woensdag 30 maart 2011

Klusjesdag in NM

Na een leerrijke duik op zaterdag in de carrière van Roche Fontaine hebben Geert en Stijn zondag afgesproken met Marc.
Bij ons vorige bezoek in de Nou-Moulin twee weken terug was me de staat van het equipement opgevallen. Erbarmelijk! In samenspraak met Marc is het plan opgevat om daar iets aan doen. Onze versleten boren hebben echter roet in ons eten gegooid. Het bleek onmogelijk te zijn deftige gaten te boren voor broches. Het bleef dan ook bij een plan om in de grote put nieuwe brochen te plaatsen. Dit zou betekenen dat de eerste put op twee verschillende plaatsen kan worden afgedaald. Indien gewenst steeds in rappel. Aan de onderste twee putten zou het equipement, bestaande momenteel uit telkens één ingesleten broche, verdubbeld worden.

Plannen rond de put aan de Benitier zijn nog niet concreet maar ook die plaats zal bekeken worden.

Gelukkig was onze afdaling die dag niet voor niets.
Marc wou ook topo doen van de put om de diepte preciezer te bepalen. Dit werd succesvol afgerond.
Minder vlot ging dan weer een desobstructie op één van de eindpunten in de Réseau du Fond.

Verder hebben we van Marc z'n aanwezigheid geprofiteerd door hem ons de laatste onbekende stukken van deze klassieker te laten zien. Deze grot heeft jammer genoeg verschillende zeer onvolledige topo's. De grot opnieuw volledig topograferen is niet iets waar wij warm voor lopen...liefhebbers?
Wel zijn we van plan om de grot eens op te waarderen en in de kijker te plaatsen aan de hand van een artikel met de laatste nieuwe vorderingen.
Wordt ongetwijfeld vervolgd.

S.

Slijtagesporen equipment

Roche Fontaine voor liefhebbers van diepe duiken.

dinsdag 15 maart 2011

Aanvultopo Nou Maulin

Zaterdag met 4 man een tochtje, met opdracht, gemaakt in de NM te Rochefort. Voor nieuw clublid Steven was het meteen de eerste kennismaking met de ondergrondse wereld.
Een paar jaar geleden hebben we in de NM een 20-tal meter bij gevonden, maar tot nu toe hadden we dit nog niet getopografeerd. Het betreft een stukje grot helemaal achteraan het Réseau du Fond (ook Gruyère II genoemd). Dit deel van de grot is al in de jaren 50 ontdekt, maar een minderheid speleo's kent dit deel van de grot. De ingang ligt in de labyrintische Gruyère I en slechts weinigen kennen er de weg. Op de klassieke topo's van de grot staat dit deel niet aangegeven, wel op de kaart op de Avalon site, zie
http://www.scavalon.be/avalonnl/fiches/topo17.htm . Het Réseau du Fond werd in 1992 getopografeerd door Marc Legros. Het ligt bijna volledig onder het niveau van de Lomme en overstroomt dus regelmatig. Het nieuwe stukje komt op 29m ontwikkeling en noemt Appendix.
Eigenlijk zou de ganse topo van deze grot wel eens mogen over gedaan worden, maar ja een liefhebber vinden die dat wil en kan doen...

In het actief deel van de Nou Maulin

Afwas achteraf











Zondag stond in het teken van het grotduiken.
In de voormiddag brachten we eerst een bezoekje aan Denee. Stijn heeft er al eens een verkenningstocht gemaakt, zie
http://sc-cascade.blogspot.com/2010/08/cenotes-in-de-ardennen.html . De ingang van Denee 3 werd voorzien van twee spitboringen voor de duiklijn.

Vanaf de middag was er een bijeenkomst van de Vlaamse grotduikers, aan de Carrière Warnant 1. Een twaalftal duikers waren van de partij en verkenden er de ruime gallerijen van deze ondergelopen steengroeve. Na een deskundige uitleg over de te verkennen delen werden er groepen gevormd.
Naderhand een BBQ en tijd genoeg om informatie uit te wisselen en afspraken te maken.
Zeer goed initiatief.



Een lampje meer of minder ...... en kerstboom klaar voor duik.

Deelnemers
zaterdag 12 maart: Stijn, Kris, Steven, Geert
zondag 13 maart: Stijn, Dirk en Steven als grotduikers, Geert voor de BBQ

Geert

maandag 28 februari 2011

FAO natuurgebied !?

Vorige zaterdag 26 februari zijn we met z’n twee nog wat verder gaan werken in de Fosse aux Ours (FAO). Philippe had de grot nog niet gezien dus zijn we eerst de tieten en mieten gaan bewonderen. De rest van de dag zaten we opgespannen in de Ascenceur. Meerbepaald in ‘mijn gat’, een werkplaats met veel wind en nog steeds 8°C. Wij content! Echter niet alles liep van een leien dakje; we braken o.a. een boor, en na wat knoeien kwamen we uiteindelijk tot de vaststelling dat er geen jus meer in de batterij zat. Normaal heeft de desobstructieset 12V nodig, maar we hebben alles kunnen klaren met 9,6 V oplaadbatterijen. Probleem eindelijk begrepen. Net geen kou gekregen en toch tevreden van het resultaat die dag.

Het 'gat van Stijn', grot in wording?
In het verleden hadden we meerdere keren last van sabotage aan de ingang van de FAO. Vorige zaterdag kwamen we tot de vaststelling dat de pester weer had toegeslagen. Voor de verandering ligt er nu plaasterafval op het pad naar de ingang.

Bouwafval in de FAO doline op zaterdag ....... en op zondag
Bij het buitenkomen stonden we verstomd te kijken naar een type die kwam aangereden met een kruiwagen over het bospad. Toen hij ons in de mot kreeg stopte die, maakte een kwartdraai en stortte de inhoud (bouwafval) in de doline van de FAO.
Met m’n haar overeind er naartoe om uitleg te vragen. Kalm gevraagd of dat aan de ingang ook van hem is. Zijn antwoord: “Nee! We zijn hier wel in Wallonie hé…Wat doen jullie in die grot? Ik ga dat aangeven aan de gemeente.” Ok geen probleem voor ons.
Op de weg naar de auto kwamen we hem nog twee keer tegen en nog minder mondig. Boos heeft hij m’n nummerplaat genoteerd en wij die van hem.
We zijn zo goed als zeker waar hij woont, want ook z’n tuin lijkt één grote composthoop.
We hebben een overzicht van alle pesterijen en de lijst wordt steeds langer. Benieuwd naar z’n volgende acties.

Zondag 27 februari waren we met drie. Kris is ons komen versterken. Bedoeling was om te graven in de Mortier. De Lomme piekte naar 56cm, wat te hoog bleek. Ook het duikgerief bleef in de auto, enerzijds door een tekort aan dragers, anderzijds door een te groot debiet en een beperkt zicht. Wel hadden we gedacht er te kunnen graven, maar de spleet achteraan stond vol met water. Het leek ons zeer onaangenaam om hier te werken. Nu was er ook weinig tocht, wat ongewoon is. Misschien zit de verbinding dicht door de hoge waterstand? 8°C gemeten en veel helder water uit de te graven richting. Duidelijk niet rechtstreeks van de Lomme. Niet twijfelen dus aan die werkplaats! Terugkomen met minder hoog water.

Na een stop aan een stopcontact om de batterij van de Hilti op te laden weer naar de Ascenceur in de FAO. Wat bleek: de plaasterafval was op een hoopje getrokken en dus meer gecamoufleerd! Moet ik hier nog een tekening bij maken?

Sessie twee in de spleet verliep vlotter. Einde op een omhooglopende spleet van 10 à 20 cm breed. Nog vele meters te verbreden. Motivatie is de echt goede ventilatie en de richting van de spleet.
Die dag geëindigd met een bezoekje aan de Grotte de Tiers de Falises. Grot met een meertje en glijbanen in slijk. Dat laatste moet je aan Kris vragen. Ook een combinatie glijden en meertje behoort tot de mogelijkheden….Haha
Stijn

zondag 13 februari 2011

Project ARCANA

See also : http://sc-cascade.blogspot.com/2011/10/arcana-sounder-build-and-operational.html

Enige tijd werk ik aan een radiolocatieapparaat volgens het type ARCANA (wat hebben die Fransen toch met acroniemen). Zie : http://speleo19.free.fr/arcana/contributions_arcana.htm

Meestal wordt zo een toestel gebruikt om een ondergrondse locatie aan het oppervlak te refereren, kan handig zijn bij het zoeken van een nieuwe grotingang, topowerk,...
Onze directe toepassing is het project om een verbinding te graven nabij de rivier van de FAO.

Het voordeel van dit toestel is, dat het gebruik maakt van compacte spoelvormige antennes, dit in tegenstelling tot de grote lusantennes die in de meeste ontwerpen gebruikt worden. Dit type is veel handiger bij ondergronds gebruik. Deze spoelen zijn in dit project meteen ook het moeilijkste onderdeel om te realiseren. Ze bestaan uit een kern van 7 ferriet staven en de ontvangstspoel (antenne) heeft 10.000 windingen koperdraad, de zendspoel 1.000.

 









Spoelkern en ferriet staven
 Je kan deze spoelen ook laten wikkelen bij een bobinagefirma, maar ik bouwde de naaimachine om tot een eenvoudige wikkelmachine en realiseerde zo de ontvangstantenne. Na verbinding met de reeds gebouwde ontvanger kon ik vaststellen dat de directiviteit (richtingsgevoeligheid) van deze antenne zeer goed is, met een zeer scherp NUL-punt, hetgeen nodig is om precieze metingen (peilingen) te kunnen realiseren.

Ontvanger 'in wording'
Nu nog de zender bouwen en alles een beetje 'ruggedized' maken. Kwestie van de dode uren te vullen... (kuchkuch).

Geert

zondag 6 februari 2011

Keuzes maken

Vrijdag 16u, voor we op café gingen moest er eerst nog wat gewerkt worden.
Trou du Flair trok vorige keer al onze aandacht. De bewoner (vos) van dit hol weerhield ons echter om tot een grondig onderzoek over te gaan. Zie ook vorig verslag.
Die vos moet ondertussen een warmer grotje gevonden hebben. Wij maten nu een temperatuur van 4°C, koud dus. Ons vermoeden gaat uit dat er een verbinding is met de TEF (Trou En Formation). Die is waarschijnlijk ook de motor van alle luchtcirculatie in de doline en meteen ook een plaats waar koude wordt opgeslagen.

De Flair is eigenlijk een proper gespoelde (riool)perte gevormd in een magnifieke breuk. De ontwikkeling valt reuze mee om er een tijdje in rond te neuzen.
Er werd een versmalling aangepakt die in stippellijnen op de topo van onze vrienden van de Fistuleuzen staat. Ultrasmalle Marc had dit reeds verkend. Een tweede opinie kan nooit kwaad dachten wij. De meander loopt 4m verder dood op blokken en fungeert waarschijnlijk als inlaat van het water. Jammer. Geen andere interessante werkplaatsen gevonden.

Zondag FAO, deze keer niet in crue. Ideaal moment dus om eens naar het graafproject te gaan zien aan de rivier. Stilletje hoopten we dat de rivier een gat gespoeld ging hebben in de verbinding die we aan het graven zijn. Niet dus! Zelfs geen minuscule opening aan de kant van de rivier. De kant van de Entonnoir kreeg het vreemd genoeg harder te verduren met een verzakking van onze kleiopslag terug in de put.

Tunnelwerken nabij rivier.
Kan je de speleoloog vinden?
De moed was dan ook ver te zoeken om te graven in de harde klei zonder enige aanwijzing. Geert is een compacte zender-ontvanger aan het prepareren om een meting te doen bij de volgende (ofwel volgens systeem ARVA). Zeker geen hopeloos project. Te horen aan het gestommel en geklop van elkaar aan beide zijden zullen we nog even op de tanden moeten bijten.

In de G. de l’Affaissement werd de vorige keer duidelijk tocht gevoeld. De brutte desobstuctie lukte niet maar de zachtaardige ging vrij vlot. Toch was er twijfel. Uitsluitsel ging er pas komen na enkele sessies tenzij…we voorzichtig voorbij de gours kruipen die we nu trachten te omzeilen. Er werd voor de laatste optie gekozen.

Einde graafproject in gal. de l'Affaissement










Ontnuchtering. Minuscuul einde, beetje tocht, alles vast in de calciet. Moeilijke werkplaats tenzij je alles opoffert. Besloten om de boel te ontruimen.

We hadden de thermometer achter gelaten in de Ascenceur. Meer bepaald in ‘mijn gat’; een desobstructieproject dat al enige tijd aan de gang is. Er was opnieuw tocht. Iets minder dan de vorige keer maar nog steeds meer dan overtuigend. Niet onbelangrijk is de temperatuur: 8°C. Daar kunnen we mee leven! De koude rivier misschien? Lichte opwarming door de frigo van de TEF?
Liever één ‘goeie’ werkplaats dan tien halve. De keuze is dus gemaakt. Zal de Ascenceur het kruispunt van de grot worden in de toekomst?
De pijlen worden gescherpt. We zijn klaar om te richten.

Stijn

Datum: 4 en 5 februari.
Deelnemers: Geert en Stijn
Trou du Flair op vrijdag en FAO op zaterdag

zondag 23 januari 2011

Water en wind

Zondag 16 januari

Hoe hoog heeft het water in de Fosse aux Ours gestaan na de mega-crue van verleden week? Zou er water hebben gestaan in de galerij Champagne? En kunnen we hier aanwijzingen uit afleiden voor de verdere verkenning van de grot? Met deze kernvragen trokken we (Stijn, John, Chris en Kris) zondag voor een dagje naar Rochefort. We hadden grootse plannen om de dichtgeslibde verbinding tussen de grote zaal met de rivier en de Entonnoir verder open te graven. Op die manier kunnen we een passage maken die het voor bezoekende groepen mogelijk maakt om de rivier te zien zonder dat er klimmateriaal voor nodig is.

De crue stuurde echter onze plannen in de war. Zelfs na meer dan een week stroomde de Lomme nog altijd in de Nou-Maulin, terwijl er ook nog altijd een twee meter brede waterloop stroomde tussen de overloop van de Trou de l’Egout en het verdwijnpunt van de Tiers des Falises. (Na de middag was deze rivier weer drooggevallen.) De ondervinding heeft ons geleerd dat de Entonnoir in die omstandigheden onder water staat. Het had dus geen enkele zin om zelfs maar een klein schopje tot achter in de grot mee te sleuren. Toch bleef het interessant om te gaan zien wat de crue in de andere delen van de grot had gedaan. We weten dat de ondergrondse Lomme bij crue tot 15 meter kan stijgen. In dat geval ligt de Champagne volgens de topo nog hooguit één meter boven het waterpeil. Wat echter als er een supercrue optreedt? De gebarsten kleitegels in de galerij geven de indruk dat ze al een hele tijd droog staan. Is de Champagne een fossiele galerij, of wordt ze in uitzonderlijke omstandigheden toch nog eens semi-actief?

We zullen er niet langer geheimzinnig over doen. De waarheid is stelling twee. Aan resterende plasjes, aanslibbing, sporen van stroming, en een duidelijke grens tussen natte en droge klei is duidelijk te zien dat de volledige galerij opnieuw onder water heeft gestaan. De meest duidelijke sporen van stroming waren zichtbaar aan de zinkput in het midden van de galerij en in een doorgang naar een slijkerig nevenréseau. De sporen gaven echter geen nieuwe aanwijzingen voor mogelijke vervolgen. Alle waterstromingen zijn perfect te verklaren vanuit onze huidige kennis van onze grot. Jammer, want heimelijk hadden we gehoopt dat de sporen van de stroming ons naar een voorheen niet opgemerkt gat zouden leiden van waaruit het water met kracht was opgeweld. Niet dus. Hoogstens lijkt het dat er bij de crue vrij veel water wegsijpelt via de zinkput in de galerij. Een doorgang is er echter niet zichtbaar, terwijl het een slijkboel is om daar te graven.

Heeft ons bezoek dan niets opgeleverd? Toch wel. Op een van de eindpunten van de grot voelden we opnieuw een duidelijke tocht. Het is een interessante plek, want de tocht komt vanuit de richting Eprave. Zou er dan toch nog een verdere fossiele doorgang richting resurgentie zijn? Bovendien blies er opnieuw een krachtige wind vanuit de spleet die Stijn enkele maanden geleden in de Ascenseur bemerkte. We hebben intussen al enkele sessies aan de spleet gewijd, maar omdat we er al enkele maanden geen tocht meer voelden, hadden we de zaak opgegeven. De tocht zorgt echter voor een nieuwe wind in de exploratiewerken – letterlijk en figuurlijk dan. Zag het er tot voor kort uit dat we in de FAO zo ongeveer aan het einde van onze graaf-inspiratie zaten, dan hebben we er nu opnieuw twee interessante werkplaatsen. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Na onze inspectieronde gingen we opnieuw naar buiten, om er bij een soepje en een glaasje porto – ja, exploratie is perfect te combineren met culinaire geneugten! – te genieten van het winterzonnetje. Daarna trokken we naar een andere graafplek in de doline, in de hoop om via een andere weg de ondergrondse Lomme proberen te bereiken. Intussen kregen we ook het bezoek van Marc Legros en Willy Adriaenssen van SC Fistuleuses, die ons even goeiedag kwamen zeggen. Meteen boden ze ook aan om ons een interessante perte te tonen die ze enkele jaren geleden vlakbij de Fosse aux Ours hadden verkend. Het verdwijngat is schoongespoeld van het water, terwijl er tot onze verrassing ook hier een duidelijke tocht stond. Voor Marc en Willy was het best ok als ook wij hier onze kans waagden, maar dat zullen we voor een volgende keer laten. Aan de dagverse uitwerpselen te zien, is het grotje bewoond. En die bewoner liet zich ook zien: een mooi vosje, doodsbang weggekropen in een hoekje van zijn holletje. We zullen hier dier maar met rust laten. Als de winter opnieuw zo koud wordt als hij al was, dan zal het beest de chauffage onder zijn poep nog ferm nodig hebben.

In elk geval is duidelijk dat de Grotte de la Fosse aux Ours, de Trou du Muret, de Trou de l’Hôtel en de vele kleinere openingen nog maar het topje van de ijsberg zijn van wat er om en rond de Fosse aux Ours te vinden zijn.

Kris


 

 





maandag 10 januari 2011

Canyon Pille in crue

8 januari (ramp)toerisme

De "canyon" van de Pille in megacrue.




Aan bomen in de bedding in alle geval geen gebrek.





Opmerkelijk is het blok onderaan de watervallen.
Die rotsblok lag boven op de middelste waterval.


Wat we nu te zien krijgen is dus zeker niet de piek van het water.
Onvoorstelbaar zoveel watergeweld.
Verder twee foto's van les Dames de Meuse in crue.
Eerste klas natuurgebied waar twee afdalingen met lange rappels mogelijk
zijn.

Stijn