maandag 8 augustus 2011

Tweedaagse FAO en Muret

Zaterdag 30/7
We plannen nog twee explowerkjes in de FAO, beide achteraan het Rau. du rêve. Eerst zullen we een gang opgevuld met klei uitgraven. Bij de vorige tocht hadden we hier een flauwe luchtstroom opgemerkt. Resultaat, na vlot graafwerk blijkt de gang volledig toe te lopen, en dus stoppen we de werken.
Als tweede opdracht zetten we de explo verder onderin de Salle des antistalagmite. We werken er in een ebouli en we zijn we al enige malen gestopt en gestart met de werken. Na weloverwogen desobstructiewerk ligt een dalend gangetje nu open, maar er moet nog heel wat materiaal worden weggehaald om er te kunnen afdalen, en bovendien moet de stabiliteit nauwlettend in het oog worden gehouden; spannend, voorzichtig en berekend werk dus.
G.

Zondag 31/7
Duik nummer 4 in de ondergrondse Lomme.
Mede mogelijk gemaakt door: Steven VDC, Kevin, Fabrice en Geert. Porteurs van de dag. Niet onbelangrijk is natuurlijk de gastvrijheid van de Fistuleuzen.
Doel van de duik: Eindpunt verkennen stroomop, en topo van de sifons. Bij de vorige duik werd de galerij tussen S1 en S2 opgemeten. Er is toen ook op niets gestopt in S3 wegens einde van de ‘fil arianne’.

Altijd spannend om de blubberput af te zakken in de Muret die toegang geeft tot de rivier 5 meter dieper. Zou er niet teveel stroom zijn? Wat zal er van zicht zijn?... Dat laatste viel tegen. 1m ipv 2à3 de laatste keer. En laat ons zeggen dat de stroming haalbaar was. Al topograferend een weg gebaand naar het vorige eindpunt. Eerst werd de pseudo versmalling aangepakt met de hamer. Er zijn nu geen messen meer te bespeuren. Lijn aangekoppeld en vooruit… maar niet voor lang, merkwaardig, daar zijn rolkeien en dit is uniek in de hele rivier. De helling stijgt tot op -2m. Daar, een verticale versmalling, maar dan een echte! Bij een volgende denk ik die te kunnen passeren met iets minder brol in m’n zakken. Ook moet de passage eerst grondig gekuist worden om verstopping met rolkeien te voorkomen.

Terug gezwommen tot in de FAO om daar de sifon aval te testen. Er hangt daar momenteel een speleotouw in, echter aan slechts één enkele plakket. Die werd eerst verdubbeld en daarna werd de stroming gecheckt op de bodem van de sifon. Mogelijk, met een shunt en leeflijn aan het speleotouw wel te verstaan. De stroming is, aan het oppervlak, gevaarlijk sterk om meegesleurd te worden in de sifon.

Bij de terugtocht richting Muret werd de verbinding getopografeerd, de oude lijn verwijderd en de nieuwe verzekerd van enkele extra piketten in de bodem.
Twee en een half uur later stond ik terug waar ik vertrokken ben.

De porteurs hadden er een rondje FAO op zitten en kwamen toegesneld om een handje te helpen.

Perfect! We weten waar we zitten nu en het parcours, zowel onder als boven water is nu meer dan behoorlijk geëquipeerd. Ook de porteurs beleven gelukkig meer dan alleen maar zakken sleuren.

Mooie basis voor een volgende ‘expeditie’!
S.

maandag 25 juli 2011

Blijven snuffelen!

Tijdens een snuffelronde een week eerder kwam ik tot de vaststelling dat er nog iets te forceren moet zijn in de FAO. Achteraan R. du Rève zitten we met een gevaarlijk blokkenstort met daarachter een vervolg. Dankzij een tip van Jos B. kwam daar een alternatief voor de moordende blokken aan het licht.

Vooraleer we daar naartoe trokken hebben we eerst een spleet aangepakt in de Gardiens of de ingangszaal. Hoog boven de Ascenceur in diezelfde spleet kwamen we langzaam maar zeker dichter bij een blok dat een vervolg versperde. Eerst werd de spleet grondig opgekuist om problemen en haperingen te vermijden. Speleopakken zijn niet goedkoop tegenwoordig ;-) De passage was snel omgevormd, en we kwamen terecht in een comfortabele spleet van een 8m lang. De meeste tocht leek uit een blokkenstort te komen. Echter, naar onder toe loopt alles dicht, jammer, maar niet ontevreden van de nieuwe meters.
Snel naar achter.

Explo regio

Het gangetje naar het alternatief werd in gereedheid gebracht. Het vervolg, met een beetje tocht is 10 bij 10 cm en dat voor enkele meter ver. Tunnelwerken dus. Op termijn, als we daar naar beneden willen, zeker de verstandigste optie. We zullen zien. We lieten het er stinken en zijn dan gevlucht in een bovenniveau met een kleiopvulling en...tocht?! 4m moet er verbreed worden voor een verdict...

Met een goed gevoel zijn we dan ook uit de grot afgedropen.
Er moet toch nog...waar zou het zijn...hoe zullen we...Het blijft toch nog steeds leuk he!
Tot een volgende 'hol van de beer'.

Ergens nabij de ingangszaal

vrijdag 1 juli 2011

ERT, een nieuw wapen in de zoektocht naar onbekende grotten?

Het nieuwste Spelerpes magazine wekte, techneut zijnde, mijn bijzondere aandacht omdat er meerdere technische artikels werden opgenomen.

De ondergrondse beeldvorming via de meting van de elektrische weerstand (resistiviteit) van de grond heeft ook bij mij interesse opgewekt, en neemt ongeveer 10 strekkende cm boekenkast in beslag. Na korte tijd ben ik gestopt met dit project wegens het vele werk dat er in kruipt.

Hierbij enkele weetjes die extra informatie geven omtrent dit onderwerp. Je kan best eerst het artikel van Ivan Herbots in de Spelerpes 2011-1 p.35-39 raadplegen vooraleer het onderstaande te lezen.

In de Engelstalige literatuur wordt deze beeldvormingsmethode meestal aangeduid als ERT - Electrical Resistivity Tomography. Het principe van deze beeldvorming is vergelijkbaar met de scanners die gebruikt worden in de medische beeldvorming. Het is uiteindelijk een wiskundig probleem van vergelijkingen en onbekenden dat tot een oplossing leidt in de vorm van een 2D verticale doorsnede van de ondergrond.

De input van de software is dus de resistiviteit op verschillende plaatsen, en op verschillende afstanden, die allen op één lijn liggen.

Hoe wordt nu juist de resistiviteit van de grond gemeten? Het principe is erg eenvoudig; je stuurt een stroom door de grond, en meet de spanningsval over een sectie van het stroompad. Er worden dus 4 grondstaven (probes, electroden) gebruikt, twee om de stroom door de grond te laten vloeien, en twee om de spanningsval te meten.
De eenvoudigste methode is het gebruik van gelijkstroom (DC), maar hierbij treden een aantal problemen op:
- Wanneer een staaf in contact komt met de grond, dan treedt er een batterijwerking op, waardoor de staaf zelf een spanning opwekt.
- Doordat er stroom loopt door de staven, treedt er een elektrolyse op van het vocht rondom de staaf, en dat geeft een veranderende contactweerstand. (We weten uit onze fysicales dat, wanneer we gelijkstroom door geleidend water sturen, er een ontbinding is in waterstof en zuurstof)
- Door de grond kunnen zwerfstromen lopen die de metingen ernstig kunnen verstoren, 50Hz (AC) netstromen, maar ook gelijkstroom kan optreden (DC) (onze treinen en trams rijden op gelijkstroom).

Daarom werken eigenlijk alle aardresistiviteitsmeters met een wisselstroom, en met een frequentie die niet gerefereerd is aan onze 50Hz. Zodoende worden zwerfstromen in DC en AC er uit gefilterd en is een storingsvrije meting mogelijk. De meeste aardresistiviteitsmeters wekken bovendien geen constante spanning op, maar hebben wel een constante (wissel)stoombron. Dit heft ineens het probleem op van de contactweerstand tussen een staaf en de grond, een overgangsweerstand die erg kan verschillen van staaf tot staaf. De eigenlijke meting blijft dan beperkt tot het meten van de spanningsval tussen de twee spanningsprobes. Het resultaat is de meting van de schijnbare resistiviteit van de grond.

De meeste onder ons kennen de aardingsweerstand enkel van de beschermingsgeleider in onze huisinstallaties. De weerstand mag er niet hoger zijn dan x ohm. Dit is dus niet de resistiviteit van de grond (die bij ons in Vlaanderen zeer klein is, nabij de 0 ohm-m), maar het betreft wel de contactweerstand van de aardingspin (elektrode) met de grond. Deze meting gebeurt met hetzelfde type aardresistiviteitsmeter, doch in een lichtjes andere opstelling.

Maar nu terug naar de beeldvormingsmethode. Vele profesionele ERT toestellen doen eveneens een meting van de capaciteitswaarde van de gemeten ondergrond. Het is zo dat de grond tussen de twee meetelektroden niet zuiver resistief (ohms, weerstand) is, maar dat er ook een capaciteitswaarde is (een opslag van energie). Een aangelegde constante stroom zal dus niet direct voor een maximale spanningsval over de elektrode zorgen, maar er is een zeker tijdsverloop vooraleer die de maximale waarde bereikt. Uit dit tijdsverloop kan de capaciteitswaarde van de tussenliggende grond worden bepaald. Het is duidelijk dat een holte (lucht, grot) het dielectricum is van een capaciteit, en dat die verschillend is van de rotsen of water. Sommige materialen zouden ook accumulatieeigenschappen hebben (batterij). Uit deze metingen kan bijkomende informatie worden afgeleid die erg nuttig is in de beeldvorming. Het is gebruikelijk om een blokvormige wisselstroom door de grond te sturen, en te zien hoe die grondcapaciteit ontlaadt eenmaal de stoombron wordt uitgeschakeld. De ontlaadtijdsduur is maatgevend voor de capaciteit.

Ik bouwde de meetelektronica volgens het ontwerp van Robert Beck (Everyday Practical Electronics - Jan 1997). Het meettoestel heeft een stroominstelling van 0,1 / 1 / 10mA en levert max. 36Vpp bij 137Hz.
Het ontwerp benodigd wel enkele aanpassingen om het geschikt te maken voor ERT. De opamps worden best vervangen door een type voor meetdoeleinden (lagere offset en ruis). De spanning van de vermogensversterker is wat laag, waardoor er beperkingen zijn bij meting van hoogohmige situaties. Je kan natuurlijk batterijen blijven in serie zetten, maar het best wordt er een voeding op 230V gebouwd, en gebruik gemaakt van een omvormer 12V=/230V zodat alles uit één batterij van 12V kan gevoed worden. De spanninguitgang is niet galvanisch gescheiden, waardoor er problemen kunnen ontstaan bij gebruik van een computer (grondlussen en spanningsverschillen). Best een isolatieversterker gebruiken, of een andere galvanische scheiding die voldoende groot is (gescheiden voedingen, opto-coupling,..). Kennis van elektriciteit en de gevaren van hoge spanningen zijn hier belangrijk !!!

Bijgaande een foto van de elektronica met constante stroombron en een synchroon (in fase) gestuurde wisselspanningsmeter, dit om de beste storingsonderdrukking te bekomen.

Zie details op : http://www.geotech1.com/cgi-bin/pages/common/index.pl?page=geo&file=projects/erm1/index.dat
Over ERT is veel informatie beschikbaar op het web. Linken die ik heb van een 7-tal jaren geleden werken echter niet meer. Dus effe zoeken met de juiste codewoorden. Wie meer wil weten over de software bv. op http://www.eos.ubc.ca/ubcgif/

Het is onweerlegbaar dat deze methode ondergrondse ruimtes in beeld kan brengen. Het zal echter niet altijd mogelijk zijn om die ruimtes ook te bereiken, we kunnen nu eenmaal niet overal gaten beginnen boren. Maar een dergelijke beeldvormingstechniek kan op z'n minst een belangrijke bijdragen leveren in de kennis van de lokale karstopbouw en vele mogelijkheden openen tot bijkomende studies.
G.


dinsdag 28 juni 2011

Een rustig weekend - lang geleden

Zaterdag 25 juni: Vandaag bezoeken we een 'vergeten' grot op het massief van de Tierre du Falises, tussen Rochefort en Han. Met een ligging in de nabijheid van de meanderafsnijding van de Lomme, trekt deze Grotte du Parrain onze bijzondere aandacht. De grot werd een 20-tal jaren terug ontdekt, maar door omstandigheden geraakte deze wat vergeten. De grot is afgesloten met een poort. Het grootste deel van de grot is eigenlijk herontdekt, want de ondergrondse ruimte is een combinatie van een lood- en ijzermijn en een grot. De geschiedenis van de mijn is niet gekend, en het grootste deel van de mijn is wellicht niet toegankelijk, wegens ingestort.
De grot telt ruime galerijen en zalen, en vele vertakkingen, die veelal ébouleus zijn. We kennen dat, de -roche- is hier niet zo -fort- (sterk), maar overal ook hier duidelijke sporen van dislocatie van de kalksteen. Naast deze mooie ruimtes zijn ook de opvullingen zeer mooi te noemen. Een discrete balisage is in wording, zodat deze grot is beschermd naar de huidige maatstaven.
Een zeer mooie trip die je naar verluid ook zal kunnen maken op de speleologische dagen.

Zondag 26 juni: Tijdens de duikwerken van voor twee weken werd er ook een topo gerealiseerd van de sifons van de FAO/Muret. Na het uittekenen van de topo blijkt het verste punt zich nabij de Trou de l'Hotel (SC Les Fistuleuses) te bevinden. Dit wekt onze bijzondere aandacht, vooral om de mogelijkheden te bekijken om een passage te vinden voor de 'droge' speleo's, dus de sifons kort te sluiten. Wij kregen de toelating van de explorerende club om er te gaan rondsnuffelen.
Dit deel van de Trou de l'Hotel is nog niet uitgeëxploreerd, omdat het slechts sporadisch toegankelijk is via een voute moulante. Nu was er een 10-tal cm lucht (over een 10-tal meter lengte).
Een klein riviertje doorloopt de VM, en verderop splits het zich in twee. We bekijken her en der de mogelijkheden tussen de 1001 blokken (de grot is praktisch volledig gevormd in een blokkenstort), en besluiten  onze pijlen te richten op één bepaalde plaats. Geert geraakte er door een extreme étroiture en moeilijk terug wegens de schuurpapier-rotsen. Na het verwijderen van enkele blokken konden we dan beide passeren, en uiteindelijk halt op een diepe waterplas zonder vervolg. De tijd was ondertussen niet blijven stilstaan, en we verlaten de grot met het idee dat er zeker nog zal moeten verder gezocht worden in dit labyrint.
Terug in de bewoonde wereld staat Marc ons op te wachten in een zuiderse omgeving (het is plots zeer warm geworden). Veel dank aan SCF en volgende keer trachten we samen te gaan hé.
 G.
Exit Hotel

Mieten en tieten in de Parrain

Grote ruimtes

Landschapje


donderdag 16 juni 2011

'Operatie zak en fles'

In het verlengde pinksterweekend stond  opnieuw een duik in de Trou Muret op het programma, alsook èèn in de Gouffre aux Mortier. Resultaat : opnieuw werd een sifon gepasseerd, twee andere verkend, en 50m duiklijn geplaatst.
Hierna het verslag:

De volle auto bleek te klein om nog een passagier mee te nemen. Twee auto's dan maar. Zo begon de driedaagse met Pinksteren.

Vooraleer naar Rochefort af te zakken hebben Geert en Stijn 2 duiken gemaakt in Villers Deux Eglises. Een groeve geapprecieerd voor z'n weinig schuwe steurs.
's Avonds een gezellig samenzijn met de rest van de club te Villers Le Gambon, die hadden er een rondje Perte de Mazurettes op zitten. Het federale gebeuren in de groeve kende eerder een magere opkomst. Hetzelfde stond ons te wachten voor de portage van duikspullen de volgende dag in de Muret. Die avond werden er toch nog drie zieltjes gewonnen om een handje toe te steken als 'muilezel'.

Twee duikers brachten 10 zakken en 4 flessen aan. Die werden in minder dan één uur door 8 man tot aan het water gebracht en in 45 minuten terug. We dromen nu al van schrepere tijden, minder zakken, en hopelijk meer flessen.
Duikers Steven en Stijn werden alleen gelaten met hun 'toys' en de rest werd getracteerd op een FAO of een Nou-Maulin. Vooraleer het spelletje weer achterstevoren kon beginnen, werd de lijn beter verankerd onder water, spits geklopt voor de duiklijnen, topo gedaan van de nieuwe galerij, maar vooral een nieuwe S2 met een volgende zaal verkend, en een nieuwe S3 25m ver, tot voorbij een 'versmalling' geequipeerd.
In totaal werd opnieuw 50m lijn uitgerold met een gemiddelde diepte van 5m. Op het verste punt stijgt de gang. De topo geeft aan dat we in de buurt van de Trou de l'Hotel amont (SC Fistuleuses) zitten. Eén van de volgende gaan we nog eens voorbij de voute om het verste punt van die grot te bestuderen.

Op maandag zijn we de Mortier in getrokken. Kris bracht de kleinste gravende speleo ooit mee (z'n zoontje), en samen met Dirk hebben ze verder gegraven aan de nerver ending ventilatiebuis van de grot. Maar ooit...zal het lukken!
Tenopzichte van vorige keer was er meer water in de grot, en minder in de rivier. De perte is dan ook een zeer onvoorspelbare slokkop. Zo bleek de werkplek die normaal een verschijningspunt is, nu een perte te zijn geworden.
De laatste twee volle flessen moesten er ook aan geloven met als doel de S2 aan te vallen daar. Eerst werden de nodige verankeringen aangebracht voor de lijnen en werd de mogelijke shunt onderzocht: pal noord. Zaaltje met blokken, mogelijkheden. De S2 zal uitwijzen of het zin heeft om zoveel werk te verrichten, en die bleek moelijker, langer en smaller dan verwacht. Direct een shunt creëren lijkt minder interessant. Zo werd 5m ver onder water een versmalling bewerkt met de spithamer die nu wonderwel net passeerbaar is geworden. Nog eens 8m verder is een dalende laminior te smal om verder te komen. Gelukkig is de bodem daar los. Woelen is dus de boodschap bij de volgende.

Speciaal bedankt aan de 'muilezels' en hopelijk zijn ze er opnieuw rijkelijk bij met het volgende duikavontuur!
S.




Super sherpa


Sherpa na 'crash'

Recuperatie van sherpa


dinsdag 31 mei 2011

Hard labeur

Neen, deze week stond er geen sifonduiken op het programma, doch wel werkzaamheden die de duiktransporten zullen vereenvoudigen. Eenvoudig zal het echt niet worden, het is eerder 'minder moeilijk'. In de Nou Maulin tenslotte gingen we de broches uittesten en ook nog een schouw uitklimmen in het Rau du Fond.
Hierna het gedetailleerd verslag.

  
Broches plaatsen in de Muret
Zaterdag hebben we met een 4 man sterke ploeg (Marc, Steven, Geert en Stijn) de Muret onder handen genomen. We zijn 6 uur in de weer geweest om de grot duikklaar te maken. Versmallingen werden zo veel als mogelijk weggewerkt, ankers aangebracht voor stockage, een tyrolienne en voetsteunen gegraven waar nodig.

Dit alles is zeker geen overbodige luxe als we straks twee duikers en een vracht aan spullen tot aan het water willen krijgen. Bij deze al een warme oproep aan iedereen die eens een handje wil komen toesteken voor de kikvorsen.

We hadden er die dag duidelijk nog niet genoeg van en dus trokken we de G. du Thier des Falises in. Marc was gewapend met een schopje om een versmalling aan te vallen die door de crues veel te smal was geworden. Het gevoel om ergens doorheen te graven en overal maagdelijke klei te bespeuren is  hoe dan ook bijzonder. Dit was natuurlijk geen premiere. Steven werd getrakteerd op z'n eerste stalactieten en mieten. Ja, het waren niet bepaald de meest versierde grotten van België die we hem tot nog toe lieten zien. Ik stond eerder versteld van de volumes in die grot. Merkwaardig. Waar zit toch dat vervolg?
Ook de sifon sprak tot de verbeelding. Het lac stond zeer laag en het vertrek van een galerij kwam boven water piepen. Dit verdwijnpunt werd volgens Marc al enkele keren gedoken. We zullen de duikers van toen eerst eens uithoren.

Zondag zijn Geert en Stijn de nieuwe ankerpunten in de Nou-Maulin gaan testen. De eerste 'nieuwe' put komt uit boven de Benitier. Om daar te komen ga je aan de kabel links omhoog in een gang die je tot op het eind kruipt. Deze put is voor 1/3 vrijhangd en niet voor lomperiken. Je bevindt je namelijk in de buurt van enkele grauwe, maar toch mooie gordijnen.
Put 2 bevindt zich tegenover de 'oude' afdaling in de Gruyère 1.Het vertrek is heerlijk luchtig, maar halverwege is het extreem slijkerig, met alle gevolgen voor de touwen en de snelheid van afdalen.
Om af te sluiten hebben we een schouw beklommen boven de sifon van de Gruyère 2.
Opnieuw was er een duidelijk voelbare tocht om het koud van te krijgen, zeker als zekeraar. Als klimmer werd ik genekt door extreem slijkerige omstandigheden en een court-circuit met een tweede schouw en een rondgang met de hoge breuk van de sifon.
Geen interessant vervolg dus. Wel een hel van een uitdaging.
Alle miserie werd dan ook snel afgespoeld in de Lomme en het zonnetje buiten.
S.

maandag 23 mei 2011

Grotduiken in stroomversnelling

Voor de winter heb ik een eerste duik gemaakt in Gouffre aux Mortier.
Zie artikel http://sc-cascade.blogspot.com/2010/10/stress-en-ontspanning.html
De stijgende gang onder water, ongeveer 15m ver versmalt te veel om zich nog comfortabel te voelen. Aangezien dit een perte is met een goed voelbare stroming leek het mij geen slecht idee om daar eens wat te gaan woelen.

Een drie man sterke ploeg kon gisteren dan ook genieten van ideale omstandigheden. Een watertemperatuur met zuiderse tinten, heerlijk weer en een portage waar geen trappisten aan verbonden zijn ;-). 
Voor Steven was het een eerste kennismaking met de ondergelopen Belgische slijksifons. Deze leerrijke ervaring zal na enkele aanpassingen niet z'n laatste zijn geweest wist hij te vertellen.
Daarna trok Stijn met een harkje in de versmallingen. Een lengte van ongeveer 3m werd ruimer gegraven. De geringe diepte en de steeds stijgende gang deed vermoeden dat oppervlakte niet onmogelijk was... Voor ik het goed en wel besefte kwam m'n hoofd boven in een nieuwe gang waar de rivier vrolijk doorheen trekt!!

Bij de tweede ronde werd de lijn verder afgerold en stond een verkenning post-sifon op het programma. De sifon heeft een lengte van 23m en een diepte van 2m. Post-sifon wordt de hoofdrivier aangevuld met een beekje van rechts. Droge shunt? Flessen werden achter gelaten en een kleine desobstructie was halverwege nodig. In totaal schat ik de galerij 35m lang en ze zit in een duidelijke breuk die de dominante 60° richting aanhoudt. Einde op een nieuwe sifon van op het eerste zicht zelfde kaliber.

Het was een tijdje geleden maar Geert kwam plots met een fles Champagne voor de dag!
Genieten!
Wordt binnenkort ook vervolgd!
Stijn





Commentaar:
Juist één week na datum opnieuw een niet gedoken sifon passeren, het is niet aan iedereen gegeven. Dit is dan ook het  resultaat van jarenlange volharding in deze grotten, in combinatie met vele factoren waarvan kennis en ervaring de belangrijkste zijn. Het is een overweldigende beloning na zoveel werk!!! Echter ik heb het gevoel dat er ook veel werk is bij gekomen en dat het nu pas echt serieus wordt.
Geert


PS: Je kan de film in goede kwaliteit downloaden (57MB) via rapidshare.
https://rapidshare.com/files/41651790/blog20110522_0001.wmv
Bij: FREE USER
Klik: I WANT TO WAIT
Je moet wel de afteller afwachten.