag werd een nieuwe poging om de rioolrivier in de FAO/muret te duiken afgeblazen. De 'mise a l'eau' kon al vanop afstand geroken worden. De details van de inspectie aan de waterrand laat ik achterwege. Misschien moeten we de oorzaak van alle ellende aanpakken ipv op een crue te wachten en hopen dat de broeihaard doorsjast.

Nico en Geert waren bereid een handje toe te steken in de Nou-Moulin, met als doel de sifons op te meten. Zowel de 'flessensifon' als de 'lac' werden gedoken en opgemeten. Ons vermoeden ging uit naar een benedenniveau en werd bevestigd adhv de topo.

In de flessensifon
In het lac
Zaterdag werd een spoelduik georganiseerd in de Sourd d'Ave . Dit nevenproject in een best aangename duikgrot is lang nog niet teneinde. Er is momenteel 100m nieuwe lijn aangebracht, terwijl de oude verwijderd werden. Mijn objectief was om de droge galerij te bereiken die momenteel afgesloten is van de buitenwereld door graafwerken van dassen. Deze werd nu wel gevonden en geequipeerd. Om uit het water te komen dient een kleihelling beklommen te worden. Er kan gebruik gemaakt worden van de spit om materiaal aan te hangen vanuit het water. Zo kan men 'light' naar boven en proper terug starten.

Aan de Sourd d'Ave
Daarna richting Den Bosuil voor een namiddag en avond speleoplezier vanuit een luie stoel.
Mooie presentatie Geert!

S.

woensdag 7 november 2012

Exploratiekoorts...

Het was de afgelopen tijd wat stil op de blog, maar dat wil niet zeggen dat we niets hebben gedaan.
In het vorige berichtje kon je vernemen dat we niet direct zitten te springen om de topo in de FAO verder te doen, en dus zochten we wat afwisseling voor het Rochefortgebeuren. Dit alternatief vonden we in het noorden van Frankrijk waar 'een bende van twee' enige malen heeft 'gewerkt', en met een mooi resultaat!

'glazuurwand'
Terug in de tijd: tijdens een bezoek aan een grotje in noord Frankrijk vinden we een blazend gat dat een mogelijk vervolg aangeeft. Na twee dagen werk geeft de passage zich gewonnen, maar het blijkt dat er ook al volk is geweest, aan de andere kant, dus een echte tegenvaller. We vinden de originele passage die toegang geeft tot het reeds gekende deel, maar de 'grotneus' van Stijn vindt onmiddelijk een mogelijk vervolg. Na een suppersnelle desop en nog geen 15min later, ontdekken we een zaaltje met onduidelijk vervolg. Dit zaaltje heeft onderin een mooie glazuurachtige calcietwand. Hier eindigt het eerste deel van de explo.

'Stijn in de dwangbuis'
 In een volgende explosessie richten we ons op een zeer smal vertrek, met een onduidelijke, flauwe wind. Nog een dag verder lijkt dit vertrek op niets uit te draaien, maar terug in de 'dwangbuis' wordt ijverig verder gegraven tot er zicht is op meer... een ‘depart’ naar boven met een formidabele etroiturebreedte die zou moeten kunnen passeren, misschiens, wie weet, eerst nog wat vermageren, Kris bellen, ... ;-) De breedste van de bende gaat er door en is direct euforisch bij het vinden van een tweede zaaltje. Nadat het andere lid van de bende al z'n krachten had gebruikt om boven te geraken, kon ik niet anders dan beamen dat het een mooi gevormd zaaltje is. De inwerking van het water heeft schitterende vormen doen ontstaan, flinterdunne en breekbare messen en prachtig gevormde wanden. Ik mag voorop gaan en de toegang forceren tot een derde zaaltje. Overal zijn er vertrekken. Na enig snuffelwerk blijkt het echte vervolg niet evident. We gaan eerst pauzeren en wat gerief halen, beneden.... (pfff dat wel zeggen straks weer naar boven). Enfin we verdelen het verdere werk, ik zal nog wat aan de etroiture werken, en de rest gaat boven het kap en breekwerk voltooien. 
Ik hoor boven, op zolder, allerlei timmerwerk, en na een halfuurtje volgt de kroon op het werk, dé ontdekking van een vierde zaal, de grootste tot nu toe, en met een mooie decoratie!
 
flinterdunne messen
We schatten de totale ontwikkeling van hetgeen we nu gevonden hebben op een 50-tal meter.
Maar het ene bendelid is nog niet echt tevreden, want hij kan de goede wind niet terug vinden in het zojuist ontdekte réseau. Na nog een halfuur snuffelwerk, en verscholen achter een blok van 200kg meent de 'bendeleider' dé juiste plaats te hebben gevonden. Hoe kom je er in godsnaam bij om daar te gaan zien?, het resultaat is een vertrekkend gangetje. Dat is het werk voor volgende keer, want de dag is alweer om en de weg naar huis nog lang.
Nog een tussenpauze om het speleogerief te spoelen en dan in euforie terug naar België.

In de meest recente explosessie hebben we onze pijlen gericht op het door Stijn ontdekte vertrek in zaal 2. We zijn nu met voldoende volk om ineens ook de topo te doen van het geheel. We brengen ook een balisage aan in zaal 4, zodat de mooiste concreties beschermd zijn.
Door de regen is de grot nu heel wat aquatischer dan de vorige keren, her en der stroomt water.
Na een uurtje desop in het vertrekkend gangetje blijkt dit een lus te zijn, en dus oninteressant. Er zijn nog meerdere vertrekken die wel interessant kunnen zijn, maar we zullen de topo afwachten om te beslissen waar we verder gaan werken. We klokken de topo af op 99m, een 60-tal meter is nieuw ontdekt.

G.

zondag 4 november 2012

Moddertopografie een nieuwe discipline?

Een kort berichtje over de topo-vordering van de FAO.
Enkele maanden terug hebben we een shunt kunnen maken van de sifons van de Lomme rivier. Het ganse stuk na de eerste sifon is nu toegankelijk voor de niet speleonaut. We hebben wat getreuzeld om met de topo van dit gedeelte te beginnen, want dit is geen leuke klus. Het probleem is de gigantische hoeveelheden modder die dit deel van de grot 'sieren'. Op 27 oktober zijn dan enkele 'zotten' toch begonnen aan deze onvermijdelijke taak. Echt moeilijk om het meet- en notitiegerief proper te houden, maar we hebben nu toch al een stuk ingeblikt (ofte inge-DISTOX't).

De waterstand in de rivier was laag, wat resulteert in een klaterende beek. Dit is eigenlijk het ideale moment om stroomopwaarts verder te exploreren, maar we hadden afgezien om neopreen mee te nemen, zodat we  lekker uit het water gebleven zijn. Het topograferen van de aquatische delen zal voor de volgende keer zijn.

G.

woensdag 17 oktober 2012

Duikscooterbusiness

Een jaar terug had ik de gelegenheid om met de duikscooter van Steven een toertje te maken. Zo'n  Gavin duikscooter is gaaf speelgoed. Beter doe je dat nooit, want zowat iedereen die het eens probeerde is er weg van...
Dus een scooter aanschaffen? Er zijn vele maten en gewichten van die dingen, maar als je een ietwat serieus model wil aanschaffen, moet je wel diep in je buidel tasten (3 à 5k€, slik). Omdat het gebruik hier bij ons toch eerder beperkt is, is dit een grote investering met weinig rendement, maar Steven merkte op dat je zoiets ook zelf kan bouwen. Eerste reactie, 'no way'.
Echter na het consulteren van een blog over een zelfbouwproject, en na wat studiewerk, blijkt dit best haalbaar. Je moet dit echter niet alleen doen om kosten te sparen, maar vooral voor de uitdaging. De moeilijkheden die je tegen komt om zo'n project te realiseren zijn divers, een 'gewone' garageknutselaar zal hier niet door geraken zonder gebruik te kunnen maken van meer professioneel gereedschap.

Enfin, dus toch maar begonnen, eerst veel studiewerk, dan materiaal bestellen, en nu een jaartje later (het project lag een hele tijd stil) komen we stilaan tot een voltooid geheel.

Nu maar hopen dat ie niet lekt...

Geert









zaterdag 6 oktober 2012

Onderwaterwerken

Sinds enige tijd zijn enkele leden van Cascade neergestreken in Signy l’Abbaye. Een pittoresk dorp in de Franse Ardennen. De geschiedenis van Signy is verbonden met z’n cisterciënzersabdij uit de 12-de eeuw. Met de Franse revolutie is de abdij opgeheven en de gebouwen zijn alle verdwenen. Naast de abdij kent de omgeving enkele hydrologische curiositeiten.
Veel grotten zijn er jammer genoeg niet te vinden te Signy. De meeste karst zit namelijk verborgen achter een dik pak blubber. Onze zoektocht is gestart, zoals het van de explorerende speleo verwacht wordt, met het raadplegen van bronnen en actieve speleo’s in de omgeving.
Het schitterende naslagwerk van de SC Ardennes werd snel aanzien als de lokale karstbijbel.

In vergelijking met de Belgische karst zijn ook hier enkele belangrijke bronnen.
Een overzicht:

Puits d'Audry: Een 2m diepe poel met een diameter van 4m. Kleine blokken op de bodem, waartussen geen noemenswaardige openingen te zien zijn. Weinig interessante werkplaats. Zeer helder water dat helaas snel vertroebelt bij het verkennen. Bescheiden debiet.

Fosse à Vaux of Bleue: Schacht van meer dan 15 m diep en een diameter van maximaal 7m. Zicht van 0,5 tot 5m onder water (afhankelijk van de pertes). Palier op -10m met een opening tussen enkele grote blokken. Zeer smalle passage op -15m met rolkeien. Zicht tot -17m waar het horizontaler wordt. Al snel kwamen we bij de noord Franse speleoduiker Jean-Luc Carron uit. Hij zou voorbij de versmalling een 100-tal meter hebben kunnen verkennen. De extreme versmalling met een onstabiel karakter zou de exploratie vertragen. Momenteel zijn er plannen om de passage te beveiligen. Wij staan uiteraard op de eerste rij om hieraan mee te werken. De bron is in 2002 zelfs leeggepompt om enkele passages te kunnen verbeteren.


Onze aandacht ging voornamelijk uit naar de Résurgence du Gibergeon:
Een poel van 10m diameter met een maximale diepte van 8,5m. Het zicht onder water kan oplopen tot maximaal 3m (afhankelijk van de pertes). Trechtervormig met een steile overhangende rotswand aan één kant. Naast de rommel in de poel zijn er een 5 tal kleine openingen tussen de blokken van waaruit de stroming komt. Eén van die gaten hebben we ondertussen uitgegraven over een afstand van 5m, een mini grot als het ware. We klokten af op 12 duikuren met 3 man (Steven, Kevin, Stijn). Dat deze bron een mysterieuze uitstraling heeft op de dorpsbewoners, bleek uit de verhalen van enkele nieuwsgierigen: de vraag kwam of we de ‘sabels van Napoleon’, of het ‘gouden kruis met diamanten’ niet gevonden hadden? Of ‘staat die legertankt’ nog onder water? Helaas, ‘nog’ geen schatten gevonden in deze gerust peilbare diepte.


De eerste herfstregens hebben de relatief heldere poelen ondertussen herschapen in ware fonteinen van chocomelk. Het duikseizoen is ten einde en we zijn dan ook genoodzaakt de onderwaterwerken voorlopig te staken.

Stijn

Gibergeon in crue

dinsdag 25 september 2012

Bezoek- en exploratieweekend

Het voorbije weekend was het tweede bezoekweekend in de FAO dit jaar. Zaterdag kregen we de speleoclubs ’T Es Nauwe en Spid-Ath over de vloer voor een bezoek aan het klassieke gedeelte van de grot. Stijn nam de Vlamingen mee in de grot en ik de Walen. Het meest opmerkelijk in de grot was de lage waterstand. Het water in het meer stond bijna een meter lager dan normaal, met een intens gorgelend geluid van water in de stroomafwaartse sifon. Nog nooit hebben we het waterpeil zo laag gezien. Voor de rest van de namiddag had ik nog een kleine verrassing in petto: een bezoek aan een (normaal gezien) afgesloten en mooi gedecoreerde grot, waar je als speleoloog normaal gezien niet zomaar in mag rondsnuffelen. We namen rustig wat fotootjes in het bekende gedeelte van de grot, en verkenden ook een nieuw gedeelte dat blijkbaar vrij recent is ontdekt.

Op zondag stond de verdere verkenning van de onderaardse Lomme in de Fosse aux Ours op het programma. Door de lage waterstand was het het ideale moment om de rivier verder te onderzoeken en een passage doorheen het blokkenstort amont te zoeken. Voor mij was het bovendien de eerste keer dat ik de kans kreeg om de rivier te zien. Jammer genoeg kon ik er amper van genieten. De dag voordien had ik het al lichtelijk gemerkt, maar op zondag was het net alsof er een lek in mijn persoonlijke batterijen zat. Met elke meter voelde ik zonder aanwijsbare reden de energie uit me weglekken. Zowel het aantrekken van mijn veel te nauwe surfpak (zeg maar dwangbuis) als de afdaling naar de rivier kostten me veel meer kracht dan ik gewoon ben. Een vreemd en bijzonder onaangenaam gevoel.

Door de lage waterstand stond het waterpeil ook in de onderaardse Lomme zowat een meter lager dan normaal. Toch was de rivier nog altijd minstens een meter diep, met een krachtige stroming en met verplichte zwempartijen in de diepste stukken. Dit stukje grot is werkelijk indrukwekkend. Misschien valt deze passage nog het best te vergelijken met de onderaardse rivier van Remouchamps, maar dan dieper en met meer stroming. Als niet-waterrat was het voor mij dan ook een behoorlijke ervaring om hier in te plonzen. De volgende keer neem ik zeker een kitzak met wat extra drijfmateriaal mee.

Stijn wilde van het bezoek graag gebruik maken om een gat open te graven in de shunt tussen de SL1 en de SL2. Door de lage waterstand was het absoluut geen sinecure om twee meter hoger naar de shunt te klimmen, maar met wat acrobatie lukte het net. Het graafwerk leverde echter geen resultaat op. Ook de verkenning van het blokkenstort leverde weinig nieuws op. Over een breedte van vier meter komt het water doorheen de blokken gespoeld, die zonder uitzondering tot werkelijke messen zijn geërodeerd. Een duidelijke doorgang ontbreekt, ook al hoorde Stijn voorbij het verste punt in het blokkenstort echter nog een stroomversnellinkje spoelen. Hier zijn we nog niet doorheen, zoveel is duidelijk. Daarmee waren de laatste openstaande vragen aan de riviergalerij beantwoord. Terwijl Stijn onderweg nog eens de nieuw ontdekte Abîme toonde, keerden we weer terug. Voor mij zonder spijt, want zonder dat ik beneden uit de naad had gewerkt, stond mijn energiemeter tegen de uitgang stevig in het rood.

In het riviergedeelte moeten we zeker terugkeren voor de topo, maar hoe het verder moet, weten we nog niet. We krijgen het gevoel dat we in de Fosse aux Ours langzaam de grenzen van ons masochisme hebben bereikt. Voor elk bezoek aan dit gedeelte moet je per persoon immers een kitzak meenemen met een surfpak en een reserve-texair. Daar beneden vind je immers modder in industriële hoeveelheden. Mocht je niet van texair veranderen, dan smeer je de modder binnen de kortste keren tot buiten uit. In het doorgaan valt die kitzak nog mee, maar op de terugweg is die door het water en de modder in gewicht verdubbeld. Als er geen evidente weg gevonden wordt – en daar ziet het er niet naar uit – dan moeten bovendien ook twee kitzakken met boormachine en desob-materiaal mee naar beneden. En dan heb je als explorator de verantwoordelijkheid om de boormachine droog te houden tussen de blokken en de voute mouillantes, terwijl je texair bij elke verkeerde beweging in stukken wordt gesneden. Neen, om in dergelijke omstandigheden te werken zullen we nog wat motivatiepunten moeten bijwinnen.

Om af te sluiten vermelden we nog een opmerkelijke waarneming. Op zondag vonden we op ongeveer 40 meter diepte verse uitwerpselen, die er de dag voordien nog niet lagen. Het kan niet zijn dat we er de zaterdag niet op gelet hadden, want de uitwerpselen lagen op een blok waar je bij elk bezoek over moet glijden. We vermoeden dat dit het werk is van steenmarters. 

Kris

Hoefijzerneus in grot xyz
 

donderdag 20 september 2012

Sourd d’Ave

Enkele leden van de werkgroep grotduiken hebben het initiatief genomen om de bron te herequiperen. Het is dan ook een kluwen van oude, veel te dunne lijnen in deze onderwatergrot. Om de beurt en meter voor meter werden de oude lijnen verwijderd en kwam er een 4mm dik touw in de plaats. Buiten de ingang is dit een vrij ruime gang die vanaf de ingang bedoken kan worden. Naast aangenaam vertoeven is één van de voordelen dat men hier opnieuw relatief proper tevoorschijn komt. Tot nu toe werd ongeveer 100m geëquipeerd van de 150m ontwikkeling. 
Het venster naar de droge galerij van de Grotte des Trois Amis werd nog niet gevonden (dit is een grot, waarvan de ingang momenteel op dassenformaat  is). Op de heenweg kan de eerste duiker genieten van meerdere meter zicht, helaas snel herleid tot enkele centimeter door het gezelschap van de steeds aanwezige modderwolken. Door het beperkte debiet trok de mist maar langzaam weg voor de duiken die volgden. Dat de bron misschien nog verrassingen in petto heeft bleek alvast aan de witte plekken op de muren. We hebben deze sponsen al in steengroeves gezien maar nog niet in een grot. 
Kurt nam ook van de gelegenheid gebruik om de versmalling van de bron van Eprave te proberen. Deze bron die maar enkele maanden per jaar duikbaar is heeft een uitdagende passage op 4m diepte. Maar Kurt blijkt een natuurtalent te zijn.
Aangenaam weekend in gezelschap van: Roger, Nico, Kurt.
Stijn