dinsdag 7 juli 2015

Haut-Marne, Episode 2

Met enige vertraging het verslag van onze tweede trip naar de Haut-Marne.

Tijdens het hemelvaartweekend ging het opnieuw richting Haut-Marne. De positieve ervaring uit 2014 smaakte naar meer. Zie het verslag van vorig jaar in de Spelerpes 1/2015.
Na exact 4 uur rijden zijn we te Vouécourt, onze uitvalbasis. 

In de namiddag werd de Dhuit gedoken. Vorig jaar nog zonder water (aan de uitgang), deze maal stond de ingang onderwater en er stroomt kristalhelder vocht uit de karstbron. Het is praktisch onmogelijk om het water te vertroebelen, dus een duik met een perfecte zichtbaarheid.


Hierna wenst Stijn nog even te gaan zien naar de résurgentie van de Sueurre te Ecot-la-Combe. De bron ligt er in de diepte van een vijver, echter het domein is privé. Vele waarschuwingsborden en een stevige omheining laten weten dat buitenstaanders niet welkom zijn. Er is wel een visclub actief, en vandaag zitten er vissers naast en op het water. Het gedeelte van de vijver met de bron lijkt echter verlaten. Dus Stijn gaat al snorkelend kijken naar de résurgentie, en komt tot de bevinding dat er geen echte doorgang is. Al het water komt van tussen een zandfontein. Tenslotte wordt Stijn toch betrapt door een visser, zonder gevolgen. Alweer een raadsel opgelost, hier kan niet gedoken worden.


Dag 2 hebben we de Grotte Hades op ons programma. In het bos van Trampot zijn vele karstfenomenen, maar deze grot is het belangrijkste. Na een putje van 17m (de ingang ligt midden in het bos), volgt een modderig parcours met enkele etroitures. De horizontale grot, een oude collecteur is stilaan aan het fossieliseren. Her en der zijn er instortingszones die moeten gepasseerd worden, en dat blijft zo doorgaan in de ganse grot. Tweehondervijftig meter en een klein uur ploeterwerk verder komen we aan bij een splitsing. We gaan eerst naar links, hier komen we dicht bij het oppervlak, wortels alom. Er zijn ook ondoordringbare putten aanwezig, een passage naar een actief gedeelte? We stoppen aan een handmatig uitgegraven laminoir, vanaf hier wordt het smal. 
In het rechter deel is een ware canyon aanwezig en zeer de moeite van een bezoek waard. 

Besluit: een sportieve grot die je eens moet gezien hebben, maar de modderige ingang zal je ervan weerhouden om ze een tweede maal te bezoeken. Misschien komt er een extra ingang aan de grot, want de lokale speleo's zoeken naar een nieuwe toegang. 
Dezelfde dag bezoeken we nog de Cul du Cerf, de grote resurgentie van de zone Trampot, het juiste stomingsgebied is echter niet gekend. We zien dat de bron actief is en hier komen we morgen terug.


Dag 3 hebben we een afspraak met enkele lokale speleo's. De Cul du Cerf is wellicht de tweedemooiste duiksite van de streek, maar al meer dan 20 jaar niet meer toegankelijk, wegens een instorting. Het idee is; om de bron terug open te maken. Je kan het relaas van deze dag lezen op de site van onze Franse vrienden: http://www.speleo-vosges.fr/dernieres-sorties/149-2015-05-17-le-cul-du-cerf.html
 

Dag 4 nemen we alweer afscheid van de streek. We bezoeken nog de ingang van de Bézerne duikgrot. Ook deze is onlangs ingestort. We doen nog een harde poging om de ingang vrij te maken, maar tevergeefs, de instorting is veel groter dan verwacht, en de grot blijft potdicht. We bezoeken dan nog de Pas St. Martin bron, beetje troebel maar duikbaar.

Epiloog: Finaal houden we een heleboel informatie over aan onze contacten met de lokale speleo's, zodat we in de toekomst naast de bekende sites te Robert-Espagne en te Savonnières-en-Perthois ook ander grotten in de buurt kunnen plannen.

G.