woensdag 19 mei 2021

Landslides!

Een nieuwe meerdaagse aan het systeem van Croisiers heeft het volgend resultaat opgebracht.


Op dag één en na het transport van alle duikspullen zijn de duikers aan de slag gegaan met alle doorgangen in de éboulis van de Salle des Castors in kaart te brengen. Ook werden de duiksets tot aan de S3 gebracht, klaar om de volgende dag voorbij de S6 te gaan.


Op dag twee staat een klim in de Salle Walhorn op het programma. Bij het vorige bezoek is er een smalle schouw gevonden naast de 18m hoge zaal. Deze schouw brengt ons quasi tot helemaal bovenaan. Er is 38m touw uitgehangen om de zaal helemaal te kunnen verkennen.  Helaas is er geen vervolg gevonden. Ook in het horizontale niveau boven in de zaal is er voorlopig geen doorkomen aan. Wel hebben we kunnen genieten van mooie concreties, aan de rand van deze afgrond.

Tijdens de retour doorheen de S6 hebben we gemerkt dat ‘de knik’ echt wel instabiel is. Onderaan een trechter van sediment is er een kleine rotsboog op -2m waar de duiker onderdoor moet. Normaal kan deze gepasseerd worden zonder flessen uit te doen. In de retour moest ik na vele minuten graven twee flessen uit doen om te passeren. Een passage die dus met de nodige voorzichtigheid moet  benaderd worden!

Er werd afgezien van het plan om de volgende dag opnieuw met twee voorbij de S6 te gaan om de S8 te herbekijken. Eerst en vooral moest de knik in de S6 herzien worden. En eerlijk gezegd waren de duikers ook blij met een ‘rustdag’.


Op de (rust)dag drie zijn er verschillende nuttige en aangename werkjes de revue gepasseerd. Misschien het belangrijkste is dat we meer water via de perte naar binnen hebben gekregen. De eindsifon van de Grotte de Bellevaux, en de VM er net voor zijn aangepakt om een nieuwe duikpoging te vergemakkelijken. Verder zijn we door de bossen gezworven op zoek naar alle gekenden karstfenomenen. Daarbij hebben we ook een nieuw putje open gemaakt dat Geert de dag ervoor had opgemerkt. 

Op dag vier terug naar de Croisiers: recup van de spullen voorbij de S6 en het aanpassen van de exit daarvan. Er is beslist om voorlopig telkens maar met één duiker voorbij deze passage te gaan. De tweede duikers kan, in geval van problemen, stroomaf veel gemakkelijker graven aan deze knik.  Boven water is langs de sifon een richel gegraven om te vermijden dat de duiker lawines veroorzaakt.

Er is de afgelopen dagen veel nattigheid gevallen. Tot onze verbazing was de S1 minder helder, maar vooral ook minder warm (12°C, ipv 14°C), terwijl het water vanaf de S3 wel weer helder en warm is. Dat zou dus kunnen betekenen dat er ergens in de S2 een toevoer moet zijn van een chantoir op het plateau. Dat zou ook de vreemde richting van de S2 kunnen verklaren.

Momenteel hoog op de todo lijst staan de twee te realiseren verbindingen met de Grotte des Surdents. Eén verbinding via de Croisiers, en een tweede, momenteel veel belangrijker, via de Grotte de Bellevaux om tot één réseau te komen. De tussenafstanden zouden nog beperkt zijn tot meters! Zowel boven als onder water zullen hier binnenkort nieuwe pogingen ondernomen worden in de grot die eigendom is van de UBS.

dinsdag 4 mei 2021

Sourd d'Aiwe

Na een initiële verkenning van de locatie met Raf, 3 weken terug, werd besloten tot het maken van een eerste verkenningsduik.



Deze bron werd bedoken in 1966, nadien door Nico Hecq in 2010 en tevens door Dirk Roelandt.

Vandaag (2/5/2021) gaan Sanne, Raf en Herman het systeem in.

De ingang is niet nauw naar onze normen, het zicht is ok in het heengaan. Het waterpeil daalt wel zienderogen, dus weldra zijn we hier uitgezongen tot het najaar. De ooit vaste lijn bengelt in flarden, dus die gaan we vervangen door een nieuw gemarkeerd touw. Ook de topo zal vernieuwd worden.


Al bij al een leuke duikdag met een aangename kennismaking met de lokale mensen en een warm welkom aan een nieuwe topduikster in ons exploteam.


Herman.

maandag 19 april 2021

S7 en S8...


Hierbij opnieuw een samenvatting van verschillende werkdagen in het systeem van Croisiers.

Aan de hand van topodata, fluometingen, debietmetingen, temperatuurmetingen, wateranalyses, desobstructie, duiken, enz.. proberen we ons een beter beeld te vormen van het systeem. Een fantastische uitdaging waar we zoals gewoonlijk kunnen rekenen op de nodige expertise vanuit verschillende clubs.

We zijn in het vorig verslag geëindigd voor een uit te graven knik in de S6. Deze passage liet zich gemakkelijk verbreden, gevolgd door oppervlak. Voorzichtig is er afscheid genomen van het persluchtset na de vreemde ervaring in de S2. De lucht voorbij de S6 voelt anders aan, eerder fris, ok dus. Verder stroomop is een geschenk. Kruipen, stappen, enkele mooi versierde zalen, en einde na 154m voor een nieuwe sifon. De S7, op het eerste zicht duikbaar.

Aan de hand van de topografie werd duidelijk dat we niet in rechte lijn naar de Bellevaux perte gaan, maar eerder afdraaien naar de dwars op de richting gelegen Grotte des Surdents. Er ontbreekt nog een 35m in vogelvlucht om te kunnen linken met de waterpartijen van deze grot. Gezien de afstand en de intensiteit van de tocht hebben we recent een meerdaagse gedaan. 

De eerste dag, 2 flessen aan de S3 gaan leggen.

Dag twee, met twee duikers naar achter.

En een derde dag om alles te recupereren.

Zo gezegd zo gedaan.

De S7: het water is er een pak frisser. Rond de 9°C, terwijl het vooraan in de grot 14,5°C warm is (en de warmwaterbronnen 15,5°C, zie de film). Er is ook heel wat minder debiet, en het is maar half zo helder. Veel ruimte voor herkansing is er dus niet. Goed anticiperen, om meteen de juiste doorgang te vinden, + correct verankeren van de lijn is dus de boodschap. Logisch dat de topografie van dit parcours voor een volgende ronde is.

De S7 is 15m lang en ondiep, hij laat zich gemakkelijke passeren. Halverwege zit zelfs een ruime klok.

Er volgt een zaal. Mooi versierd, alhoewel er heel wat concreties aan diggelen liggen door de nog steeds prominente trein boven onze hoofden (de treintunnel van Nasproué ligt er vlak boven). Ik schat deze ruimte 20m lang, en een 8-tal m breed.

Het riviertje dat door deze zaal stroomt, komt tevoorschijn uit een S8...

Deze sifon start zoals alle andere, ondiep en horizontaal. Maar plots gaat het steil omlaag, ook het plafond komt bruusk maar beneden. Er volgt een lage, maar brede passage. Daarna ruimer, op het diepste punt van de grot -5,2m. Opnieuw een versmalling, en een stijgende kloof. Dat moet het Lac de la Boue zijn van de Surdents, hoop ik. Helaas, ik kom boven in een gesloten diaklaze. Het zicht is verdwenen, en ik kan de stroming niet lokaliseren. Op het diepste punt laat ik de haspel achter. De terugweg door de lage passage zorgt voor de nodige spanning. Ik zit niet meteen in de breedste passage, en kruip me klem. Het wordt zwart van het slijk voor m’n ogen. Ik zak opnieuw, en schuif naar rechts, oef. Een extra pikket moet dit verhinderen in de toekomst. Terug voor de S7 besluit ik dat het genoeg is geweest voor die dag. De flessen hebben beide nog 180bar, en er zit nog 35m lijn op de haspel. We proberen dit opnieuw bij een volgende. Aan de hand van de ruw genomen data blijkt dat we zeer dicht bij de Surdents zitten. 

Wat we hadden voorzien, maar helaas niet hebben kunnen gebruiken zijn Arva toestelllen. Vanuit de Surdents willen we op zoek gaan naar het signaal verstuurd uit de Bellevaux. Hopelijk kan het ons wegwijs maken hoe we deze laatste, optimale verbinding tot stand kunnen brengen.

Al bij al een geslaagde opzet, waarbij het systeem weer ongeveer 100m langer is geworden. Een andere verrassende vordering is gemaakt in een hoge zaal, de Salle Walhorn, genaamd naar de hoofdbreuk van het systeem. Via een verborgen achterliggende passage hebben we bijna tot helemaal boven kunnen klimmen zonder extra spullen. Bij een volgende zullen we deze passage voorzien van een looplijn om de top van de zaal te verkennen. We hopen op een vervolg, want er is een voelbare wind en er zijn heel wat ‘bloemkolen’.

Ondertussen zijn ook twee ploegen in de weer geweest om, één; de Grotte de Bellevaux te hertopograferen. Hier zijn ondertussen heel wat aanvullingen te verwerken, Geert en Jos ontfermen zich daarover. En twee; Partrice en Charlotte, maken de bijhorende perte volledig toegankelijk. Beide werken zijn nog lopende. De perte is daarmee alvast 10m langer geworden. 

En tot slot, toegang tot de Grotte des Surdents dringt zich nu steeds meer op om de gewenste verbinding te realiseren. De nodige stappen zullen daarvoor genomen worden.

S.

Met de volgende link kan je een filmpje bekijken van de duikexploratie. FILM

Jos en Geert na hun werkzaamheden


donderdag 18 maart 2021

Helder en warm

We kunnen stilletjesaan al iets vertellen over de bronnen ’20’ en ‘21’ (AKWA nummering) van het Systeem Croisiers.

Topo op google earth

Het gaat om twee bronnen van eenzelfde ondergrondse rivier. Bij de aanleg van de spoorweg zijn de toegangen tot de bronnen van Croisiers voorzien van artificiële tunnels. De eerste verkenningen zijn al duikend gebeurd, door onder meer Funcken, Petit, Pauwels en Hecq. In het najaar van 2020 waren wij dan ook blij verrast dat we de hoofdbron gewoon konden binnenzwemmen zonder perslucht! Veel overschot is er niet (VM), maar dit betekent dat er toch iets veranderd is aan de site.

Nog iets nieuws zijn de vele sporen van beveractiviteit. Er zijn tientallen oude nesten van deze zoogdieren in de eerste grote zaal. We hebben dan ook de opportuniteit genomen om deze zaal de Salle des Castors te dopen. Bevers zijn één van grootste knaagdieren van onze contreien. We weten dat ze herbivoor zijn, en een penetrante geur verspreiden, maar we kunnen niet goed inschatten hoe ze zullen reageren op een zwemmer/duiker in een smalle, troebele tunnel. Om deze situatie te vermijden hebben we ervoor gekozen om een gaas voor de ingang te plaatsen, met een éénrichtingspoort. Na de wintercrues hebben we de grot leeg aangetroffen, en was ook de geur van bevergeil verdwenen. Het is onze bedoeling om de grot voor het eerst volledig te (her)topograferen.

Bij onze winterse zwemsessies werd duidelijk hoe warm de Croisiers bron eigenlijk wel is. Het contrast met de Vesdre, gevoed door smeltwater, is groot en een bron van 14°C waar rook uit opstijgt ontgaat niemand. Warm water dat op de koop toe ook nog eens helder is! Wat wil een duiker nog meer. Miss een parking voor de ingang? De portage is een pijnpunt. Wij verkiezen nu om te parkeren langs de N61, de steile wand af te dalen naar de oever van de Vesdre, daarna de Vesdre over te steken en zo in de richting van de Croisiers te wandelen.

Naderingstocht

De lage waterstand aan de ingang heeft zo z’n voordelen, maar al snel werd duidelijk dat de portage van duikspullen tot aan de S3 (de S2 kan geshunt worden) niet van de poes is. Om ‘gemakkelijk’ tot achteraan te geraken zijn er enkele aanpassingen gebeurd.

Zo voorzien we de ingangen telkens wanneer we gaan duiken met barrages die de rivier ophouden. We slagen erin om de rivier een 20tal cm te laten stijgen, net voldoende om vlotter de Salle des Castors te bereiken. In deze zaal is het volgende obstakel een blokkenstort waar de uitrusting één voor één overgedragen dient te worden en daarmee is het nog niet gedaan. De S2 heeft een lage shunt, waar een sleetje dienst doet om de lasten voort te trekken. Onnodig om te zeggen dat de S3 daarna voor een aangename verfrissing zorgt. Het vervolg tot in de S6 is aquatisch en bijgevolg minder zwaar.

Nabij de Croisiers ingangen

De topo werd opgenomen verspreidt over twee dagen. Een volgende ronde werd er tijd genomen om filmbeelden te maken en waterstalen te nemen van de verschillende bronnen achterin de grot, maar ook om enkele vraagtekens te bekijken. Zo is er achteraan in de S6 minder debiet en dus vrij snel een slechte zichtbaarheid, bij het equiperen van de duiklijn is er dan ook vaak onvoldoende tijd om een mogelijk vervolg te vinden. 

Na Jacques Petit was het mijn beurt om het eindpunt te beoordelen. Bij het herequiperen van de volledige grot was ook mijn indruk dat er geen evident vervolg is. Maar bij een tweede bezoek had ik net tijd genoeg om te zien dat er een passage moet uitgegraven worden waarachter het ruimer wordt en er hoogstwaarschijnlijk oppervlakte volgt!

Een ander vraagteken bevindt zich in de Salle IC (Inter City), een verwijzing naar de voorbijrazende treinen die je hier en daar in de grot kan horen. In deze zaal zijn er verschillende schouwen en aan één van die schouwen lijkt een gang te vertrekken. Om daar te komen dient een 5m hoge kleiwand beklommen te worden. Gewapend met piketten en een schop zijn we veilig boven geraakt. Het vertrek is zeer geconcretionneerd, en helaas al na enkele meter te laag. Er zou heel wat moois moeten sneuvelen om meer te weten te komen over het vervolg, het lijkt ons onnodig dit te doen, maar er is wel een touw achter gelaten aan een natuurlijk ankerpunt. Samen met het vertrek in de S6 is dit een kanshebber om de Croisiers te verbinden met de Surdents en de Bellevaux grotten.

In de eerste zaal tenslotte, de Salle des Castors, zijn er verschillende rondgangen  te vinden tussen de blokken en ook een S2 die nooit gedoken is. Het leek ons een leuke, en misschien ook nuttige uitdaging om de lastige S2 shunt al duikend te vermijden. Volgens de topo kwamen we aan een kleine 60m die we in vogelvlucht moeten verkennen.  Bij de aanvang van de duik was er al direct twijfel aan een lage knik in de blubber, gelukkig is het daarna snel ruimer en is er oppervlak na 10m. In veiligheid zou een mens dan denken, maar niets is minder waar want de lucht is niet adembaar, een griezelige ervaring. Dan 20m verder, opnieuw onder water, en enkele mooie passages, en opnieuw oppervlak. Nog eens 10m verder opnieuw sifon, die na 5m laag wordt. Gepraamd tussen plafond en blubber beslis ik terug te keren, want veel ruimer lijkt het verder niet te worden. 

Achteraf, op de topo, blijkt dat de richting die we uitgaan, niet de kortste weg is naar de S3. Hebben we ergens een fout gemaakt?, of is de S2 langer dan verwacht? De toekomst zal het uitwijzen.

S.

maandag 18 januari 2021

Système karstique des Croisiers

Dit is een samenvatting van meerdere bezoeken verspreid over meerdere weekends.

De Vesdre kreeg z’n eerste hoogwaterpiek van het seizoen te verwerken en dat was voor ons duikers het signaal om het debiet in de Grotte de Bellevaux (soms ook Grotte de Nasproué genoemd) te gaan bekijken. Uit een verslag van een duikpoging van Luc Funcken in 1990 is gebleken dat de sifon flink verstopt zit met depot.

Er is een luchtklok na een korte VM, maar om daar te komen zijn duikspullen toch aangewezen. Het verhoogde waterniveau van de Vesdre heeft blijkbaar weinig invloed op het debiet ondergronds, helaas. Het is dus een duik geworden in vloeibaar modder/humus. Dat laatste heeft ervoor gezorgd dat er gemakkelijk brokjes bos in de keel terecht komen, terwijl ook de ademautomaten niet naar behoren functioneren. We hebben dit dus bewust niet tot het uiterste gedreven.

Stijn duikt de Bellevaux sifon

Vaststellingen: na de korte, scherpe VM volgt een dwarse, hoge diaklaze waarin bovenaan een shunt te forceren valt.  Deze shunt is ingezet maar lijkt eerder niet nuttig, aangezien het enige mogelijke vervolg in de diaklaze onder water is. De eigenlijke sifon is ruimer dan de VM. Algemeen gaat het om een flinke gang die zeker voor meer dan de helft verzand is. Er kan gemakkelijk 3m ver onder het plafond gekropen worden, vergezeld door een enorme touille. Op het verste punt had ik de indruk met m’n voet boven water te komen. Het zou dus wel eens een korte sifon kunnen zijn. Om deze duik in de toekomst veilig te laten verlopen hebben we meer spoeling van de rivier nodig. Als we de perte actiever kunnen maken, zou dit zeer positieve gevolgen kunnen hebben aan de (voorlopige) eindsifon.

Na de duik hebben we een kleurproef uitgevoerd. Nabij de juist gedoken sifon werd een fluo injectie gedaan. In de Croisiers bron (ongeveer 500m verder) werd dan een fluorimeter geïnstalleerd, en hier werd ook het debiet gemeten.

Fluo injectie

Eén week later hebben we de meter dan weer opgehaald. Er werd een mooie curve gemeten. De transit van de fluo is extreem traag en zeer verspreid, daardoor heeft de curve maar een piek van 0,3ppb (ug/l). Er is dus een vertragende factor op het parcours. Daarnaast is het water uit de Croisiers zeer hoog van temperatuur nl. 14,3°C, en het debiet is ongeveer 5x groter aan de bron in vergelijking met de perte. Er zijn dus evenveel vragen bij gekomen dan er antwoorden zijn.

Weetje: het meettoestel heeft ongeveer 1 gram fluo gemeten in een volume van 3 à 4 olympische zwembaden!

Om een betere spoeling te bekomen in de sifon van de Bellevaux grot werd de perte beter open gemaakt en voorzien van een filter. De dooi werd als geroepen ingezet, en de Vesdre steeg naar 110cm op de peilschaal te Bellevaux. Dat is meer dan een verdubbeling in hoogte. Vreemd genoeg hadden we ondergronds niet de indruk dat er hoogwater is geweest, ondanks het feit dat de grot 3,5m onder de bedding van de Vesdre zit. Alle kruipsporen en voetstappen van vorige bezoeken waren nog aanwezig. Aan de Surdents, wat een eerste overloop is bij een teveel aan water, waren ook geen sporen van crue te zien. Helaas zijn de dassen op die lokatie nog steeds prominent aanwezig.

Bizar. Zeker is dat we de filter in de toekomst regelmatig zullen moeten vrijmaken, willen we extra water in de grot.

Perte de Bellevaux

In de Bellevaux grot konden we dankzij het vrijmaken van de perte ook de toevoer in de grot lokaliseren. De toevoer, die ook onlangs gedoken werd tot op -4m (vert), bleek troebel te zijn. De andere toevoer in de grot moet water zijn dat door de dijk naar binnen komt. Buiten is daar echter niets van te zien.

Toevoer water van de perte in de grotte de Bellevaux

Ik denk dat we voorzichtig kunnen besluiten dat er geen interessant vervolg is in de perte, maar dat we alles moeten inzetten op de eindsifon van de Bellevaux.

Tot zover, voorlopig de ene kant van het verhaal. We hopen binnenkort ook de andere kant van de berg te kunnen beschrijven.

S. + G.

Met dank aan Patrice en Francis voor hun input in deze exploratie.

woensdag 25 november 2020

StaVaZa Explo duiken

Door de welgekende omstandigheden is er de laatste tijd minder gepost op de blog. Dit betekent niet noodzakelijk dat we stil hebben gezeten, integendeel, we wisten enkele coronaproof exploduiken te maken. Sites als de Résurgence de Chauvaux en de Résurgence d’ Eprave hebben recentelijk ons bezoek gehad.

Naar aanleiding van een presentatie van Erik Wouters van Science Explorers in de Duik Expo van 21 nov’ zou ik toch één en ander willen melden. 


De collecteur van Mont-sur-Meuse en de Fond d’Hestroy zet de deur op een kier… 

 

In de literatuur lezen we: 

Serge Cuvelier duikt 50m ver in de bron van Chauvaux tot aan een splitsing in een smal en verblokt parcours. Dankzij de werken van enkele duikers is de toegang ingestort. Dirk Roelandt ontfermt zich voornamelijk over de topo van de Grotte de Chauvaux en daarbij slaagt hij er net niet in de verbinding te duiken van de bron naar de grot. Het normale debiet wordt geschat op 20-25liter/sec.  

Wat is nu de actuele kant van de zaak? 

De toegang tot de bron werd vrijgemaakt na een onderwaterdesobstructie, het onstabiele karakter van de ingang blijft echter iets om rekening mee te houden. Eenmaal daar voorbij is het parcours verkend tot 27m ver, einde aan een puinhelling (splitsing), dus geen 50m zoals Cuvelier aangeeft. Aan de splitsing is de verbinding met de Grotte de Chauvaux gemaakt, en voorzien van een duiklijn. Graafsessies vonden plaats aan de puinhelling, deze leunt tegen een vast plafond en werd voor het eerst gepasseerd op 06 juni ’20.  Deze passage, de tweede versmalling op het parcours heeft een rommelig karakter. Het is geen gladde versmalling, maar ze bestaat uit losse stenen op de bodem en een scherp plafond. Momenteel is dit de diepste plaats op het parcours (-5m) en is daarmee een stoffige bedoening. Veel ruimte voor herkansing is er niet, wetende dat je onder enkele kubieke meter puin door schuifelt. Het vervolg is echter ruim en stabiel! Na de versmalling volgt meteen een zaaltje waarin je via een schouw naar een diepte van ongeveer 2m opduikt. Het vervolg tot op 90m kan er gevorderd worden in een relatief ruime tunnel met een stabiel karakter. Aan het 90m eindpunt zitten we -1,3m diep en aan de voet van een puinberg. Aan het plafond is er hier en daar al oppervlak te zien. De collecteur, ongeveer 2m breed, en 1m hoog zit er goed dicht met grote blokken. Rechts zijn enkele openingen waar je nog een tweetal meter verder kan, daarna is de opening te klein. De hoofdstroom lijkt van deze kant te komen. Op het eerste zicht lijkt het een hardnekkige passage te worden. In de toekomst moeten we alles wat los zit verwijderen om het vervolg te ontdekken. Bij deze een uitnodiging aan toekomstige Chauvaux duikers om het parcours te komen verkennen, je kan contact opnemen met één van ons.

Het zicht onder water is in ‘normale’ omstandigheden tussen de 1m en 2m, beter hebben we het nog nooit gezien, slechter helaas wel, en na hevige regen is het water chocobruin.

Mogelijk scenario: Meer duikers doen ervaring op in deze bron met als doel de instorting aan te pakken. Waarschijnlijk zullen we alles uit de kast moeten halen om die klein te krijgen. Graag hadden we geweten wie interesse heeft om samen te werken.

 

Hoe de bron het best benaderen: Duiken via de Maas, onder de spoorweg door is momenteel de beste aanlooproute. Zwemmen van aan de parking aan de Maas kruipt in de kleren, maar langs de rivier is er ook een vlak en aangenaam wandelpad. De toegang via de hoger gelegen weg is te vermijden.

Op het ogenblik zien we geen bevers meer op de site, maar volgens de locals zou je bij valavond verschillende bevers kunnen spotten in de Maas. De combinatie van een duiker en een bever in en smalle, donkere, stoffige tunnel moet absoluut vermeden worden, de uitkomst is gewoon niet in te schatten. Daarom steeds het gaas netjes terugplaatsen voor de bron.


De Résurgence d’Eprave


Een typisch voorbeeld van een source bouillante is de Bron van Eprave. Kolkend, omdat het merendeel van het water door een versmalling naar buiten geperst wordt. De bron zou in de zomer om en nabij de 664L/sec uitbraken. Het is via diezelfde versmalling dat de bron verkend kan worden. Om deze toegang te vereenvoudigen zijn er in het verleden enkele nieuwe openingen gegraven om de druk van de ketel te nemen. Eén van die openingen is zelfs groot genoeg geweest om naar binnen te zwemmen. Maar, wegens instabiliteit is ervoor gekozen om die weer gecontroleerd te laten instorten. De hoofdingang kent een versmalling bovenop de tegendruk die je ondervindt van de rivier. Een rotsplaat op -2m heeft het menig duiker moeilijk gemaakt. Dankzij wiggen wisten we deze plaat te verwijderen, maar dat wil niet zeggen dat je zonder haperen naar binnen zwemt. Nee, goed positioneren, en werken tegen de stroom in is nog steeds nodig om binnen te geraken. Op -3m gaat de verticale passage over in een schuine laminoir, om dan verderop geleidelijk te veranderen in een ruime, sterk dalende tunnel van ongeveer 3 op 2m tot op grote diepte (-88m).  

Tot op een diepte van -13m is er momenteel een nieuwe lijn aangebracht (speleotouw), startend voor de versmalling in open water. Op -5m zit een lus in het touw waar eventueel zuurstof kan worden achter gelaten. De verbinding met de bestaande lijnen op -13m, en het vervolg ervan moet zorgvuldig worden bekeken. 

Het zicht, en ook het debiet zijn optimaal in het droge seizoen.

S.

 

vrijdag 23 oktober 2020

Recoupements

Een kort verslag van zondag 18 okt. We onderzoeken de sifons (waterplassen) van de meanderafsnijding ter hoogte van Bellevau aan de Vesdre.


Gekleed in neopreen, klaar om alle waterpassages in de Grotte de Nasproue te verkennen gaan we op zoek welke riviertjes met elkaar in verbinding staan.

Er is gekozen om geen ‘echte’ kleuring te doen. We hebben de ervaring dat het woelen in een sifon (verhoogde turbiditeit) vaak voldoende is om een positieve verbinding vast te stellen.

Op de topo staan enkele vreemd gerichte sifons, maar na onderzoek is het duidelijk dat die met elkaar in verbinding staan. Dus geen twee, maar nog altijd één eindsifon. In die sifon was er nu een beetje lucht, en daarachter een vrij grote ruimte. We weten uit een duikverslag van Luc Funcken dat het om een VM gaat, een klok, en daarna pas de echte sifon. Deze werd door hem te smal en te slijkerig bevonden. Ooit moeten we dat eens herzien met hoog water. Hopelijk kunnen we dan één en ander doorspoelen.

Stroomop dan hebben we een verlenging kunnen vinden na een VM tussen enkele grote blokken. Een tweede arrivé gaat verticaal naar beneden, zonder bodem te voelen.

In het laatste watervlak, dicht bij de ingang, kan je wonderwel gemakkelijk onder het plafond verdwijnen. Voldoende om ons te motiveren om er duikspullen bij te halen. Het resultaat is een S1 van 3m, -1m, een klok die toch 2,5m hoog is, en daarna een S2 van meer de 2m lang en ondiep, maar smal en slijkerig. Een zeer uitnodigende start, maar bij het herbekijken van de topo werd al snel duidelijk dat het waarschijnlijk om een crue passage van de rivier gaat. Er is namelijk nog een stilstaande plas die gekoppeld kan worden aan de genomen kompasrichting.


Voorlopig dus nog geen nieuwe patatjes, maar we hebben wel een erg plezante dag achter de rug.

Daarbij heeft de kleinste speleoloog toch wel een hand vol ‘gouden’ munten gevonden zeker. Rara, hoe die daar terecht gekomen zijn.

Verder is er een plan in de maak om in de toekomst het duiktransport/plezier te verbeteren aan de kant van de Croisiers. De eerste voorbereidingen zijn daarvoor getroffen. We kijken uit naar een test bij een volgende ronde. 

S.